Esercizio 1: Abbaia

Istruzione: Abbina ogni inizio con la sua corretta conclusione.

We gaan vanmiddag naar het museum in het centrum. (Andiamo questo pomeriggio al museo in centro.)
Vanavond is er een tentoonstelling over moderne kunst in Utrecht. (Questa sera c'è una mostra sull'arte moderna a Utrecht.)
De zanger op het plein zingt een heel bekend lied. (Il cantante in piazza canta una canzone molto famosa.)
Ik vind dit kunstwerk mooi, het toont veel emotie en poëzie. (Trovo questa opera d'arte bella, esprime molta emozione e poesia.)

Esercizio 2: Preparazione all'esame

Istruzione: Leggi il testo, riempi gli spazi con le parole mancanti e rispondi alle domande qui sotto


Flyer: Culturele avond in het museum

Compila gli spazi vuoti: één, kunst, kunstwerken, café, kunstenaars, zangeres, dansvoorstelling, dansen, tentoonstelling, museum

(Volantino: serata culturale al museo)

Vanavond is er een speciale culturele avond in het Stedelijk . De gaat over muziek en in de stad. Je ziet moderne van Nederlandse en buitenlandse . In zaal hoor je zachte muziek en zie je korte films.

Om 19.00 uur is er een korte . Twee dansers tussen de kunstwerken. Daarna zingt een bekende drie rustige liedjes. Het museum is open tot 22.00 uur. In het kun je koffie, thee en een drankje bestellen. De entree is gratis voor studenten en nieuwe bewoners van de stad. Zij moeten alleen hun pas laten zien bij de ingang.
Stasera c'è una serata culturale speciale al Museo Civico. La mostra parla di musica e arte in città. Vedrai opere d'arte moderna di artisti olandesi e stranieri. In una sala si ascolta musica soft e si vedono brevi filmati.

Alle 19:00 c'è un breve spettacolo di danza. Due ballerini danzano tra le opere. Dopodiché una cantante famosa esegue tre canzoni tranquille. Il museo è aperto fino alle 22:00. Nel caffè puoi ordinare caffè, tè e altre bevande. L'ingresso è gratuito per gli studenti e per i nuovi abitanti della città. Devono solo mostrare il loro pass all'ingresso.

Esercizio 3: Ascolta e rispondi alle domande

Istruzione: Ascolta i frammenti audio e scegli la risposta corretta alle domande.

1. Hallo, ik wil graag naar de tentoonstelling in het museum in Utrecht. Het kaartje kost tien euro en de deuren gaan open om tien uur.

Wat wil de vrouw doen?

(Cosa vuole fare la donna?)
2. Vanavond ga ik met vrienden naar een kleine avond met muziek en poëzie. Een zanger en een zangeres zingen drie korte liedjes in een café in België.

Wat gebeurt er vanavond in het café?

(Cosa succede questa sera al caffè?)

Esercizio 4: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la soluzione corretta

1. In het weekend ___ ik met mijn vrienden op een festival in de stad.

(Nel fine settimana ___ ik met mijn vrienden op een festival in de stad.)

2. Mijn collega ___ niet graag, maar hij zingt wel in een koor.

(Mijn collega ___ niet graag, maar hij zingt wel in een koor.)

3. In het museum ___ de zanger een rustig lied voor de bezoekers.

(In het museum ___ de zanger een rustig lied voor de bezoekers.)

Esercizio 5: Carte di dialogo

Istruzione: Esercita la conversazione con il tuo insegnante o i compagni di classe.

Esercizio 6: Rispondere alla situazione

Istruzione: Esercitatevi in coppia o con il vostro insegnante.

1. Je collega vraagt: ‘Wat doe jij dit weekend in de stad?’ Vertel dat je naar een museum gaat. (Gebruik: het museum, leuk, met een vriend / met mijn partner)

(Il tuo collega chiede: 'Wat doe jij dit weekend in de stad?' Dì che vai in un museo. (Usa: het museum, leuk, met een vriend / met mijn partner))

Ik ga naar    

(Ik ga naar ...)

Esempio:

Ik ga dit weekend naar het museum met een vriend. Dat lijkt me leuk.

(Ik ga dit weekend naar het museum met een vriend. Dat lijkt me leuk.)

2. Je bent bij een tentoonstelling in een groot museum. Vraag een medewerker waar je een mooi kunstwerk kunt vinden. (Gebruik: de tentoonstelling, het kunstwerk, mooi)

(Sei a una mostra in un grande museo. Chiedi a un addetto dove puoi trovare un bel opera d'arte. (Usa: de tentoonstelling, het kunstwerk, mooi))

Waar is    

(Waar is ...)

Esempio:

Waar is het kunstwerk? Ik vind dat schilderij heel mooi.

(Waar is het kunstwerk? Ik vind dat schilderij heel mooi.)

Esercizio 7: Corrispondenza scritta

Istruzione: Scrivi una risposta al seguente messaggio appropriata alla situazione


Hey Sam,

Ik ben dit weekend in Rotterdam. Zullen we samen naar het museum gaan? In Fenix is er een nieuwe tentoonstelling met veel kunst en foto's.

Ik kan op zaterdag of zondag. Welke dag kan jij? En hoe laat?

Groetjes,
Laura


Ehi Sam,

Sono a Rotterdam questo weekend. Andiamo insieme al museo? A Fenix c'è una nuova mostra con molte opere d'arte e foto.

Posso sabato o domenica. Quale giorno puoi tu? E a che ora?

Un caro saluto,
Laura


Frasi utili:

  1. Zullen we op ... naar het museum gaan?

    (Andiamo al museo il ...?)

  2. Ik kan op ... om ... uur.

    (Posso ... alle ... .)

  3. Moeten we tickets online kopen?

    (Dobbiamo comprare i biglietti online?)

Hoi Laura,

Leuk idee! Ik wil graag naar het museum en de tentoonstelling. Ik kan op zaterdag. Kunnen we om 14:00 uur afspreken bij de ingang?

Moeten we tickets online kopen of kunnen we daar betalen?

Groetjes,
Sam

Ciao Laura,

Che bella idea! Vorrei venire al museo e alla mostra. Posso sabato. Ci vediamo alle 14:00 all'ingresso?

Dobbiamo comprare i biglietti online o possiamo pagare lì?

Un caro saluto,
Sam