Herken in de video: kaart, hoofdgerecht, betalen, fooi, wij willen graag betalen, rekening, ingrediënten.
Riconoscere nel video: menù, portata principale, pagare, mancia, vogliamo pagare, conto, ingredienti.

Een gesprek tussen een ober en een klant bij het bestellen uit de menukaart.

1. Ober: Goedemiddag, welkom in ons restaurant! Heeft u gereserveerd? (Buon pomeriggio, benvenuti nel nostro ristorante! Avete prenotato?) Mostra
2. Klant: Ja, ik heb een tafel gereserveerd voor één persoon. (Sì, ho prenotato un tavolo per una persona.) Mostra
3. Ober: Prima, volgt u mij maar. Hier is de menukaart. Wilt u iets te drinken? (Perfetto, seguitemi pure. Ecco il menù. Desiderate qualcosa da bere?) Mostra
4. Klant: Ja, graag. Mag ik een glas witte wijn als aperitief? (Sì, volentieri. Posso avere un bicchiere di vino bianco come aperitivo?) Mostra
5. Ober: Natuurlijk. Heeft u al gekozen wat u wilt eten? (Certamente. Avete già deciso cosa volete mangiare?) Mostra
6. Klant: Ja, als voorgerecht wil ik graag de soep van de dag. Komt er ook brood bij? (Sì, come antipasto vorrei la zuppa del giorno. Accompagna anche il pane?) Mostra
7. Ober: Jazeker, er komt brood bij. Wat neemt u als hoofdgerecht? (Certo, accompagnerà il pane. Cosa prende come piatto principale?) Mostra
8. Klant: Ik wil graag de zalm met groenten. (Vorrei il salmone con le verdure.) Mostra
9. Ober: Dat kan. Wilt u er aardappeltjes, frietjes of brood bij? (Va bene. Lo vuole con patate, patatine fritte o pane?) Mostra
10. Klant: Frietjes, alstublieft. En wat mayonaise erbij. (Patatine fritte, per favore. E un po’ di maionese con esse.) Mostra
11. Ober: Goed! Wilt u ook nog iets na het hoofdgerecht? (Bene! Vuole anche qualcosa dopo il piatto principale?) Mostra
12. Klant: Ik kijk eerst even aan het einde van de maaltijd. (Prima guardo alla fine del pasto.) Mostra
13. Ober: Prima, dat noteren we zo. (Perfetto, lo annotiamo così.) Mostra

Esercizio 1: Domande di discussione

Istruzione: Discutete le domande dopo aver ascoltato l'audio o letto il testo.

  1. Wat neemt de klant als voorgerecht?
  2. Cosa prende il cliente come antipasto?
  3. Waarom bestelt de klant het nagerecht nog niet meteen?
  4. Perché il cliente non ordina subito il dessert?
  5. Wat bestel jij meestal als je uit eten gaat: een voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht, of alleen een hoofdgerecht?
  6. Cosa ordini di solito quando vai a mangiare fuori: antipasto, piatto principale e dessert, oppure solo un piatto principale?
  7. Ga jij vaak op restaurant?
  8. Vai spesso al ristorante?
  9. Geef jij vaak fooi? Is het normaal in jouw land?
  10. Dai spesso la mancia? È normale nel tuo paese?

Esercizio 2: Pratica nel contesto

Istruzione: Open de menukaart voor het restaurant uit Antwerpen en bestel wat je wilt hebben. Reserveer ook een tafel.

  1. https://www.ernestbistro.be/nl/menukaart