Apprendre à prononcer des sons de la langue française.

(Leren om klanken van de Franse taal uit te spreken.)

Kernidee: uitspraak = letters + context

In het Frans spreek je niet elke letter uit zoals je ze schrijft. Let vooral op:

  • vaste klankcombinaties (bv. ch, gn, oi)
  • slotmedeklinkers (meestal stil)
  • liaison (soms spreek je een slotletter wél uit omdat het volgende woord met een klinker begint)

Snelle klankgids (wat je vaak fout doet als Nederlandstalige)

CH /ʃ/ zoals sj cheval sje-val
GN /ɲ/ zoals nj montagne mon-ta-nje
OI /wa/ oiseau wa-zo
OU /u/ hibou ie-boe
EAU / AU / O /o/ eau, haut o, o
EU /ø/ (rondere eu) cheveu sjə-vø

Praktische tip: leer deze combinaties als “één klank” (niet letter voor letter).

Nasale klanken: AN/EN/ON/UN (niet ‘n’ uitspreken)

Bij an/en, on/om, un/um hoor je meestal geen uitgesproken n of m. Je “laat de klank in je neus resoneren”.

AN / EN / AM / EM /ɑ̃/ enfant, chambre, emporter
ON / OM /ɔ̃/ rond, tomber
UN / UM /œ̃/ brun, parfum
  • Valkuil: zeg niet en-fan-t met een duidelijke n en t.
  • Check jezelf: sluit je mond niet volledig op het einde (dan maak je vaak toch een “n”).

Slotmedeklinkers: meestal stil (maar niet altijd)

In het Frans worden eindletters vaak niet uitgesproken.

  • vousvoe (de s is stil)
  • petitpə-ti (de t is vaak stil)
  • Monsieurmə-sjø (geen uitgesproken r zoals in het Nederlands)

Handige vuistregel: spreek de slotmedeklinker alleen uit als je hem nodig hebt voor de verbinding (liaison) of als je weet dat hij meestal wél klinkt in dat woord.

Liaison: wanneer je een slotletter wél uitspreekt

Liaison = je koppelt de laatste (meestal stille) medeklinker van woord 1 aan de klinker van woord 2.

Zonder liaison Met liaison
vous êtes … vous êtesvou-z-êtes
les amis les amis → lé-z-ami
un ami un ami → un-n-ami

Wat je hoort: vaak klinkt er een extra “brugklank” z, t of n.

  • s / x → meestal /z/ (les amis → lé-z-ami)
  • n/n/ (un ami → un-n-ami)
  • d/t/ (grand ami → gran-t-ami)

Wanneer géén liaison (belangrijke uitzonderingen)

  • Tussen onderwerp en werkwoord:
    Vous êtes … → geen liaison volgens de regel in je cursus.
  • Met “et”:
    un chat et un chien (geen koppeling)
  • Voor een h aspiré (een “h” die de koppeling blokkeert):
    des haricots (geen liaison, geen elisie)

Praktische tip: zie je een h? Ga er niet automatisch van uit dat je mag verbinden. Veel woorden hebben een h aspiré en “blokkeren”.

Mini-stappenplan voor spreken (zelfcheck)

  1. Lees de zin in blokken (niet woord per woord).
  2. Streep slotletters weg die meestal stil zijn.
  3. Check verbinding: begint het volgende woord met een klinker?
    Ja → misschien liaison. Nee → meestal geen liaison.
  4. Check uitzonderingen: onderwerp+werkwoord? “et”? h aspiré? → dan niet verbinden.

Doel: je klinkt vloeiender en je uitspraak wordt voorspelbaar voor de luisteraar.

  1. De eindmedeklinkers worden meestal niet uitgesproken.
  2. In het Frans maken we een liaison tussen woorden. Dat betekent dat je de laatste letter van een woord verbindt met de eerste letter van het volgende woord (bv.: Les oiseaux ).
M /m/ Monde (Wereld)N /n/ Nature  (Natuur)
CH /ʃ/ Cheval (Paard)C ou S ou Ç /s/ Cinéma, souris, garçon (Bioscoop, muis, jongen)
GN /ɲ/ Montagne (Berg)C ou K ou Q /k/ Camion, ski, coq (Vrachtwagen, ski, haan)
G ou J /ʒ/ Girafe, jeu (Giraffe, spel)H (muet) Haricot (Boon)
G /g/ Guerre (Oorlog)EAU ou AU ou O /o/Haut, eau, moto (Hoog, water, motor)
OI /wa/ Oiseau (Vogel)EU /ø/ Cheveu (Haar)
OU /u/ Hibou (Uil)UN ou UM /œ̃/ Brun, parfum (Bruin, parfum)
AN ou EN ou EM ou AM /ɑ̃/ Enfant, chambre, emporter (Kind, kamer, meenemen)AIL ou EIL ou LL /aj/Travail, réveil, grille (Werk, wekker, roaster)
ON ou OM /ɔ̃/Rond, tomber (Rond, vallen)ER ou EZ ou É /e/ Manger, nez, musée (Eten, neus, museum)
AI ou ET ou Ê ou È /ɛ/ Vrai, complet, être, chèque (Waar, compleet, zijn, cheque)B /b/Bien (Goed)

Uitzonderingen!

  1. We maken geen liaison tussen het onderwerp en het werkwoord, met het woord "et", en met een geaspireerde "h" (ex : un chat et / un chien ; Des haricots. ).

Oefening 1: Grammatica in actie

Instructie: Stel jezelf voor en wissel je namen uit terwijl je op uitspraak en liaisons let.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
À une réunion d’équipe, vous rencontrez un nouveau collègue pour la première fois.
(Tijdens een teamvergadering ontmoet u voor het eerst een nieuwe collega.)

Bespreek
  • Comment tu t’appelles et quel est ton prénom ? (Hoe heet je en wat is je voornaam?)
  • Comment épelles-tu ton nom de famille ? (lentement) (Hoe spel je je achternaam? (langzaam))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Bonjour Monsieur / Madame, je m’appelle… (Goedendag Meneer / Mevrouw, ik heet…)
  • Mon nom est…, Mon prénom est… (Mijn naam is…, Mijn voornaam is…)
  • C’est Julien, c’est ma collègue / c’est le garçon de l’équipe (Dat is Julien, dat is mijn collega / dat is de jongeman van het team)

Gebruik in gesprek
  • Je m’appelle…, Mon prénom est… (faire la liaison si nécessaire) (Ik heet… / Mijn voornaam is… (maak de liaison indien nodig))
  • Épeler le nom et le prénom en articulant les sons (m/n, ch, gn, oi, ou) (Spel de achternaam en de voornaam en articuleer duidelijke klanken (m/n, ch, gn, oi, ou))
  • Prononcer la consonne finale seulement en cas de liaison (ex. «les_amis», «Monsieur_Dupont») (Spreek de slotmedeklinker alleen uit bij een liaison (bv. les amis, Monsieur Dupont))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Azéline Perrin

bacheloropleiding in toegepaste vreemde talen

Université de Lorraine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 11/03/2026 04:25