Wortschatz (20)

De dag

De dag Anzeigen

Der Tag Anzeigen

De ochtend

De ochtend Anzeigen

Der Morgen Anzeigen

De middag

De middag Anzeigen

Der Nachmittag Anzeigen

De avond

De avond Anzeigen

Der Abend Anzeigen

De nacht

De nacht Anzeigen

Die Nacht Anzeigen

Maandag

Maandag Anzeigen

Montag Anzeigen

Dinsdag

Dinsdag Anzeigen

Dienstag Anzeigen

Woensdag

Woensdag Anzeigen

Mittwoch Anzeigen

Donderdag

Donderdag Anzeigen

Donnerstag Anzeigen

Vrijdag

Vrijdag Anzeigen

Freitag Anzeigen

Zaterdag

Zaterdag Anzeigen

Samstag Anzeigen

Zondag

Zondag Anzeigen

Sonntag Anzeigen

Gisteren

Gisteren Anzeigen

Gestern Anzeigen

's Morgens

's Morgens Anzeigen

Morgens Anzeigen

's Middags

's Middags Anzeigen

Nachmittags Anzeigen

's Avonds

's Avonds Anzeigen

Abends Anzeigen

's Nachts

's Nachts Anzeigen

Nachts Anzeigen

Beginnen (beginnen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) begin
(jij/je) begint
(hij/zij/ze/het) begint
(wij/we) beginnen
(jullie) beginnen
(zij/ze) beginnen

Eten (essen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) eet
(jij/je) eet
(hij/zij/ze/het) eet
(wij/we) eten
(jullie) eten
(zij/ze) eten

Maken (machen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) maak
(jij/je) maakt
(hij/zij/ze/het) maakt
(wij/we) maken
(jullie) maken
(zij/ze) maken