2. Wortschatz (11)

De acteur

De acteur Anzeigen

De acteur Anzeigen

De actrice

De actrice Anzeigen

De actrice Anzeigen

De bioscoop

De bioscoop Anzeigen

De bioscoop Anzeigen

Het concert

Het concert Anzeigen

Het concert Anzeigen

Het evenement

Het evenement Anzeigen

Het evenement Anzeigen

Het theater

Het theater Anzeigen

Het theater Anzeigen

De discotheek

De discotheek Anzeigen

De discotheek Anzeigen

De show

De show Anzeigen

De show Anzeigen

De televisie

De televisie Anzeigen

De televisie Anzeigen

De uitnodiging

De uitnodiging Anzeigen

De uitnodiging Anzeigen

4. Übungen

Übung 1: Korrespondenz verfassen

Anleitung: Schreibe eine Antwort auf folgende Nachricht, die der Situation angemessen ist.

WhatsApp: Du bekommst eine WhatsApp-Nachricht von deinem niederländischen Freund Mark über Pläne für Freitagabend; antworte ihm und macht zusammen einen Plan.


Mark 👋

Hoi! Het is bijna vrijdag 😊. Zullen we vrijdagavond iets leuks doen?

Ik denk aan een film in de bioscoop of een concert in de stad. Ik heb twee kaartjes voor een kleine show in een café. We kunnen ook eerst iets drinken.

Wat wil jij doen? En hoe laat kun je?

Groetjes,
Mark


Mark 👋

Hoi! Het is bijna vrijdag 😊. Zullen we vrijdagavond iets leuks doen?

Ik denk aan een film in de bioscoop of een concert in de stad. Ik heb twee kaartjes voor een kleine show in een café. We kunnen ook eerst iets drinken.

Wat wil jij doen? En hoe laat kun je?

Groetjes,
Mark


Verstehe den Text:

  1. Wat voor ideeën heeft Mark voor vrijdagavond? Noem twee opties.

    (Welche Ideen hat Mark für Freitagabend? Nenne zwei Optionen.)

  2. Wat vraagt Mark aan het einde van zijn bericht over jouw tijd?

    (Was fragt Mark am Ende seiner Nachricht bezüglich deiner Zeit?)

Nützliche Redewendungen:

  1. Hoi Mark, bedankt voor je bericht.

    (Hoi Mark, bedankt voor je bericht.)

  2. Zullen we ...?

    (Zullen we ...?)

  3. Ik kan om ... uur.

    (Ik kan om ... uur.)

Hoi Mark,

Leuk bericht, dank je! Vrijdagavond kan ik.

Ik ga liever naar de show in het café. Dat lijkt me gezellig. Zullen we eerst iets drinken en dan naar de show gaan?

Ik kan om 19.30 uur in de stad zijn. Is dat goed voor jou?

Groetjes,
[Je naam]

Hoi Mark,

Leuk bericht, dank je! Vrijdagavond kan ik.

Ich würde lieber zur Show im Café gehen. Das klingt gemütlich. Wollen wir zuerst etwas trinken und dann zur Show gehen?

Ich kann um 19:30 Uhr in der Stadt sein. Passt dir das?

Groetjes,
[Je naam]

Übung 2: Ein Wort zuordnen

Anleitung: Ordne jeden Anfang mit dem richtigen Ende zu.

Zullen we vrijdagavond naar het concert in Tivoli gaan? (Wollen wir am Freitagabend ins Konzert in Tivoli gehen?)
Ik stuur je vanmiddag een uitnodiging voor de show. (Ich schicke dir heute Nachmittag eine Einladung zur Show.)
Gaan we eerst naar de bioscoop en daarna naar de discotheek? (Gehen wir zuerst ins Kino und danach in die Disko?)
De acteur in dat theaterstuk is in Nederland heel bekend. (Der Schauspieler in diesem Theaterstück ist in den Niederlanden sehr bekannt.)

Übung 3: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wählen Sie die richtige Lösung

1. ___ we vrijdagavond naar de bioscoop gaan?

(___ wir am Freitagabend ins Kino gehen?)

2. ___ ik de kaartjes voor de film online kopen?

(___ ich die Karten für den Film online kaufen?)

3. Jij ___ de discotheek wel leuk vinden, er is vanavond een grote show.

(Du ___ die Diskothek sicher mögen, es gibt heute Abend eine große Show.)

4. Zij ___ het concert wel druk vinden, dus we komen op tijd.

(Sie ___ das Konzert bestimmt voll finden, also kommen wir pünktlich.)

Übung 4: Dialogkarten

Anleitung: Wähle eine Situation aus und übe das Gespräch mit deinem Lehrer oder deinen Mitschülern.

