PostNL verwerkt gemiddeld 1,1 miljoen pakketten per werkdag, maar raakt wel eens een pakketje kwijt. Hoe komt dat dan? In de video vertelt een pakketbezorger je er meer over.
PostNL verarbeitet durchschnittlich 1,1 Millionen Pakete an Arbeitstagen, verliert aber manchmal ein Päckchen. Wie kommt das? In dem Video erzählt ein Paketzusteller mehr darüber.

Übung 1: Sprachimmersion

Anleitung: Sehen Sie sich das Video an und beantworten Sie die zugehörigen Fragen.

Wort Übersetzung
Ontevreden klant unzufriedener Kunde
Pakketje Päckchen
Pakket Paket
Bezorgen zustellen
Bezorger Zusteller
Pakketbezorger Paketzusteller
Adres Adresse
Ontvanger Empfänger
Verzender Absender
Webshop Onlineshop
Postkantoor Postamt
Aangetekende zending Einschreiben
Postcode Postleitzahl
Regio Region
Douane Zoll
Klacht Beschwerde
Notificatie Benachrichtigung
Levering Lieferung
Er zijn klanten die niet tevreden zijn omdat een pakketje kwijt is. (Es gibt Kunden, die unzufrieden sind, weil ein Päckchen verschwunden ist.)
Dat gebeurt om verschillende redenen. (Das passiert aus verschiedenen Gründen.)
Soms heeft de webshop het pakket te laat verstuurd en is het een dag zoek. (Manchmal hat der Onlineshop das Paket zu spät verschickt und es ist einen Tag lang verschwunden.)
Soms klopt de postcode niet, gaat het pakket naar een andere regio en loopt het vertraging op. (Manchmal stimmt die Postleitzahl nicht, das Paket landet in einer anderen Region und es kommt zu Verzögerungen.)
Als het pakket uit het buitenland komt, kan de douane het tegenhouden. (Wenn das Paket aus dem Ausland kommt, kann der Zoll es zurückhalten.)
Ook kan het adres helemaal fout zijn; dan duurt het langer voordat de ontvanger het heeft gekregen. (Auch kann die Adresse völlig falsch sein; dann dauert es länger, bis der Empfänger es erhält.)
Bij het sturen van een brief of pakket schrijft de verzender soms de naam van de ontvanger verkeerd. (Beim Versenden eines Briefes oder Pakets schreibt der Absender manchmal den Namen des Empfängers falsch.)
Soms meldt de bezorger dat de ontvanger niet thuis is en moet het pakketje weer terug. (Manchmal meldet der Zusteller, dass der Empfänger nicht zu Hause war und nimmt das Päckchen wieder mit.)
In zo'n geval heeft de klant vaak al een klacht gestuurd over de bezorger. (In so einem Fall hat der Kunde oft bereits eine Beschwerde über den Zusteller geschickt.)
Je kunt het beste een pakket versturen via het postkantoor met een aangetekende zending. (Am besten schickt man ein Paket über das Postamt als Einschreiben.)

1. Waarom zijn sommige klanten niet tevreden?

(Warum sind einige Kunden unzufrieden?)

2. Wat gebeurt er als de postcode niet klopt?

(Was passiert, wenn die Postleitzahl nicht stimmt?)

3. Wat kan de douane doen met een pakket uit het buitenland?

(Was kann der Zoll mit einem Paket aus dem Ausland machen?)

4. Wat is een voordeel van een aangetekende zending via het postkantoor?

(Was ist ein Vorteil eines Einschreibens über das Postamt?)

Übung 2: Dialog

Anleitung: Lesen Sie den Dialog und beantworten Sie die Fragen.

Ik wacht op een belangrijk pakket

Ich warte auf ein wichtiges Paket
1. Tim: Ik wacht al twee dagen op een belangrijk pakket. (Ich warte schon seit zwei Tagen auf ein wichtiges Paket.)
2. Mila: Heb je de verzender al gemaild om te vragen wanneer het aankomt? (Hast du den Absender schon per E‑Mail gefragt, wann es ankommt?)
3. Tim: Ja, ik heb hem gisteren gemaild en hij zei dat het vanmorgen zou aankomen. (Ja, ich habe ihm gestern geschrieben und er sagte, es würde heute Morgen ankommen.)
4. Mila: Misschien is het vertraagd bij de post of bij de ontvanger. (Vielleicht gibt es Verzögerungen bei der Post oder beim Empfänger.)
5. Tim: Dat kan. Het is niet de eerste keer dit jaar. Als ze het beloven, moeten ze het toch leveren. (Das kann sein. Dieses Jahr ist das nicht das erste Mal. Wenn sie es zusagen, sollten sie es auch liefern.)
6. Mila: Heb je al gecontroleerd of de postcode goed was? (Hast du schon überprüft, ob die Postleitzahl korrekt ist?)
7. Tim: Ja, alles klopt volgens de e-mail die ik heb gekregen. (Ja, laut der E‑Mail, die ich bekommen habe, stimmt alles.)
8. Mila: Dan komt het vast vandaag, misschien ligt het al bij de receptie. (Dann kommt es bestimmt heute — vielleicht liegt es schon an der Rezeption.)
9. Tim: Dat kan inderdaad. Ik vraag straks even of ze iets voor mij hebben. (Das könnte sein. Ich frage später nach, ob sie etwas für mich haben.)
10. Mila: En anders kun je morgen naar het postkantoor gaan. (Und ansonsten kannst du morgen zum Postamt gehen.)
11. Tim: Ja, goed idee. Dat ga ik doen. Ik hoop dat het pakket snel komt. (Ja, gute Idee. Das mache ich. Ich hoffe, das Paket kommt bald.)

1. Waarom is Tim ongerust?

(Warum ist Tim besorgt?)

2. Wat heeft Tim gisteren gedaan?

(Was hat Tim gestern gemacht?)