Wortschatz (16)

De boodschappenlijst

De boodschappenlijst Anzeigen

Einkaufsliste Anzeigen

De kassa

De kassa Anzeigen

Kasse Anzeigen

De cassière

De cassière Anzeigen

Kassiererin Anzeigen

Het winkelkarretje

Het winkelkarretje Anzeigen

Einkaufswagen Anzeigen

De supermarkt

De supermarkt Anzeigen

Supermarkt Anzeigen

De markt

De markt Anzeigen

Markt Anzeigen

Het fruit

Het fruit Anzeigen

Obst Anzeigen

De groente

De groente Anzeigen

Gemüse Anzeigen

Het vlees

Het vlees Anzeigen

Fleisch Anzeigen

De yoghurt

De yoghurt Anzeigen

Joghurt Anzeigen

Boodschappen doen

Boodschappen doen Anzeigen

Einkaufen gehen Anzeigen

Winkelen

Winkelen Anzeigen

Einkaufen Anzeigen

Nodig hebben

Nodig hebben Anzeigen

Brauchen Anzeigen

Aanbieden

Aanbieden Anzeigen

Anbieten Anzeigen

Kopen (kaufen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) koop
(jij/je) koopt
(hij/zij/ze/het) koopt
(wij/we) kopen
(jullie) kopen
(zij/ze) kopen

Winkelen (einkaufen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) winkel
(jij/je) winkelt
(hij/zij/ze/het) winkelt
(wij/we) winkelen
(jullie) winkelen
(zij/ze) winkelen