'Zijn', 'gaan', 'hebben', 'zullen' zijn veelgebruikte onregelmatige werkwoorden.

('Zijn', 'gaan', 'hebben', 'zullen' sind häufig verwendete unregelmäßige Verben.)

  1. 'Zijn' und 'hebben' sind die am häufigsten verwendeten Hilfsverben.
  2. 'Gaan' wird für zukünftige Handlungen mit einem Infinitiv verwendet.
  3. 'Zullen' drückt ein Versprechen, einen Vorschlag oder die Zukunft aus.
Werkwoord (Verb)Ik (Ich)Jij/u (Du/Sie)Hij/zij/het (Er/sie/es)Wij/jullie/zij (Wir/ihr/sie)
Zijn (Sein)benbentiszijn
Hebben (Haben)hebhebtheefthebben
Gaan (Gehen)gagaatgaatgaan
Zullen (Werden / sollen)zalzalzalzullen

Übung 1: Häufig verwendete unregelmäßige Verben

Anleitung: Füllen Sie das richtige Wort ein.

Übersetzung anzeigen Antworten zeigen

zullen, is, heeft, gaat, ga, ben, heb

1. Zullen:
Morgen ... we naar het strand gaan.
(Morgen werden wir zum Strand gehen.)
2. Hebben:
Zij ... een armband om haar arm.
(Sie trägt ein Armband am Arm.)
3. Zijn:
Hij ... moe en legt zijn hoofd op het kussen.
(Er ist müde und legt seinen Kopf auf das Kissen.)
4. Hebben:
Ik ... pijn in mijn buik na het eten.
(Ich habe nach dem Essen Bauchschmerzen.)
5. Gaan:
Hij ... op blote voeten door het zand.
(Er geht barfuß durch den Sand.)
6. Gaan:
Het ... goed met mijn gezondheid.
(Es geht mir gesundheitlich gut.)
7. Zijn:
Ik ... blij met mijn lange haar.
(Ich bin froh über mein langes Haar.)
8. Gaan:
Ik ... naar de dokter omdat mijn vinger pijn doet.
(Ich gehe zum Arzt, weil mein Finger weh tut.)

Übung 2: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wähle die richtige Antwort

1. Ik ___ vandaag ziek; mijn hoofd en mijn buik doen pijn.

Ik ___ vandaag ziek; mijn hoofd en mijn buik doen pijn.)

2. Jij ___ koorts en een pijnlijke rug; je gaat naar huis.

Jij ___ koorts en een pijnlijke rug; je gaat naar huis.)

3. U ___ straks naar de fysiotherapeut voor uw nek en uw schouder.

U ___ straks naar de fysiotherapeut voor uw nek en uw schouder.)

4. Morgen ___ ik bellen om te vragen hoe het met uw rug en uw been is.

Morgen ___ ik bellen om te vragen hoe het met uw rug en uw been is.)

Übung 3: Umschreiben Sie die Ausdrücke

Anleitung: Formuliere die Sätze mit dem richtigen Verb (sein, haben, gehen, werden) und der korrekten Personalform.

Anzeigen/Übersetzung ausblenden Hinweise einblenden/ausblenden
  1. Hinweis Hinweis (zijn) Ik ziek.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik ben ziek.
    (Ik ben ziek.)
  2. Hinweis Hinweis (hebben) Jij koorts.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jij hebt koorts.
    (Jij hebt koorts.)
  3. Hinweis Hinweis (gaan) Wij morgen naar de bedrijfsarts.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij gaan morgen naar de bedrijfsarts.
    (Wij gaan morgen naar de bedrijfsarts.)
  4. Hinweis Hinweis (gaan) Hij vanmiddag naar huis.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij gaat vanmiddag naar huis.
    (Hij gaat vanmiddag naar huis.)
  5. Hinweis Hinweis (zullen) Jullie later een e-mail naar HR schrijven.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jullie zullen later een e-mail naar HR schrijven.
    (Jullie zullen later een e-mail naar HR schrijven.)
  6. Hinweis Hinweis (zullen) U morgen weer op kantoor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    U zult morgen weer op kantoor zijn.
    (U zult morgen weer op kantoor zijn.)

Geschrieben von

Dieser Inhalt wurde vom pädagogischen Team von coLanguage entworfen und überprüft. Über coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Wirtschaft und Sprachen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Zuletzt aktualisiert:

Freitag, 09/01/2026 03:19