Vocabolario (18)

De bevalling Mostra

Il parto Mostra

De pasgeborene Mostra

Il neonato Mostra

De kraamzorg Mostra

Assistenza postnatale Mostra

De vroedvrouw Mostra

La levatrice Mostra

De gynaecoloog Mostra

Il ginecologo Mostra

De menstruatie Mostra

La mestruazione Mostra

De zwangerschapstest Mostra

Il test di gravidanza Mostra

Bevallen Mostra

Partorire Mostra

Bevallen van Mostra

Partorire (di/il) Mostra

Zwanger zijn Mostra

Essere incinta Mostra

In verwachting zijn Mostra

Essere in attesa Mostra

Menstrueren Mostra

Avere il ciclo Mostra

Voeden Mostra

Allattare / Nutrire Mostra

Laten testen Mostra

Far eseguire un test Mostra

Verzorgen Mostra

Prendersi cura Mostra

Vernoemen (naar) Mostra

Chiamare (in onore di) Mostra

Zich aanmelden Mostra

Iscriversi / Registrarsi Mostra

Zich voorbereiden Mostra

Prepararsi Mostra

Verzorgen (prendersi cura)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb verzorgd
(jij/je) hebt verzorgd
(hij/zij/ze/het) heeft verzorgd
(wij/we) hebben verzorgd
(jullie) hebben verzorgd
(zij/ze) hebben verzorgd

Bevallen van (partorire)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben bevallen van
(jij/je) bent bevallen van
(hij/zij/ze/het) is bevallen van
(wij/we) zijn bevallen van
(jullie) zijn bevallen van
(zij/ze) zijn bevallen van