Wortschatz (13)

De sport

De sport Anzeigen

Der Sport Anzeigen

Het voetbal

Het voetbal Anzeigen

Der Fußball Anzeigen

Het basketbal

Het basketbal Anzeigen

Der Basketball Anzeigen

Het tennis

Het tennis Anzeigen

Das Tennis Anzeigen

De wedstrijd

De wedstrijd Anzeigen

Das Spiel / Der Wettkampf Anzeigen

Fietsen

Fietsen Anzeigen

Radfahren Anzeigen

Spelen

Spelen Anzeigen

Spielen Anzeigen

Sporten

Sporten Anzeigen

Sport treiben Anzeigen

Zwemmen

Zwemmen Anzeigen

Schwimmen Anzeigen

Bewegen

Bewegen Anzeigen

Sich bewegen Anzeigen

Zwemmen (schwimmen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) zwem
(jij/je) zwemt
(hij/zij/ze/het) zwemt
(wij/we) zwemmen
(jullie) zwemmen
(zij/ze) zwemmen

Sporten (sport treiben)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gesport
(jij/je) hebt/heb gesport
(hij/zij/ze/het) heeft gesport
(wij/we) hebben gesport
(jullie) hebben gesport
(zij/ze) hebben gesport

Spelen (spielen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) speel
(jij/je) speelt
(hij/zij/ze/het) speelt
(wij/we) spelen
(jullie) spelen
(zij/ze) spelen