Wortschatz (21)
Verlangen naar (sich nach ... sehnen)
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou verlangen naar |
| (jij/je) zou verlangen naar |
| (hij/zij/ze/het) zou verlangen naar |
| (wij/we) zouden verlangen naar |
| (jullie) zouden verlangen naar |
| (zij/ze) zouden verlangen naar |
Dromen over (träumen)
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou dromen over |
| (jij/je) zou dromen over |
| (hij/zij/ze/het) zou dromen over |
| (wij/we) zouden dromen over |
| (jullie) zouden dromen over |
| (zij/ze) zouden dromen over |