Vocabulary (21)

De relatie Show

The relationship Show

De partner Show

The partner Show

De scheiding Show

The divorce Show

De date Show

The date (meeting) Show

Het afspraakje Show

The date (appointment) Show

Benieuwd zijn naar Show

To be curious about Show

Knuffelen met Show

To cuddle with Show

Zich aanpassen aan Show

To adapt to Show

Geven om Show

To care about Show

Verleiden Show

To seduce Show

Breken met Show

To break up with Show

Smachten naar Show

To long for Show

Dromen over Show

To dream about Show

Zich hechten aan Show

To become attached to Show

Hopen op Show

To hope for Show

Hunkeren naar Show

To crave for Show

Trakteren op Show

To treat to Show

Zich verhouden tot Show

To relate to Show

Verlangen naar Show

To desire Show

Zich verheugen over Show

To be delighted about Show

Voelen voor Show

To be interested in Show

Verlangen naar (to desire)

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)


(ik) zou verlangen naar
(jij/je) zou verlangen naar
(hij/zij/ze/het) zou verlangen naar
(wij/we) zouden verlangen naar
(jullie) zouden verlangen naar
(zij/ze) zouden verlangen naar

Dromen over (to dream about)

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)


(ik) zou dromen over
(jij/je) zou dromen over
(hij/zij/ze/het) zou dromen over
(wij/we) zouden dromen over
(jullie) zouden dromen over
(zij/ze) zouden dromen over