Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Aushang im Einkaufszentrum: Service-Übersicht
Vul de lege plekken in: Drogeriemarkt, Absätze, Schreibwarenladen, Metzger, besorgen, geöffnet, Blumenladen, Schuster, Geschenkladen, Verkäufer
(Aankondiging in het winkelcentrum: overzicht van services)
Im Einkaufszentrum Stadtpark finden Sie viele Angebote für den Alltag. Heute haben viele Läden bis 20 Uhr . Im Erdgeschoss sind ein , ein und ein . Im Obergeschoss finden Sie den und einen .
Morgen ist der von 10 bis 16 Uhr vor Ort: Er repariert Schuhe und tauscht . An der Info hilft ein bei Fragen zu Parken, Rückgabe und Fundbüro. Nach der Arbeit können Sie schnell etwas und danach einen Kaffee trinken.In winkelcentrum Stadtpark vindt u veel aanbod voor het dagelijks leven. Vandaag zijn veel winkels geopend tot 20.00 uur. Op de begane grond zijn een drogisterij, een bloemenwinkel en een kantoorboekhandel. Op de bovenverdieping vindt u de slager en een cadeauwinkel.
Morgen is de schoenmaker van 10.00 tot 16.00 uur aanwezig: hij repareert schoenen en vervangt hakken. Bij de informatiebalie helpt een medewerker bij vragen over parkeren, retourneren en gevonden voorwerpen. Na het werk kunt u snel iets kopen en daarna een kop koffie drinken.
-
Welche Geschäfte und Dienstleistungen stehen im Einkaufszentrum zur Verfügung und welche Öffnungszeiten oder Zeiten werden genannt?
(Welke winkels en diensten zijn er in het winkelcentrum en welke openingstijden of tijden worden genoemd?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(Ze gaat naar het winkelcentrum om meerdere dingen te kopen.) |
||
|
(In de bloemenwinkel koopt ze vandaag een boeket voor haar collega.) |
||
|
(Na de drogist is ze van plan bij de slager iets voor het avondeten te kopen.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gestern ___ ich den hübschen Geschenkeladen im Einkaufszentrum.
(Gisteren ___ ik de mooie cadeaushop in het winkelcentrum.)2. Im Drogeriemarkt ___ der Kunde ein praktisches Geschenk für seine Kollegin.
(In de drogisterij ___ de klant een praktisch cadeau voor zijn collega.)3. Nach der Arbeit ___ ich den Verkäufer am Kiosk und fragte nach Briefmarken.
(Na het werk ___ ik de verkoper bij de kiosk en vroeg om postzegels.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Morgen gehe ich zuerst in den/die ... / Im Einkaufszentrum gibt es zum Beispiel ... / Ich möchte ... kaufen/besorgen.
-
Sie sind neu in der Stadt: Wohin gehen Sie im Einkaufszentrum, wenn Sie Blumen und ein kleines Geschenk brauchen?
U bent nieuw in de stad: naar welke winkel in het winkelcentrum gaat u als u bloemen en een klein cadeautje nodig heeft?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Sie möchten morgen nach der Arbeit etwas besorgen: In welchen Laden gehen Sie zuerst und was kaufen Sie dort?
U wilt morgen na het werk iets regelen: welke winkel bezoekt u eerst en wat koopt u daar?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Hi! Hast du am Samstag Zeit? Ich gehe vormittags ins Einkaufszentrum am Alex und muss noch ein paar Sachen besorgen: Shampoo aus dem Drogeriemarkt und ein kleines Geschenk aus dem Geschenkladen. Danach will ich kurz zum Blumenladen.
Willst du mitkommen? Brauchst du auch etwas? Wir können uns um 10:30 vor dem Eingang treffen.Liebe Grüße
Jana
Hi! Heb je zaterdag tijd? Ik ga zaterdagochtend naar het winkelcentrum bij de Alex en moet nog een paar dingen halen: shampoo uit de drogisterij en een klein cadeautje uit de cadeauwinkel. Daarna wil ik nog even naar de bloemenwinkel.
Wil je meegaan? Heb jij ook iets nodig? We kunnen elkaar om 10:30 uur voor de ingang ontmoeten.Groetjes
Jana
Nuttige zinnen:
-
Am Samstag kann ich … / Am Samstag habe ich leider keine Zeit, weil …
(Op zaterdag kan ik … / Op zaterdag heb ik helaas geen tijd, omdat …)
-
Im Einkaufszentrum brauche ich noch …
(In het winkelcentrum heb ik nog … nodig)
-
Um 10:30 Uhr treffen wir uns vor dem Eingang.
(Om 10:30 ontmoeten we elkaar voor de ingang.)
Hi Jana, ja, zaterdag heb ik tijd. Ik ga graag mee. In het winkelcentrum wil ik ook nog iets halen: ik heb een nieuw notitieboekje nodig uit de papierwinkel. Daarna kunnen we graag naar de bloemenwinkel gaan. Om 10:30 uur is prima — we ontmoeten elkaar voor de ingang. Tot dan!