In deze video wordt het weerbericht uitgezonden over Nederland tijdens de winter.
In questo video viene trasmesso il bollettino meteorologico per i Paesi Bassi durante l'inverno.

Esercizio 1: Immersione linguistica

Istruzione: Guarda il video e rispondi alle domande correlate.

Parola Traduzione
Weersverwachting Previsioni del tempo
Zon Sole
Bewolking Nuvolosità
Koude dag Giornata fredda
Temperatuur Temperatura
Wind Vento
Regen Pioggia
Koud Freddo
Sneeuw Neve
Winter Inverno
Goedendag, dit is de weersverwachting van Weerplaza. (Buongiorno, queste sono le previsioni del tempo di Weerplaza.)
Vanmiddag scheen de zon in het zuiden, maar in het noorden was veel bewolking. (Questo pomeriggio il sole ha brillato al sud, ma al nord c'era molta nuvolosità.)
In het noorden was het koud, met ongeveer vier graden en een oostenwind. (Al nord faceva freddo, circa quattro gradi, con vento da est.)
In het midden en zuiden was het warmer: twaalf tot zestien graden. (Al centro e al sud era più caldo: dodici fino a sedici gradi.)
Vanavond is het zacht in het zuiden, maar de regen komt uit België. (Stasera sarà mite al sud, ma la pioggia arriverà dal Belgio.)
In de nacht gaat de regen verder naar het noorden. (Durante la notte la pioggia si sposterà verso nord.)
In het noorden wordt het één graad, in Limburg ongeveer acht graden. (Al nord sarà un grado, in Limburg circa otto gradi.)
Morgen blijft het verschil groot: in Groningen één graad met natte sneeuw of ijzel. (Domani la differenza resterà marcata: a Groningen un grado con neve bagnata o ghiaccio sottile (ijzel).)
In het zuiden blijft het regenen en wordt het elf graden. (Al sud continuerà a piovere e farà undici gradi.)
Maandag wordt het overal winter, met min vijf graden in de nacht en ook dinsdag temperaturen rond het vriespunt. (Lunedì farà inverno ovunque, con meno cinque gradi durante la notte e anche martedì temperature intorno allo zero.)

1. Waar scheen vanmiddag de zon?

(Dove splendeva il sole questo pomeriggio?)

2. Hoe koud was het ongeveer in het noorden vanmiddag?

(Quanto faceva circa al nord questo pomeriggio?)

3. Welke neerslag wordt er genoemd voor Groningen morgen?

(Quale precipitazione è menzionata per Groningen domani?)

4. Wat gebeurt er volgens de verwachting op maandag?

(Cosa succede secondo le previsioni per lunedì?)

Esercizio 2: Dialogo

Istruzione: Leggi il dialogo e rispondi alle domande.

Het weer op het werk

Il tempo al lavoro
1. Carlos: Hoi, hallo, van welke vestiging kom jij? (Ciao, salve — da quale sede vieni?)
2. Lieke: Hallo. Ik ben van deze vestiging hier in Alkmaar. Jij bent hier op bezoek? (Salve. Vengo da questa sede qui ad Alkmaar. Sei in visita?)
3. Carlos: Ja, klopt. Ik kom van de vestiging in Madrid. (Sì, esatto. Vengo dalla sede di Madrid.)
4. Lieke: Oh, wat leuk. Kun je een beetje wennen aan het koude weer hier in Nederland? (Oh, che bello. Ti stai un po' abituando al freddo qui nei Paesi Bassi?)
5. Carlos: Ja hoor. En het weerbericht zegt dat de zon vanmiddag nog gaat schijnen. (Sì, tutto bene. E le previsioni dicono che nel pomeriggio uscirà il sole.)
6. Lieke: Oh, gelukkig. Hopelijk snel, want het is erg koud met die sterke wind. (Oh, per fortuna. Speriamo presto, perché con quel vento fa davvero freddo.)
7. Carlos: Is dat weer typisch Nederlands? Met veel wolken, regen en wind? (Questo tempo è tipicamente olandese? Con tante nuvole, pioggia e vento?)
8. Lieke: Niet helemaal. Het weer is hier wisselvallig, bijna elke dag is anders. Hoe is het bij jullie? (Non proprio. Il tempo qui è variabile, quasi ogni giorno è diverso. Com'è da voi?)
9. Carlos: In Madrid is het veel zonniger en de temperatuur is hoger. (A Madrid c'è molto più sole e le temperature sono più alte.)
10. Lieke: Oh, ik ben een beetje jaloers. Hier begint de winter vroeg. (Oh, sono un po' invidiosa. Qui l'inverno comincia presto.)
11. Carlos: Komt er dan sneeuw? Of blijft het alleen regenen met veel wind? (Allora nevica? Oppure è solo pioggia con tanto vento?)
12. Lieke: Er komt ook sneeuw, dat vind ik wel leuk. Hebben jullie geen sneeuw? (Nevica anche, e a me piace. Da voi non nevica?)
13. Carlos: Nee, bijna nooit. Daar ben ik dan weer jaloers op. Zo heeft alles zijn charme. (No, quasi mai. Su quello invece sono invidioso. Ogni cosa ha il suo fascino.)

1. Lees de dialoog. Waar zijn Carlos en Lieke nu?

(Leggi il dialogo. Dove sono Carlos e Lieke adesso?)

2. Waar komt Carlos vandaan?

(Da dove viene Carlos?)