In Nederland moet iedereen (14+ jaar) altijd een geldig identiteitsbewijs bij zich hebben. Dit is een wettelijke verplichting. Maar, hoe vraag je een identiteitskaart aan? Bekijk de video.
In den Niederlanden muss jeder (ab 14 Jahren) jederzeit einen gültigen Ausweis bei sich haben. Das ist eine gesetzliche Verpflichtung. Aber wie beantragt man einen Personalausweis? Schau dir das Video an.

Übung 1: Sprachimmersion

Anleitung: Erkenne das angezeigte Vokabular im Video.

Wort Übersetzung
Een identiteitskaart Ein Personalausweis
De afspraak Der Termin
Het gemeentehuis Das Rathaus
Via de website van de gemeente Über die Website der Gemeinde
De geldige pasfoto Ein gültiges Passfoto
Het verlopen paspoort Der abgelaufene Reisepass
Je pinpas meenemen Die EC‑Karte mitnehmen
Het toestemmingsformulier Das Einverständnisformular
Het formulier invullen Das Formular ausfüllen
Het formulier ondertekenen Das Formular unterschreiben
Met spoed aanvragen Mit Dringlichkeit beantragen
Als je een nieuwe identiteitskaart nodig hebt, maak je een afspraak bij het gemeentehuis. (Wenn du einen neuen Personalausweis brauchst, vereinbarst du einen Termin im Rathaus.)
Je maakt de afspraak via de website van de gemeente. (Du vereinbarst den Termin über die Website der Gemeinde.)
Neem een geldige pasfoto, je paspoort of identiteitskaart mee. (Bringe ein gültiges Passfoto sowie deinen Reisepass oder Personalausweis mit.)
Vergeet je pinpas niet, of betaal contant bij de balie. (Vergiss deine EC‑Karte nicht oder bezahle bar am Schalter.)
De nieuwe identiteitskaart kost zeventig euro en is tien jaar geldig. (Der neue Personalausweis kostet siebzig Euro und ist zehn Jahre gültig.)
Ben je jonger dan twaalf jaar, dan ga je met je ouders naar het gemeentehuis. (Bist du jünger als zwölf Jahre, gehst du mit deinen Eltern zum Rathaus.)
Je ouders vullen een toestemmingsformulier in en nemen een geldig identiteitsbewijs mee. (Deine Eltern füllen ein Einverständnisformular aus und bringen einen gültigen Ausweis mit.)
Je krijgt de nieuwe kaart binnen zeven dagen. (Du erhältst die neue Karte innerhalb von sieben Tagen.)
Heb je de kaart sneller nodig, dan kun je die met spoed aanvragen. (Wenn du die Karte schneller brauchst, kannst du sie mit Dringlichkeit beantragen.)
Bij een spoedaanvraag ligt de kaart na twee werkdagen voor je klaar. (Bei einer Dringlichkeitsanfrage liegt die Karte nach zwei Arbeitstagen für dich bereit.)

Verständnisfragen:

  1. Hoe maak je een afspraak om een nieuwe identiteitskaart aan te vragen?

    (Wie vereinbarst du einen Termin, um einen neuen Personalausweis zu beantragen?)

  2. Welke documenten moet je meenemen als je een nieuwe identiteitskaart aanvraagt? Noem minstens twee dingen.

    (Welche Dokumente musst du mitbringen, wenn du einen neuen Personalausweis beantragst? Nenne mindestens zwei Dinge.)

  3. Wat is het verschil tussen een gewone aanvraag en een spoedaanvraag van een identiteitskaart?

    (Was ist der Unterschied zwischen einer normalen Beantragung und einer Dringlichkeitsbeantragung eines Personalausweises?)

Übung 2: Dialog

Anleitung: Lesen Sie den Dialog und beantworten Sie die Fragen.

