Vocabulary (20)
Acteren (to act)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb geacteerd |
| (jij/je) hebt geacteerd |
| (hij/zij/ze/het) heeft geacteerd |
| (wij/we) hebben geacteerd |
| (jullie) hebben geacteerd |
| (zij/ze) hebben geacteerd |
Aanraden (to recommend)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb aangeraden |
| (jij/je) hebt aangeraden |
| (hij/zij/ze/het) heeft aangeraden |
| (wij/we) hebben aangeraden |
| (jullie) hebben aangeraden |
| (zij/ze) hebben aangeraden |