Übung 1: Ein Wort zuordnen

Anleitung: Ordne jeden Anfang mit dem richtigen Ende zu.

Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan? (Wollen wir heute Abend ins Kino gehen?)
Ik stuur je straks een uitnodiging voor het concert. (Ich schicke dir gleich eine Einladung zum Konzert.)
Zullen we eerst iets eten en daarna naar het theater? (Wollen wir zuerst etwas essen und dann ins Theater gehen?)
Zij zullen vanavond waarschijnlijk naar de discotheek in het centrum gaan. (Sie werden heute Abend wahrscheinlich in die Disko im Zentrum gehen.)

Übung 2: Prüfungsvorbereitung

Anleitung: Lies den Text, fülle die Lücken mit den fehlenden Wörtern und beantworte die untenstehenden Fragen.


Uitnodiging: Vrijdagavond in de stad

Fülle die Lücken aus: zullen, bioscoop, wel, Utrecht, concert, actrice, evenement

(Einladung: Freitagabend in der Stadt)

Hoi collega’s,

Vrijdag is onze teamavond in . We beginnen om 18.00 uur met een drankje en praten kort bij. Daarna kunnen we samen naar de . Er draait een nieuwe Nederlandse film met een bekende . Liever muziek? In de buurt is ook een klein in een café. We kopen de kaartjes niet van tevoren.

Stuur vandaag een e-mail als je komt. Schrijf ook wat je liever hebt: film of concert. Dan beslissen we samen: we naar de film gaan of naar het concert? Na de film of het concert kunnen we nog iets drinken. Misschien is er ook een leuk op het plein. Dat zien we vrijdag .
Hallo Kolleginnen und Kollegen,

am Freitag ist unser Teamabend in Utrecht. Wir starten um 18:00 Uhr mit einem Getränk und plaudern kurz. Danach können wir gemeinsam ins Kino gehen. Es läuft ein neuer niederländischer Film mit einer bekannten Schauspielerin. Lieber Musik? In der Nähe gibt es auch ein kleines Konzert in einem Café. Die Karten kaufen wir nicht im Voraus.

Schicke heute eine E‑Mail, wenn du kommst. Schreib auch, was du lieber hättest: Film oder Konzert. Dann entscheiden wir gemeinsam: gehen wir ins Kino oder zum Konzert? Nach dem Film oder Konzert können wir noch etwas trinken. Vielleicht ist auf dem Platz auch eine nette Veranstaltung. Das sehen wir dann am Freitag.

Übung 3: Hören Sie zu und beantworten Sie die Fragen

Anleitung: Hören Sie sich die Audiofragmente an und wählen Sie die richtige Antwort auf die Fragen.

1. Hoi Lisa, zullen we vrijdagavond naar de bioscoop gaan? Er draait een nieuwe film. Zullen we om acht uur bij de ingang afspreken?

Wat stelt de spreker voor om vrijdagavond te doen?

(Was schlägt die Sprecherin vor, am Freitagabend zu tun?)
2. Zullen we vanavond naar het concert in de stad gaan? De band is heel goed en speelt tot elf uur. Anders kijken we morgen wel televisie.

Wat wil de spreker vanavond graag doen?

(Was möchte der Sprecher heute Abend gern tun?)

Übung 4: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wählen Sie die richtige Lösung

1. ___ we vrijdagavond naar de bioscoop gaan?

(___ wir am Freitagabend ins Kino gehen?)

2. ___ ik de kaartjes voor het concert kopen?

(___ ich die Karten für das Konzert kaufen?)

3. Jij ___ het theaterstuk vast leuk vinden.

(Jij ___ het theaterstuk vast leuk vinden.)

Übung 5: Dialogkarten

Anleitung: Übe das Gespräch mit deinem Lehrer oder deinen Mitschülern.

Übung 6: Auf die Situation reagieren

Anleitung: Übe zu zweit oder mit deiner Lehrkraft.

1. Je stuurt een collega een appje. Jij wilt vrijdagavond naar de bioscoop. Nodig je collega uit. (Gebruik: de bioscoop, vrijdagavond, meegaan)

(Du schickst einer Kollegin/einem Kollegen eine Nachricht. Du möchtest am Freitagabend ins Kino gehen. Lade deine Kollegin/deinen Kollegen ein. (Verwende: de bioscoop, vrijdagavond, meegaan))

Zullen we vrijdag    

(Sollen wir am Freitag ...)

Beispiel:

Zullen we vrijdag naar de bioscoop gaan?

(Sollen wir am Freitag ins Kino gehen?)

2. Je praat met een vriend. In de stad is een groot evenement met muziek en eten. Doe een voorstel om samen te gaan op vrijdagavond. (Gebruik: het evenement, leuk, gaan)

(Du sprichst mit einem Freund. In der Stadt gibt es eine große Veranstaltung mit Musik und Essen. Schlage vor, am Freitagabend zusammen hinzugehen. (Verwende: het evenement, leuk, gaan))

Zullen we naar    

(Sollen wir zum ...)

Beispiel:

Zullen we naar het evenement in de stad gaan?

(Sollen wir zum Ereignis in der Stadt gehen?)

Übung 7: Korrespondenz verfassen

Anleitung: Schreibe eine Antwort auf folgende Nachricht, die der Situation angemessen ist.


Sam 🟢
Hee, hoe gaat het? 😊

Zullen we vrijdagavond iets leuks doen na het werk?

Ik twijfel nog:

  • naar de bioscoop?
  • of naar een klein concert in het centrum?

Heb jij tijd? Wat vind jij leuker?
We kunnen ook eerst iets drinken.

Laat maar weten!
Groetjes,
Sam


Sam 🟢
Hee, hoe gaat het? 😀

Zullen we vrijdagavond iets leuks doen na het werk?

Ik twijfel nog:

  • naar de bioscoop?
  • of naar een klein concert in het centrum?

Heb jij tijd? Wat vind jij leuker?
We kunnen ook eerst iets drinken.

Laat maar weten!
Groetjes,
Sam


Nützliche Redewendungen:

  1. Dank je voor je bericht.

    (Danke für deine Nachricht.)

  2. Vrijdagavond heb ik wel/geen tijd.

    (Am Freitagabend habe ich Zeit / keine Zeit.)

  3. Zullen we eerst iets drinken?

    (Sollen wir zuerst etwas trinken?)

Hee Sam,

Dank je voor je bericht. Met mij gaat het goed.

Vrijdagavond heb ik tijd. Ik ga liever naar het concert dan naar de bioscoop. Samen naar live muziek luisteren vind ik leuk.

Zullen we eerst iets drinken en daarna naar het concert gaan? Zeg maar hoe laat en waar we afspreken.

Groetjes,
[je naam]

Hee Sam,

Danke für deine Nachricht. Mir geht es gut.

Am Freitagabend habe ich Zeit. Ich würde lieber zum Konzert gehen als ins Kino. Zusammen Live‑Musik zu hören macht mir Spaß.

Sollen wir zuerst etwas trinken und danach zum Konzert gehen? Sag mir einfach, wann und wo wir uns treffen.

Liebe Grüße,
[dein Name]