B1.23 - Giving birth
B1.23 - Giving birth

B1.23 - Giving birth - Vocabulary

Bevallen


Vocabulary (18)

De bevalling Show

The birth Show

De pasgeborene Show

The newborn Show

De kraamzorg Show

Maternity care Show

De vroedvrouw Show

The midwife Show

De gynaecoloog Show

The gynecologist Show

De zwangerschapstest Show

The pregnancy test Show

De menstruatie Show

The menstruation Show

Bevallen Show

To give birth Show

Bevallen van Show

To give birth to Show

Voeden Show

To feed Show

Verzorgen Show

To care for Show

Menstrueren Show

To menstruate Show

Zwanger zijn Show

To be pregnant Show

In verwachting zijn Show

To be expecting Show

Zich voorbereiden Show

To prepare oneself Show

Zich aanmelden Show

To register Show

Laten testen Show

To have tested Show

Vernoemen (naar) Show

To name (after) Show

Verzorgen (to care for)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb verzorgd
(jij/je) hebt verzorgd
(hij/zij/ze/het) heeft verzorgd
(wij/we) hebben verzorgd
(jullie) hebben verzorgd
(zij/ze) hebben verzorgd

Bevallen van (to give birth)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben bevallen van
(jij/je) bent bevallen van
(hij/zij/ze/het) is bevallen van
(wij/we) zijn bevallen van
(jullie) zijn bevallen van
(zij/ze) zijn bevallen van