Wortschatz (12)
Verhuren (vermieten)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb verhuurd |
| (jij/je) hebt verhuurd |
| (hij/zij/ze/het) heeft verhuurd |
| (wij/we) hebben verhuurd |
| (jullie) hebben verhuurd |
| (zij/ze) hebben verhuurd |
Annuleren (stornieren)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb geannuleerd |
| (jij/je) hebt geannuleerd |
| (hij/zij/ze/het) heeft geannuleerd |
| (wij/we) hebben geannuleerd |
| (jullie) hebben geannuleerd |
| (zij/ze) hebben geannuleerd |