1. Sprachimmersion

2. Wortschatz (15)

De bagage

De bagage Anzeigen

Das Gepäck Anzeigen

De koffer

De koffer Anzeigen

Der Koffer Anzeigen

De valies

De valies Anzeigen

Der Reisekoffer Anzeigen

De rugzak

De rugzak Anzeigen

Der Rucksack Anzeigen

De handtas

De handtas Anzeigen

Die Handtasche Anzeigen

De handdoek

De handdoek Anzeigen

Das Handtuch Anzeigen

De zonnebril

De zonnebril Anzeigen

Die Sonnenbrille Anzeigen

De pet

De pet Anzeigen

Die Schirmmütze Anzeigen

De bikini

De bikini Anzeigen

Der Bikini Anzeigen

De zwembroek

De zwembroek Anzeigen

Die Badehose Anzeigen

Het ondergoed

Het ondergoed Anzeigen

Die Unterwäsche Anzeigen

Inpakken

Inpakken Anzeigen

Einpacken Anzeigen

Uitpakken

Uitpakken Anzeigen

Auspacken Anzeigen

Meenemen

Meenemen Anzeigen

Mitnehmen Anzeigen

Vullen

Vullen Anzeigen

Füllen Anzeigen

4. Übungen

Übung 1: Korrespondenz verfassen

Anleitung: Schreibe eine Antwort auf folgende Nachricht, die der Situation angemessen ist.

E-Mail: Du bekommst eine E-Mail von einer Kollegin / einem Kollegen, die/der mit dir eine Geschäftsreise macht und sich wegen des Gepäcks unsicher ist; du antwortest mit einer Erklärung und deinen eigenen Plänen für deinen Koffer/Handgepäck.


Hoi,

Volgende week vliegen we samen naar Barcelona voor de conferentie. Ik heb nog een vraag over bagage. Ik neem alleen een rugzak als handbagage mee. Weet jij hoeveel vloeistof ik in mijn toilettas mag meenemen in het vliegtuig?

Wat neem jij mee in je koffer voor deze zakenreis? Neem je ook een laptop en nette kleren mee?

Groet,
Sarah


Hi,

Nächste Woche fliegen wir gemeinsam nach Barcelona zur Konferenz. Ich habe noch eine Frage zum Gepäck. Ich nehme nur einen Rucksack als Handgepäck mit. Weißt du, wie viel Flüssigkeit ich in meinem Kulturbeutel im Flugzeug mitnehmen darf?

Was packst du in deinen Koffer für diese Geschäftsreise? Nimmst du auch einen Laptop und formelle Kleidung mit?

Viele Grüße,
Sarah


Verstehe den Text:

  1. Wat wil Sarah precies weten over vloeistoffen in haar toilettas?

    (Was möchte Sarah genau über Flüssigkeiten in ihrem Kulturbeutel wissen?)

  2. Welke dingen vraagt Sarah of jij ook meeneemt op de zakenreis?

    (Welche Dinge fragt Sarah, ob du sie auch auf die Geschäftsreise mitnimmst?)

Nützliche Redewendungen:

  1. Bedankt voor je e-mail.

    (Danke für deine E-Mail.)

  2. Ik neem ... mee in mijn koffer.

    (Ich nehme ... in meinem Koffer mit.)

  3. Je mag ... meenemen in je handbagage.

    (Du darfst ... im Handgepäck mitnehmen.)

Hoi Sarah,

Bedankt voor je e-mail. In je toilettas mag je kleine flesjes vloeistof meenemen, tot 100 milliliter per flesje. Alle flesjes moeten samen in één doorzichtig zakje.

Ik neem zelf één koffer mee met ondergoed, een broek, twee overhemden en een paar nette schoenen. Mijn laptop en oplader doe ik in mijn rugzak, samen met mijn paspoort en zonnebril.

Groet,
[Je naam]

Hi Sarah,

danke für deine E-Mail. Im Kulturbeutel darfst du kleine Fläschchen mit Flüssigkeiten mitnehmen, bis zu 100 Milliliter pro Fläschchen. Alle Fläschchen müssen zusammen in einem durchsichtigen Beutel verpackt sein.

Ich selbst nehme einen Koffer mit Unterwäsche, einer Hose, zwei Hemden und einem Paar ordentlicher Schuhe. Meinen Laptop und das Ladegerät packe ich in meinen Rucksack, zusammen mit meinem Reisepass und meiner Sonnenbrille.

Viele Grüße,
[Dein Name]

Übung 2: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wählen Sie die richtige Lösung

1. Voor mijn zakenreis ___ ik alleen een kleine koffer mee.

(Für meine Geschäftsreise ___ ich nur einen kleinen Koffer mit.)

2. Hij ___ geen grote rugzak mee, want hij reist alleen met handbagage.

(Er ___ keinen großen Rucksack mit, weil er nur mit Handgepäck reist.)

3. We ___ de koffer al met pakken en ondergoed ___.

(Wir ___ den Koffer schon mit Hemden und Unterwäsche ___.)

4. Op het vliegveld controleert de medewerker of u uw koffer niet te vol ___ ___.

(Am Flughafen prüft der Mitarbeiter, ob Sie Ihren Koffer nicht zu voll ___ ___.)

Übung 3: Dialogkarten

Anleitung: Wähle eine Situation aus und übe das Gespräch mit deinem Lehrer oder deinen Mitschülern.

Übung 4: Auf die Situation reagieren

Anleitung: Übe zu zweit oder mit deiner Lehrkraft.

