Spaanse A1 (beginners) leesmaterialen (met audio)

Spaans A1 lees-, audio- en luistermateriaal. Immersieve, praktijkgerichte inhoud met oefeningen.

A1.1.1: ¿Cómo presentarse? (Hoe zich voor te stellen?)

Hoofdstuk: Saludos y despedidas (Groeten en afscheid)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.2.1: El primer día del trabajo (De eerste werkdag)

Hoofdstuk: Decir tu nombre (Je naam zeggen)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.3.1: ¿De dónde eres? (Waar kom jij vandaan?)

Hoofdstuk: ¿De dónde eres? (Waar kom je vandaan?)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.4.1: Al mercado (naar de markt)

Hoofdstuk: Números y contar (Cijfers en tellen)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.5.1: En la casa de la abuela (In het huis van oma)

Hoofdstuk: Familia (Familie)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.6.1: ¡Es hora de celebrar! (Het is tijd om te vieren!)

Hoofdstuk: Decir tu edad (Je leeftijd zeggen)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.7.1: ¿A qué te dedicas? (Wat doe je voor werk?)

Hoofdstuk: Profesiones y estudios (Beroepen en studies)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.8.1: ¿Cómo funciona la carta digital de Correos? (Hoe werkt de digitale brief van Correos?)

Hoofdstuk: Dirección y datos de contacto (Adres en contactgegevens)
Module 1 (A1): Presentarse (Jezelf voorstellen)

A1.9.1: La semana de Ana (De week van Ana)

Hoofdstuk: Días de la semana y partes del día. (Dagen van de week en dagdelen)
Module 2 (A1): De horas a estaciones (Van uren tot seizoenen)

A1.10.1: ¿Qué tiempo hace hoy en España? (Wat voor weer is het vandaag in Spanje?)

Hoofdstuk: El clima y el tiempo (Het weer)
Module 2 (A1): De horas a estaciones (Van uren tot seizoenen)

A1.11.1: La Torre Pwc (De PwC-toren)

Hoofdstuk: Números ordinales (Rangtelwoorden)
Module 2 (A1): De horas a estaciones (Van uren tot seizoenen)

A1.12.1: ¿Cuál es tu estación favorita? (Wat is jouw favoriete seizoen?)

Hoofdstuk: Estaciones, meses y partes del año. (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)
Module 2 (A1): De horas a estaciones (Van uren tot seizoenen)

A1.13.1: ¿Cuándo quedamos? (Wanneer spreken we af?)

Hoofdstuk: Decir la hora y leer el reloj. (Hoe laat is het? De klok lezen.)
Module 2 (A1): De horas a estaciones (Van uren tot seizoenen)

A1.14.1: Lisa y Tom planean sus vacacciones (Lisa en Tom plannen hun vakantie)

Hoofdstuk: Fechas del calendario y días festivos. (Kalenderdata en feestdagen)
Module 2 (A1): De horas a estaciones (Van uren tot seizoenen)

A1.15.1: La dieta atlántica (Het Atlantisch dieet)

Hoofdstuk: Alimentación diaria (Dagelijks eten)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.16.1: El día de Lucas (De dag van Lucas)

Hoofdstuk: Rutinas diarias (Dagelijkse routines)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.17.1: Bizcocho casero con nata (Zelfgemaakte cake met slagroom)

Hoofdstuk: Cocinar y hornear (Koken en bakken)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.19.1: Medios de pagos (Betaalmethoden)

Hoofdstuk: Precios y dinero (Prijzen en geld)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.20.1: En el Mercadona (In de Mercadona)

Hoofdstuk: Hacer la compra (Boodschappen doen)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.21.1: Comprando ropa (Kleding kopen)

Hoofdstuk: En la tienda de ropa (In de kledingwinkel)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.22.1: Estiramento para el hombro (Stretching voor de schouder)

Hoofdstuk: Partes del cuerpo (Lichaamsdelen)
Module 3 (A1): Día a día (Dag tot dag)

A1.23.1: ¿Adivina Quién? (Raad eens wie?)

Hoofdstuk: Apariencia física (Fysiek en uiterlijk)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.24.1: ¿Cómo combinar los colores? (Hoe kleuren te combineren?)

Hoofdstuk: Colores (Kleuren)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.25.1: ¿Cómo te sientes? (Hoe voel je je?)

Hoofdstuk: Emociones y sentimientos (Emoties en gevoelens)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.26.1: Granda Fives Senses – ¡Relájate con los 5 Sentidos! (Granda vijf zintuigen – ontspan met de 5 zintuigen!)

Hoofdstuk: Sentidos y percepción (Zintuigen en waarnemen)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.27.1: Los azulejos (De tegels)

Hoofdstuk: Todo tipo de formas (Vormen en figuren)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.28.1: ¿Cómo son los españoles? (Hoe zijn de Spanjaarden?)

Hoofdstuk: Carácter y personalidad (Karakter en persoonlijkheid)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.29.1: Hablando de ejercicio y bienestar (Praten over beweging en welzijn)

Hoofdstuk: Estado físico y sensaciones. (Fysieke toestanden en sensaties)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.30.1: Consejos farmacéuticos (Apothekeradvies)

Hoofdstuk: Enfermedad y dolor (Ziekte en pijn)
Module 4 (A1): Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

A1.31.1: Nuestra casa (Ons huis)

Hoofdstuk: Nuestra casa (Ons huis)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.32.1: Nuevos muebles para el salón (Nieuwe meubelen voor de woonkamer)

Hoofdstuk: Muebles (Meubilair)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.33.1: Cómo se pone la mesa (Hoe de tafel wordt gedekt)

Hoofdstuk: Vajilla (Servies)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.34.1: Limpieza del fin de semana (Weekend schoonmaak)

Hoofdstuk: Electrodomésticos (Huishoudelijke apparaten)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.35.1: Alquilar una habitación (Een kamer huren)

Hoofdstuk: Vivienda y alojamiento (Huisvesting en accommodatie)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.36.1: El Jardín Botánico (De Botanische Tuin)

Hoofdstuk: Plantas de interior y de jardín (Kamerplanten en tuinplanten)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.37.1: ¿Por qué el gato toca la cara con la pata? (Waarom raakt de kat zijn gezicht aan met zijn poot?)

Hoofdstuk: Tus mascotas (Jouw huisdieren)
Module 5 (A1): En casa (Thuis)

A1.38.1: Nueva en la ciudad (Nieuw in de stad)

Hoofdstuk: Servicios cotidianos (Dagelijkse diensten)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.39.1: Pedir en un restaurante (Bestellen in een restaurant)

Hoofdstuk: Pedir comida y salir a cenar (Eten bestellen en uit eten gaan)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.40.1: ¿Cuánto deporte se recomienda hacer a la semana? (Hoeveel sport wordt aangeraden per week te doen?)

Hoofdstuk: Deportes y ejercicio (Sport en beweging)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.41.1: ¿Qué es un hobby? (Wat is een hobby?)

Hoofdstuk: Describir pasatiempos (Hobby's beschrijven)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.42.1: La Tarjeta Multi en Madrid (De Multi-kaart in Madrid)

Hoofdstuk: Transporte (Transport)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.43.1: Perdido en el centro (Verdwaald in het centrum)

Hoofdstuk: Pedir y dar direcciones. (Routebeschrijving vragen en geven)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.44.1: Planes para el fin de semana (Plannen voor het weekend)

Hoofdstuk: Viernes por la noche (Vrijdagavond uit)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

A1.45.1: El Museo del Prado (Het Prado Museum)

Hoofdstuk: Música y arte (Muziek en kunst)
Module 6 (A1): La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)