Een nieuwe identiteitskaart aanvragen

Einen neuen Personalausweis beantragen
1. Robin: Hé zus, ik wil een nieuwe identiteitskaart aanvragen. Heb jij ervaring met hoe dat werkt? (Hey Schwester, ich möchte einen neuen Personalausweis beantragen. Hast du Erfahrung damit, wie das funktioniert?)
2. Dania: Ja, natuurlijk! Je maakt eerst een afspraak bij het gemeentehuis. Dat kan via de website van de gemeente. (Ja, natürlich! Du vereinbarst zuerst einen Termin im Rathaus. Das geht über die Website der Gemeinde.)
3. Robin: Dat klinkt simpel. En wat moet ik meenemen naar de afspraak? (Das klingt einfach. Und was muss ich zum Termin mitbringen?)
4. Dania: Je moet een recente pasfoto meenemen, en ook je oude paspoort of identiteitskaart. Vergeet je pinpas niet! (Du musst ein aktuelles Passfoto mitbringen und außerdem deinen alten Reisepass oder Personalausweis. Vergiss deine Bankkarte nicht!)
5. Robin: Mijn oude identiteitskaart is verlopen. Kan ik die ook meenemen? (Mein alter Personalausweis ist abgelaufen. Kann ich den auch mitbringen?)
6. Dania: Ja, je kunt je verlopen paspoort of identiteitskaart meenemen. Je kunt deze informatie ook gemakkelijk online vinden. (Ja, du kannst deinen abgelaufenen Reisepass oder Personalausweis mitbringen. Diese Informationen findest du auch leicht online.)
7. Robin: Goed om te weten, maar het is makkelijker om het aan jou te vragen. (Gut zu wissen, aber es ist einfacher, dich zu fragen.)
8. Dania: Is goed. Normaal krijg je de kaart binnen zeven dagen, of met spoed binnen twee werkdagen. (Alles klar. Normalerweise bekommst du die Karte innerhalb von sieben Tagen, oder bei Eilbedarf innerhalb von zwei Arbeitstagen.)
9. Robin: Bedankt, dat zou ik niet zo snel online vinden. Daar heb ik dus een zus voor. (Danke, das hätte ich online nicht so schnell gefunden. Dafür habe ich also eine Schwester.)
10. Dania: Graag gedaan, dat zal ik onthouden. (Gern geschehen, das merke ich mir.)

1. Wat wil Robin doen?

(Was möchte Robin tun?)

2. Waar moet Robin een afspraak maken?

(Wo muss Robin einen Termin vereinbaren?)

Übung 3: Offene Gesprächsfragen

Anleitung: Beantworte die Fragen und korrigiere sie mit deinem Lehrer.

  1. U woont sinds kort in Nederland en uw identiteitskaart verloopt bijna. Wat doet u om een nieuwe kaart aan te vragen? Noem twee stappen.
    Sie wohnen seit Kurzem in den Niederlanden und Ihr Ausweis läuft bald ab. Was tun Sie, um einen neuen Ausweis zu beantragen? Nennen Sie zwei Schritte.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. U belt het gemeentehuis voor een afspraak voor een identiteitskaart, maar u kunt alleen na werktijd komen. Wat zegt u tegen de ambtenaar over uw beschikbare tijden?
    Sie rufen das Rathaus an, um einen Termin für einen Ausweis zu vereinbaren, können aber nur außerhalb der Bürozeiten kommen. Was sagen Sie dem Mitarbeiter über Ihre verfügbaren Zeiten?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. U gaat naar het gemeentehuis en merkt dat u een belangrijk document bent vergeten. Wat zegt u bij de balie en wat doet u daarna?
    Sie gehen zum Rathaus und merken, dass Sie ein wichtiges Dokument vergessen haben. Was sagen Sie am Schalter und was tun Sie dann?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. U heeft een nieuwe baan gevonden. Welke papieren moet u in Nederland volgens u regelen voordat u gaat werken? Noem één of twee dingen.
    Sie haben eine neue Stelle gefunden. Welche Unterlagen müssen Sie Ihrer Meinung nach in den Niederlanden regeln, bevor Sie zu arbeiten beginnen? Nennen Sie ein oder zwei Dinge.

    __________________________________________________________________________________________________________