Esercizio 1: Abbaia

Istruzione: Abbina ogni inizio con la sua corretta conclusione.

Waar is het nieuwe huis van je buurman? (Dov’è la nuova casa del tuo vicino?)
Hoeveel boeken wil je uit de bibliotheek lenen? (Quanti libri vuoi prendere in prestito dalla biblioteca?)
Wanneer beantwoorden we de e-mail van de docent? (Quando rispondiamo all’e-mail del docente?)
Waarom wil je vandaag niet naar buiten gaan? (Perché non vuoi uscire oggi?)

Esercizio 2: Preparazione all'esame

Istruzione: Leggi il testo, riempi gli spazi con le parole mancanti e rispondi alle domande qui sotto


Informatiefolder coworking space

Compila gli spazi vuoti: reserveren, vraag, Huis, wifi, keuken, receptie, Waar, antwoord

(Opuscolo informativo coworking space)

Welkom bij Coworking Utrecht. In deze ruimte werk je samen met andere professionals. Je kunt hier stil werken, bellen in een belruimte en koffie of thee pakken in de .

Heb je een ? Bij de kun je altijd iets vragen. Je kunt vragen: “ is de printer?” of “Hoe werkt de ?” Wil je een vaste werkplek? Dan kun je online een plek . We geven graag op al je vragen, zodat je rustig kunt werken.
Benvenuto/a a Coworking Huis Utrecht. In questo spazio lavori insieme ad altri professionisti. Qui puoi lavorare in silenzio, fare telefonate in una cabina telefonica e prendere caffè o tè in cucina.

Hai una domanda? Alla reception puoi sempre chiedere qualcosa. Puoi chiedere: “Dov’è la stampante?” oppure “Come funziona il wifi?” Vuoi una postazione fissa? Allora puoi prenotare un posto online. Saremo felici di rispondere a tutte le tue domande, così potrai lavorare con tranquillità.

Esercizio 3: Ascolta e rispondi alle domande

Istruzione: Ascolta i frammenti audio e scegli la risposta corretta alle domande.

1. Hallo, u spreekt met de huisartsenpraktijk. Wanneer kunt u komen? Wilt u vanmiddag om twee uur of morgen om tien uur? Bel alstublieft terug met uw antwoord.

Wanneer is de eerste optie om naar de huisarts te komen?

(Quando è la prima opzione per venire dal medico di base?)
2. Goedemiddag, mag ik u iets vragen? Waar staat de melk? Ik zie brood en fruit, maar ik kan de melk niet vinden. Kunt u mij alstublieft helpen?

Wat wil de man weten?

(Che cosa vuole sapere l’uomo?)

Esercizio 4: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la soluzione corretta

1. Wat ___ je aan de docent?

(Che cosa ___ al docente?)

2. Wanneer ___ u op mijn e-mail?

(Quando ___ alla mia e-mail?)

3. Waarom ___ jullie naar het huis in de koude straat?

(Perché ___ voi alla casa nella strada fredda?)

Esercizio 5: Carte di dialogo

Istruzione: Esercita la conversazione con il tuo insegnante o i compagni di classe.

Esercizio 6: Rispondere alla situazione

Istruzione: Esercitatevi in coppia o con il vostro insegnante.

1. Je bent nieuw op je werk. Een collega loopt naar de vergaderruimte. Jij wilt weten in welke ruimte de vergadering is. Stel een korte vraag aan je collega. (Gebruik: **waar**, de vergadering, de vergaderruimte)

(Sei nuovo al lavoro. Un collega sta andando verso la sala riunioni. Vuoi sapere in quale sala si svolge la riunione. Fai una breve domanda al tuo collega. (Usa: **dove**, la riunione, la sala riunioni))

Waar is    

(Dove è ...)

Esempio:

Waar is de vergadering?

(Dove è la riunione?)

2. Je staat bij de balie van de huisarts. Je voelt je niet goed en je wilt een afspraak maken. Je wilt weten op welk moment je kunt komen. Stel een korte vraag aan de assistent. (Gebruik: **wanneer**, de afspraak, komen)

(Sei al banco del medico di base. Non ti senti bene e vuoi prendere un appuntamento. Vuoi sapere a che ora puoi venire. Fai una breve domanda all’assistente. (Usa: **quando**, l’appuntamento, venire))

Wanneer kan    

(Quando posso ...)

Esempio:

Wanneer kan ik komen?

(Quando posso venire?)

Esercizio 7: Corrispondenza scritta

Istruzione: Scrivi una risposta al seguente messaggio appropriata alla situazione


Hoi Jochem,

Morgen is je eerste dag in onze coworking space.

Je kunt tussen 9.00 en 17.00 uur komen werken.

Als je komt, ga dan eerst naar de receptie. Daar krijg je je badge.

Heb je nog vragen? Wat wil je nog weten? Hoeveel uur wil je morgen werken? Waar wil je zitten: in een stille ruimte of bij andere mensen?

Groet,
Lisa


Ciao Jochem,

Domani è il tuo primo giorno nel nostro spazio di coworking.

Puoi venire a lavorare tra le 9.00 e le 17.00.

Quando arrivi, vai prima alla reception. Lì riceverai il tuo badge.

Hai ancora domande? Cosa vuoi ancora sapere? Quante ore vuoi lavorare domani? Dove vuoi sederti: in una sala silenziosa o vicino ad altre persone?

Saluti,
Lisa


Frasi utili:

  1. Hoi Lisa, bedankt voor je bericht.

    (Ciao Lisa, grazie per il tuo messaggio.)

  2. Ik heb een vraag:

    (Ho una domanda:)

  3. Ik wil morgen graag van tot buur werken.

    (Vorrei lavorare domani dalle alle b ore.)

Hoi Lisa, bedankt voor je bericht.

Ik heb nog een vraag: hoe werkt het met koffie en thee? Moet ik betalen of is het gratis?

Ik wil morgen van 10.00 tot 16.00 uur werken. Ik wil graag bij andere mensen zitten.

Groet,
Jochem

Ciao Lisa, grazie per il tuo messaggio.

Ho ancora una domanda: come funziona per caffè e tè? Devo pagare o è gratis?

Domani vorrei lavorare dalle 10.00 alle 16.00. Vorrei sedermi vicino ad altre persone.

Saluti,
Jochem