Wortschatz (25)
Zijn (zu sein)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) ben geweest |
| (jij/je) bent geweest |
| (hij/zij/ze/het) is geweest |
| (wij/we) zijn geweest |
| (jullie) zijn geweest |
| (zij/ze) zijn geweest |
Acteren (schauspielern)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb geacteerd |
| (jij/je) hebt geacteerd |
| (hij/zij/ze/het) heeft geacteerd |
| (wij/we) hebben geacteerd |
| (jullie) hebben geacteerd |
| (zij/ze) hebben geacteerd |
Aanraden (empfehlen)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb aangeraden |
| (jij/je) hebt aangeraden |
| (hij/zij/ze/het) heeft aangeraden |
| (wij/we) hebben aangeraden |
| (jullie) hebben aangeraden |
| (zij/ze) hebben aangeraden |