B1.11 - Andare al cinema
B1.11 - Andare al cinema

B1.11 - Andare al cinema - Vocabolario

Naar de bioscoop gaan


Vocabolario (25)

De bioscoopzaal Mostra

La sala cinematografica Mostra

De kaartverkoop Mostra

La vendita dei biglietti Mostra

De trailer Mostra

Il trailer Mostra

De première Mostra

La prima (proiezione) Mostra

De vertoning Mostra

La proiezione Mostra

De voorstelling bijwonen Mostra

Assistere a uno spettacolo Mostra

Een kaartje kopen Mostra

Comprare un biglietto Mostra

Reserveren (plaatsen reserveren) Mostra

Prenotare (riservare posti) Mostra

Afspreken (afspreken met iemand) Mostra

Darsi appuntamento (incontrarsi con qualcuno) Mostra

Iemand meenemen Mostra

Portare qualcuno con sé Mostra

De hoofdrolspeler Mostra

L'attore protagonista Mostra

De bijrol Mostra

Il ruolo secondario Mostra

De regisseur Mostra

Il regista Mostra

Het script Mostra

La sceneggiatura Mostra

Het plot Mostra

La trama Mostra

Het genre Mostra

Il genere Mostra

De recensent Mostra

Il critico Mostra

De soundtrack Mostra

La colonna sonora Mostra

Een samenvatting geven Mostra

Fare un riassunto Mostra

Emotioneel Mostra

Emotivo Mostra

Ontroerend Mostra

Commovente Mostra

Spannend Mostra

Avvincente Mostra

Aanbevelen Mostra

Consigliare Mostra

Tegenvallen Mostra

Deludere Mostra

Meevallen Mostra

Sorprendere positivamente Mostra

Zijn (essere)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben geweest
(jij/je) bent geweest
(hij/zij/ze/het) is geweest
(wij/we) zijn geweest
(jullie) zijn geweest
(zij/ze) zijn geweest

Acteren (agire)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb geacteerd
(jij/je) hebt geacteerd
(hij/zij/ze/het) heeft geacteerd
(wij/we) hebben geacteerd
(jullie) hebben geacteerd
(zij/ze) hebben geacteerd

Aanraden (consigliare)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb aangeraden
(jij/je) hebt aangeraden
(hij/zij/ze/het) heeft aangeraden
(wij/we) hebben aangeraden
(jullie) hebben aangeraden
(zij/ze) hebben aangeraden