1. Je gaat voor drie dagen op zakenreis naar Frankfurt. Je partner vraagt: “Wat neem je allemaal mee in je koffer?” Leg kort uit wat je inpakt. (Gebruik: De koffer, inpakken, meenemen)

(Du fährst für drei Tage geschäftlich nach Frankfurt. Dein Partner fragt: „Was packst du alles in deinen Koffer?“ Erkläre kurz, was du einpackst. (Verwende: De koffer, inpakken, meenemen))

In mijn koffer  

(In mijn koffer ...)

Beispiel:

In mijn koffer neem ik pakken en nette schoenen mee voor de vergadering. Ik pak ook een toilettas en een paar T-shirts in voor de avond.

(In mijn koffer neem ik pakken en nette schoenen mee voor de vergadering. Ik pak ook een toilettas en een paar T‑shirts in voor de avond.)

2. Je staat op Schiphol bij de incheckbalie. De medewerker vraagt of je handbagage niet te zwaar is. Leg uit wat er in jouw rugzak zit. (Gebruik: De rugzak, laptop, werk)

(Du stehst am Flughafen Schiphol am Check‑in‑Schalter. Die Mitarbeiterin fragt, ob dein Handgepäck nicht zu schwer ist. Erkläre, was in deinem Rucksack ist. (Verwende: De rugzak, laptop, werk))

In mijn rugzak  

(In mijn rugzak ...)

Beispiel:

In mijn rugzak zit mijn laptop voor het werk, een notitieboek en mijn paspoort. Verder heb ik alleen een flesje water en mijn oplader bij me.

(In mijn rugzak zit mijn laptop voor het werk, een notitieboek en mijn paspoort. Verder heb ik alleen een flesje water en mijn oplader bij me.)

3. Je komt ’s avonds laat aan in je hotel. Je collega vraagt of je morgen tijd hebt om samen te gaan zwemmen in het hotelzwembad. Zeg wat je in je valies hebt voor het zwembad. (Gebruik: De zwembroek / de bikini, de handdoek, meenemen)

(Du kommst spätabends im Hotel an. Deine Kollegin fragt, ob du morgen Zeit hast, zusammen im Hotelpool schwimmen zu gehen. Sag, was du in deinem Koffer für das Schwimmen hast. (Verwende: De zwembroek / de bikini, de handdoek, meenemen))

Ik heb mijn zwembroek  

(Ik heb mijn zwembroek ...)

Beispiel:

Ik heb mijn zwembroek en een grote handdoek in mijn valies. Dus morgen kan ik na de conferentie wel even mee zwemmen.

(Ik heb mijn zwembroek en een grote handdoek in mijn valies. Dus morgen kan ik na de conferentie wel even mee zwemmen.)

4. Je bent weer thuis na je reis. Een vriend vraagt in een spraakbericht: “Ben je al uitgepakt?” Vertel kort wat je doet met je bagage. (Gebruik: Uitpakken, de bagage, het ondergoed)

(Du bist wieder zu Hause nach deiner Reise. Ein Freund fragt per Sprachnachricht: „Bist du schon ausgepackt?“ Erzähle kurz, was du mit deinem Gepäck machst. (Verwende: Uitpakken, de bagage, het ondergoed))

Ik ben nu mijn bagage  

(Ik ben nu mijn bagage ...)

Beispiel:

Ik ben nu mijn bagage aan het uitpakken. Ik leg eerst mijn ondergoed en kleren in de kast en daarna ruim ik mijn toilettas op in de badkamer.

(Ik ben nu mijn bagage aan het uitpakken. Ik leg eerst mijn ondergoed en kleren in de kast en daarna ruim ik mijn toilettas op in de badkamer.)

Übung 5: Schreibübung

Anleitung: Schreibe 5 oder 6 Sätze darüber, wie du deinen Koffer und dein Handgepäck packst, wenn du für die Arbeit oder den Urlaub mit dem Flugzeug reist.

Nützliche Ausdrücke:

Als ik op reis ga, neem ik altijd ... mee. / In mijn koffer stop ik ... / In mijn handbagage doe ik ... omdat ... / Ik vind het belangrijk om ... niet te vergeten.

Oefening 6: Gesprächsübung

Instructie:

  1. Welke items moeten worden ingepakt voor welk type vakantie? (Welche Gegenstände sollten für welche Art von Urlaub eingepackt werden?)
  2. Welk type koffer is het beste voor welk soort vakantie? (Welche Art von Koffer ist am besten für welchen Urlaubstyp geeignet?)
  3. Pak je soms te veel en ga je over de limiet heen? (Packst du manchmal zu viel und überschreitest das Limit?)

Unterrichtsrichtlinien +/- 10 Minuten

Beispielsätze:

Een bikini, zwembroek en zonnebril zijn het beste voor een strandvakantie.

Ein Bikini, Badehosen und eine Sonnenbrille sind am besten für einen Strandurlaub geeignet.

Ik neem kleine spullen mee in mijn handbagage.

Ich nehme kleine Gegenstände in mein Handgepäck mit.

Voor langere vakanties check ik een extra koffer in of soms een klein trolleyskje.

Für längere Urlaube gebe ich einen zusätzlichen Koffer auf oder manchmal einen kleinen Trolley.

Ik neem mijn 20-liter rugzak mee met zo min mogelijk spullen.

Ich nehme meinen 20-Liter-Rucksack mit so wenig Gegenständen wie möglich mit.

Mag je vloeistoffen meenemen in je handbagage?

Darf man Flüssigkeiten im Handgepäck mitnehmen?

Ik ben over het gewichtslimiet van mijn handbagage gegaan.

Ich habe das Gewichtslimit für mein Handgepäck überschritten.

...