Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Météo du week-end - Paris
Vul de lege plekken in: pluie, météo, soleil, beau, parapluie, vent
(Weekendweer - Parijs)
Info mairie - Paris. En mars, la change vite. Samedi matin : et , il fait froid. L'après-midi : le ciel se dégage et il fait . Dimanche : nuages, puis . Température : 6°C le matin, 12°C l'après-midi. Conseil : prenez un avant de sortir et une veste chaude si vous rentrez tard.Informatie gemeente - Parijs. In maart verandert het weer snel. Zaterdagochtend: regen en wind, het is koud. In de namiddag klaart de lucht op en wordt het mooi weer. Zondag: eerst wolken, daarna zon. Temperatuur: 6°C 's ochtends, 12°C in de namiddag. Tip: neem een paraplu mee voordat je naar buiten gaat en een warme jas als je laat thuiskomt.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Où vont-ils se retrouver ?
Quand doit-on venir pour la visite ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. En janvier à Lyon, il ___ souvent froid le matin.
(In januari is het in Lyon ___ vaak koud ’s ochtends.)2. À 8 h, je ___ la météo avant de partir au travail.
(Om 8 uur ___ ik naar de weersverwachting voordat ik naar mijn werk vertrek.)3. Après le déjeuner, le vent ___ et le ciel devient nuageux.
(Na de lunch ___ de wind op en wordt de lucht bewolkt.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu arrives au bureau et tu fais un peu de small talk avec un collègue. Dis comment est la météo aujourd’hui. (Utilise: Il fait beau, Le soleil, La température)
(Je komt op kantoor aan en maakt wat smalltalk met een collega. Zeg hoe het weer vandaag is. (Gebruik: Il fait beau, Le soleil, La température))Aujourd'hui, il fait
(Vandaag is het ...)Voorbeeld:
Aujourd'hui, il fait beau. Il y a du soleil et la température est agréable.
(Vandaag is het mooi weer. De zon schijnt en de temperatuur is aangenaam.)2. Tu es en visio avec un collègue à Lyon. Tu veux savoir quel temps il fait chez lui. Pose une question simple. (Utilise: La météo, Il pleut, Il fait froid)
(Je bent in een videogesprek met een collega in Lyon. Je wilt weten hoe het weer bij hem/haar is. Stel een eenvoudige vraag. (Gebruik: La météo, Il pleut, Il fait froid))À Lyon, il
(In Lyon, het ...)Voorbeeld:
À Lyon, il pleut ? Est-ce qu'il fait froid chez toi ?
(In Lyon, regent het? Is het koud bij jou?)Oefening 7: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 3 of 4 zinnen voor een collega: beschrijf het weer in jouw stad voor morgenochtend en morgen in de namiddag, en geef een advies.
Nuttige uitdrukkingen:
Demain matin, il fait… / Demain après-midi, il y a… / La température est de… / Je conseille de…