Übung 1: Ein Wort zuordnen
Anleitung: Ordne jeden Anfang mit dem richtigen Ende zu.
Übung 2: Prüfungsvorbereitung
Anleitung: Lies den Text, fülle die Lücken mit den fehlenden Wörtern und beantworte die untenstehenden Fragen.
Uitnodiging voor etentje
Fülle die Lücken aus: pan, kom, mes, bord, pot, vork, lepel, af, Op, glas
(Einladung zum Abendessen)
Beste buren,
Zaterdagavond komen er vrienden eten bij mij. Ik dek de tafel in de woonkamer. de tafel leg ik eerst een groot en een kleine . Links van het bord leg ik een ; rechts leg ik een en een . Boven het bord staat een voor water. De met pasta staat op het fornuis en de met saus staat in de keuken, naast het fornuis. Na het eten wassen we samen in de keuken.
Willen jullie om zeven uur komen? Ik zorg voor het eten en de drank. Willen jullie misschien brood en kaas meenemen? Dan maak ik een klein kaasplankje. Ik vind het leuk om samen aan tafel te zitten en gezellig te praten.
Groeten,
MariekeLiebe Nachbarn,
am Samstagabend kommen Freunde zu mir zum Essen. Ich decke den Tisch im Wohnzimmer. Auf den Tisch lege ich zuerst einen großen Teller und eine kleine Schale. Links vom Teller lege ich eine Gabel; rechts lege ich ein Messer und einen Löffel. Über dem Teller steht ein Glas für Wasser. Die Pfanne mit Pasta steht auf dem Herd und der Topf mit Sauce steht in der Küche, neben dem Herd. Nach dem Essen spülen wir zusammen in der Küche ab.
Wollt ihr um sieben Uhr kommen? Ich sorge für das Essen und die Getränke. Könntet ihr vielleicht Brot und Käse mitbringen? Dann mache ich eine kleine Käseplatte. Ich freue mich, gemeinsam am Tisch zu sitzen und gemütlich zu plaudern.
Viele Grüße,
Marieke
Übung 3: Hören Sie zu und beantworten Sie die Fragen
Anleitung: Hören Sie sich die Audiofragmente an und wählen Sie die richtige Antwort auf die Fragen.
Wat vraagt de spreker om te doen?
Wat moet de luisteraar klaarzetten op tafel?
Übung 4: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wählen Sie die richtige Lösung
1. Ik ___ het brood op het aanrecht en leg de plakken op het bord.
(Ik ___ het brood op het aanrecht en leg de plakken op het bord.)2. Jij ___ de kaas op de plank en zet het bord naast de pan.
(Jij ___ de kaas op de plank en zet het bord naast de pan.)3. Hij ___ de groente in kleine stukjes en legt ze in de kom op tafel.
(Hij ___ de groente in kleine stukjes en legt ze in de kom op tafel.)Übung 5: Dialogkarten
Anleitung: Übe das Gespräch mit deinem Lehrer oder deinen Mitschülern.
Übung 6: Auf die Situation reagieren
Anleitung: Übe zu zweit oder mit deiner Lehrkraft.
1. Je hebt collega’s op bezoek voor een simpele lunch bij jou thuis. Je dekt de tafel en een collega vraagt: “Wat heb je nog nodig op de tafel?” Antwoord. (Gebruik: het bord, op tafel, nog nodig)
(Du hast Kolleg*innen zu Besuch für ein einfaches Mittagessen bei dir zu Hause. Du deckst den Tisch und eine Kollegin fragt: „Wat heb je nog nodig op de tafel?“ Antworte. (Gebruik: het bord, op tafel, nog nodig))Ik heb nog
(Ik heb nog ...)Beispiel:
Ik heb nog een bord op tafel nodig.
(Ik heb nog een bord op tafel nodig.)2. Je kookt bij vrienden. Jij staat in de keuken en een vriend(in) staat bij de kast. Vraag om iets voor de soep. (Gebruik: de kom, alsjeblieft, soep)
(Du kochst bei Freund*innen. Du stehst in der Küche und eine Freundin steht am Schrank. Bitte um etwas für die Suppe. (Gebruik: de kom, alsjeblieft, soep))Mag ik een
(Mag ik een ...)Beispiel:
Mag ik een kom voor de soep, alsjeblieft?
(Mag ik een kom voor de soep, alsjeblieft?)Übung 7: Korrespondenz verfassen
Anleitung: Schreibe eine Antwort auf folgende Nachricht, die der Situation angemessen ist.
Hoi [jouw naam],
Ik kom vanavond om 18.30 uur. Leuk!
Wil je dat ik help met de tafel dekken? Wat staat al op tafel? Zijn de borden en het bestek al klaar?
Moet ik nog iets meenemen, bijvoorbeeld extra glazen of een grote kom voor salade?
Laat maar weten.
Groetjes,
Lieke
Hoi [jouw naam],
Ik kom vanavond om 18.30 uur. Leuk!
Wil je dat ik help met de tafel dekken? Wat staat al op tafel? Zijn de borden en het bestek al klaar?
Moet ik nog iets meenemen, bijvoorbeeld extra glazen of een grote kom voor salade?
Laat maar weten.
Groetjes,
Lieke
Nützliche Redewendungen:
-
Hoi Lieke, bedankt!
(Hoi Lieke, bedankt!)
-
De borden en het bestek staan al klaar.
(De borden en het bestek staan al klaar.)
-
Kun je een grote kom meenemen, alsjeblieft?
(Kun je een grote kom meenemen, alsjeblieft?)
Leuk dat je om 18.30 uur komt.
De tafel is bijna klaar. De borden staan in het midden van de tafel en het bestek ligt naast de borden. De glazen staan boven de messen. Er staat ook een pot met bloemen in het midden.
Kun je één grote kom voor de salade meenemen en misschien twee extra glazen? Dan is alles compleet.
Tot vanavond!
Groetjes,
[jouw naam]
Hoi Lieke,
Schön, dass du um 18:30 kommst.
Der Tisch ist fast fertig. Die Teller stehen in der Mitte des Tisches und das Besteck liegt neben den Tellern. Die Gläser stehen über den Messern. In der Mitte steht auch ein Blumenstrauß.
Kannst du eine große Schüssel für den Salat mitbringen und vielleicht zwei zusätzliche Gläser? Dann ist alles komplett.
Bis heute Abend!
Liebe Grüße,
[jouw naam]