Bonus: lang zullen ze leven! Nederlands verjaardagslied.
Bonus: lang werden sie leben! Niederländisches Geburtstagslied.

Übung 1: Sprachimmersion

Anleitung: Erkenne das angezeigte Vokabular im Video.

Wort Übersetzung
Gelukkige verjaardag Alles Gute zum Geburtstag
De verjaardag Der Geburtstag
Het feest Die Feier
Vieren feiern
Lang zullen ze leven, lang zullen ze leven, (Lang sollen sie leben, lang sollen sie leben,)
lang zullen ze leven in de gloria, (lang sollen sie leben in Gloria,)
in de gloria, in de gloria. (in Gloria, in Gloria.)
Hiep hiep hiep, hoera! (Hiep hiep hiep, hoera!)
Hiep hiep hiep, hoera! (Hiep hiep hiep, hoera!)

Verständnisfragen:

  1. Waar gaat dit lied over? Een verjaardag, een werkdag of een vakantie?

    (Worum geht es in diesem Lied? Um einen Geburtstag, einen Arbeitstag oder um Urlaub?)

  2. Wat roepen de mensen na het lied om de jarige te vieren?

    (Was rufen die Leute nach dem Lied, um das Geburtstagskind zu feiern?)

  3. Wanneer kun je dit lied zingen: op een verjaardag of op een vergadering?

    (Wann kann man dieses Lied singen: bei einem Geburtstag oder bei einer Versammlung?)

Übung 2: Dialog

Anleitung: Lesen Sie den Dialog und beantworten Sie die Fragen.

Je leeftijd en verjaardag

Dein Alter und Geburtstag
1. Jeroen: Hoi Mila! Wanneer ben jij jarig? (Hoi Mila! Wanneer ben jij jarig?)
2. Mila: Ik ben jarig op 2 oktober. En jij? (Ik ben jarig op 2 oktober. En jij?)
3. Jeroen: Ik op 20 juni. Ik word dertig dit jaar. (Ik op 20 juni. Ik word dertig dit jaar.)
4. Mila: Wat leuk! Ik word tweeëndertig dit jaar. (Wat leuk! Ik word tweeëndertig dit jaar.)
5. Jeroen: Geef je een verjaardagsfeest? (Geef je een verjaardagsfeest?)
6. Mila: Ja! Mijn opa en oma zijn er altijd. Mijn ouders, mijn zus en drie neven ook. (Ja! Mijn opa en oma zijn er altijd. Mijn ouders, mijn zus en drie neven ook.)
7. Jeroen: Ik nodig mijn moeder, mijn broer en mijn nichtje uit. (Ik nodig mijn moeder, mijn broer en mijn nichtje uit.)
8. Mila: Wat gezellig. Hoe oud is jouw nichtje? (Wat gezellig. Hoe oud is jouw nichtje?)
9. Jeroen: Zij is vijf jaar oud. (Zij is vijf jaar oud.)
10. Mila: En jouw moeder? (En jouw moeder?)
11. Jeroen: Mijn moeder is tweeënzestig jaar. (Mijn moeder is tweeënzestig jaar.)
12. Mila: Mooi. Gelukkige verjaardag, alvast! (Mooi. Gelukkige verjaardag, alvast!)

1. Lees de dialoog. Wie is er op 2 oktober jarig?

(Lees de dialoog. Wie is er op 2 oktober jarig?)

2. Hoe oud wordt Jeroen dit jaar?

(Hoe oud wordt Jeroen dit jaar?)

Übung 3: Offene Gesprächsfragen

Anleitung: Beantworte die Fragen und korrigiere sie mit deinem Lehrer.

  1. Kunt u iets over uzelf vertellen: hoe oud bent u en wanneer bent u jarig?
    Können Sie etwas über sich erzählen: Wie alt sind Sie und wann haben Sie Geburtstag?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Kunt u kort beschrijven hoe u meestal uw verjaardag viert? Met wie en waar?
    Können Sie kurz beschreiben, wie Sie normalerweise Ihren Geburtstag feiern? Mit wem und wo?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Wanneer was uw laatste verjaardag en wat heeft u toen gedaan?
    Wann war Ihr letzter Geburtstag und was haben Sie damals gemacht?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. U geeft een klein verjaardagsfeest voor collega’s of vrienden in Nederland. Wat bereidt u voor het feest? Vertel kort.
    Sie geben ein kleines Geburtstagsfest für Kolleginnen und Kollegen oder Freunde in den Niederlanden. Was bereiten Sie für das Fest vor? Erzählen Sie kurz.

    __________________________________________________________________________________________________________