Vocabulary (18)
Verzorgen (to care for)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb verzorgd |
| (jij/je) hebt verzorgd |
| (hij/zij/ze/het) heeft verzorgd |
| (wij/we) hebben verzorgd |
| (jullie) hebben verzorgd |
| (zij/ze) hebben verzorgd |
Bevallen van (to give birth)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) ben bevallen van |
| (jij/je) bent bevallen van |
| (hij/zij/ze/het) is bevallen van |
| (wij/we) zijn bevallen van |
| (jullie) zijn bevallen van |
| (zij/ze) zijn bevallen van |