Beschrijf het meubilair in je huis.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Grammatica: Voorzetsels van plaats: "À", "Dans", "Sur", "Sous", etc...
Plaatsvoorzetsels maken het mogelijk een plaats te beschrijven of aan te geven, en iets in de ruimte te situeren.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!