Übung 5: Auf die Situation reagieren

Anleitung: Übe zu zweit oder mit deiner Lehrkraft.

1. Je stuurt een WhatsApp-bericht naar een collega die je aardig vindt. Je wilt samen naar een concert op vrijdagavond. Nodig je collega uit en zeg waarom je het leuk vindt. (Gebruik: Het concert, vrijdagavond, zin hebben)

(Du schickst eine WhatsApp-Nachricht an eine:n Kolleg:in, den/die du sympathisch findest. Du möchtest am Freitagabend gemeinsam zu einem Konzert gehen. Lade deine:n Kolleg:in ein und sag, warum du das schön findest. (Verwende: Het concert, vrijdagavond, zin hebben))

Ik wil vrijdag  

(Ik wil vrijdag...)

Beispiel:

Ik wil vrijdag naar het concert. Ik heb zin om samen te gaan.

(Ik wil vrijdag naar het concert. Ik heb zin om samen te gaan.)

2. Je vriend(in) vraagt: ‘Wat doe jij vanavond?’. Jij hebt een uitnodiging voor een feestje in een discotheek. Vertel wat je gaat doen en nodig je vriend(in) uit. (Gebruik: De uitnodiging, de discotheek, kom je mee)

(Deine Freundin/Dein Freund fragt: 'Wat doe jij vanavond?'. Du hast eine Einladung zu einer Party in einem Club. Sag, was du vorhast, und lade deine:n Freund:in ein. (Verwende: De uitnodiging, de discotheek, kom je mee))

Ik heb een  

(Ik heb een...)

Beispiel:

Ik heb een uitnodiging voor een feestje in een discotheek. Kom je mee?

(Ik heb een uitnodiging voor een feestje in een discotheek. Kom je mee?)

3. Je huisgenoot wil thuis televisie kijken, maar jij wilt naar de bioscoop. Zeg wat jij wilt doen en vraag of hij/zij mee gaat. (Gebruik: De bioscoop, de televisie, zullen we)

(Deine Mitbewohnerin/Dein Mitbewohner möchte zu Hause fernsehen, aber du willst ins Kino. Sag, was du tun möchtest, und frag, ob er/sie mitkommt. (Verwende: De bioscoop, de televisie, zullen we))

Zullen we vanavond  

(Zullen we vanavond...)

Beispiel:

Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan? Ik wil liever niet televisie kijken.

(Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan? Ik wil liever niet televisie kijken.)

4. Je vriendin is moe en twijfelt: thuis blijven of naar een show in het theater gaan. Jij wilt graag naar het theater. Stel een plan voor en zeg hoe laat je wilt gaan. (Gebruik: Het theater, de show, zullen we om ...)

(Deine Freundin ist müde und unentschlossen: zu Hause bleiben oder zu einer Show im Theater gehen. Du möchtest gern ins Theater. Mach einen Vorschlag und sag, um wie viel Uhr ihr gehen könntet. (Verwende: Het theater, de show, zullen we om ...))

Zullen we naar  

(Zullen we naar...)

Beispiel:

Zullen we naar het theater gaan? De show is leuk. We kunnen om acht uur gaan.

(Zullen we naar het theater gaan? De show is leuk. We kunnen om acht uur gaan.)

Übung 6: Schreibübung

Anleitung: Schreibe 4 oder 5 Sätze, in denen du eine Freundin/einen Freund oder eine Kollegin/einen Kollegen zu einem Freitagabend-Ausflug einlädst und erzählst, was ihr machen werdet.

Nützliche Ausdrücke:

Zullen we vrijdagavond … ? / Heb je zin om mee te gaan naar … ? / We kunnen eerst … en daarna … / Laat je het mij weten als je mee wilt?

Oefening 7: Gesprächsübung

Instructie:

  1. Beschrijf je avondactiviteit. (Beschreiben Sie Ihre Abendaktivität.)
  2. Vraag elkaar welke culturele activiteit ze prefereren. (Fragt euch gegenseitig, welche kulturelle Aktivität ihr bevorzugt.)
  3. Nodig iemand uit voor je evenement. (Lade jemanden ein, an deinem Event teilzunehmen.)

Unterrichtsrichtlinien +/- 10 Minuten

Beispielsätze:

Ik ga volgende vrijdag naar een concert.

Ich gehe nächsten Freitag zu einem Konzert.

Ik ga graag naar de bioscoop.

Ich liebe es, ins Kino zu gehen.

Wil je met me mee naar het concert?

Möchtest du mit mir zum Konzert gehen?

Ik wil vanavond gaan dansen.

Ich möchte heute Abend tanzen gehen.

Heb je zin in karaoke vanavond?

Hast du Lust auf Karaoke heute Abend?

Wil je met me naar de show in de stad?

Möchtest du mit mir in der Stadt die Show sehen?

...