Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Il y a un salon au rez-de-chaussée. (Er is een woonkamer op de begane grond.)
C'est la cuisine, juste à côté de l'entrée. (Dat is de keuken, naast de ingang.)
La chambre est à l'étage, près de l'escalier. (De slaapkamer is boven, vlak bij de trap.)
Les toilettes sont en face de la salle de bain. (Het toilet bevindt zich tegenover de badkamer.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Annonce de location - appartement à visiter

Vul de lege plekken in: étage, cuisine, Visites, sol, chambre, entrée

(Advertentie te huur - appartement te bezichtigen)

À louer à Lyon : appartement au 1er . Il y a une , un salon, une et une salle de bain. Il y a aussi une . C'est clair et le est propre. Escalier dans l'immeuble. le mercredi soir. Pour visiter, envoyer un mail avec votre nom et votre numéro.
Te huur in Lyon: appartement op de 1e verdieping. Er is een hal, een woonkamer, een keuken en een badkamer. Er is ook een slaapkamer. Het is licht en de vloer is schoon. Trappenhuis in het gebouw. Bezichtigingen op woensdagavond. Om te bezichtigen, stuur een e-mail met je naam en je nummer.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Bonjour, je loue un appartement. Il y a une chambre et un salon au premier étage. C'est calme et la salle de bain est à côté de la chambre.

Que sait-on de l'appartement ?

(Wat weet je over het appartement?)
2. Salut, c'est Marc. Pour la visite, entre par l'entrée puis monte l'escalier. La cuisine est au premier étage et les toilettes sont près du salon.

Où sont les toilettes ?

(Waar zijn de toiletten?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. À l'entrée, je ___ la porte derrière moi.

(Bij het binnenkomen sluit ik ___ de deur achter me.)

2. Dans la cuisine, nous ___ le sol après le repas.

(In de keuken maken wij ___ de vloer na de maaltijd.)

3. Dans l'annonce, il y a une chambre, et vous ___ les volets le soir.

(In de advertentie is er een slaapkamer, en u ___ 's avonds de luiken.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous appelez pour une annonce de location. Vous voulez vérifier les pièces principales. Posez une question simple. (Utilisez: la pièce, il y a, combien de)

(U belt naar aanleiding van een huuradvertentie. U wilt de belangrijkste kamers controleren. Stel een eenvoudige vraag. (Gebruik: de kamer, er is, hoeveel))

Dans l'appartement, il y a    

(In het appartement is er ...)

Voorbeeld:

Bonjour, dans l'appartement, il y a combien de pièces ?

(Hallo, in het appartement, hoeveel kamers zijn er?)

2. Un collègue vient chez vous pour un café. Vous lui montrez où il peut s'asseoir. Dites où est le salon. (Utilisez: le salon, à droite, à gauche)

(Een collega komt bij u langs voor een kopje koffie. U laat zien waar hij kan zitten. Zeg waar de woonkamer is. (Gebruik: de woonkamer, rechts, links))

Le salon est    

(De woonkamer is ...)

Voorbeeld:

Le salon est ici, à gauche, près de l'entrée.

(De woonkamer is hier, links, vlakbij de ingang.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Bonjour, je suis Madame Leroy, la propriétaire.

L’appartement est au 1er étage. Il y a une entrée, un salon, une cuisine, une chambre et une salle de bain avec toilettes. C’est calme.

Vous pouvez visiter mardi à 18h ou jeudi à 12h. Quel jour est possible pour vous ?


Hallo, ik ben Mevrouw Leroy, de eigenaresse.

Het appartement is op de 1e verdieping. Er is een hal, een woonkamer, een keuken, een slaapkamer en een badkamer met toilet. Het is rustig.

U kunt komen kijken op dinsdag om 18:00 of donderdag om 12:00. Welke dag komt u uit?


Nuttige zinnen:

  1. Bonjour Madame Leroy, je peux visiter...

    (Hallo Mevrouw Leroy, ik kan komen kijken...)

  2. Est-ce qu’il y a... ?

    (Is er... ?)

  3. C’est possible de... ?

    (Is het mogelijk om... ?)

Bonjour Madame Leroy,

Merci pour votre message. Je peux visiter jeudi à 12h. C’est possible ?
Est-ce qu’il y a un escalier ou un ascenseur pour le 1er étage ?
La cuisine est-elle grande ?

Merci, bonne journée.
Nadia

Hallo Mevrouw Leroy,

Bedankt voor uw bericht. Ik kan donderdag om 12:00 komen kijken. Is dat mogelijk?
Is er een trap of een lift naar de 1e verdieping?
Is de keuken groot?

Dank u, fijne dag.
Nadia