Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Hinweis im Einkaufszentrum: Services am Samstag
Vul de lege plekken in: Schreibwarenladen, Kiosk, Verkäufer, hübsche, Schuster, Einkaufszentrum, Geschenkladen, Drogeriemarkt
(Mededeling in het winkelcentrum: services op zaterdag)
Hinweis für Besucher: Morgen bietet das zusätzliche Services. Im gibt es neue Notizbücher und praktische Stifte. Der verkauft Zeitungen und kleine Snacks. Im bekommen Sie Shampoo und Sonnencreme.
Zwischen 10 und 14 Uhr ist außerdem ein im Erdgeschoss: Er repariert Absätze und näht kleine Risse. Im finden Sie Karten und Geschenkpapier. Bei Fragen helfen die an den Kassen.Mededeling voor bezoekers: Morgen biedt het winkelcentrum extra services. In de kantoorboekhandel zijn er nieuwe notitieboeken en handige pennen. De kiosk verkoopt kranten en kleine snacks. In de drogisterij krijgt u shampoo en zonnecrème.
Tussen 10 en 14 uur is er bovendien een schoenmaker op de begane grond: hij repareert hakken en naait kleine scheurtjes. In de cadeauwinkel vindt u mooie kaarten en cadeaupapier. Bij vragen helpen de verkopers bij de kassa’s.
-
Welche zwei Läden oder Services aus dem Text sind für dich heute am wichtigsten und was würdest du dort besorgen?
(Welke twee winkels of services uit de tekst zijn voor jou vandaag het belangrijkst en wat zou je daar kopen?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(De spreekster wil in het winkelcentrum onder andere shampoo kopen.) |
||
|
(Ze heeft het cadeau voor haar collega al gekocht en heeft alleen nog een tas nodig.) |
||
|
(Ze wil alleen naar de slager gaan als ze nog tijd heeft.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Gestern im Einkaufszentrum ___ ich den Verkäufer nach einem Geschenk gefragt.
(Gisteren in het winkelcentrum ___ ik de verkoper naar een cadeau gevraagd.)2. Als Kind ___ ich den Kiosk, weil es dort viele Süßigkeiten gab.
(Als kind ___ ik van de kiosk, omdat er daar veel snoep was.)3. Heute im Drogeriemarkt habe ich viele praktische Produkte ___.
(Vandaag in de drogisterij heb ik veel praktische producten ___.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 6: Discussievragen (AI+)
Instructie: Spreken: vertaal en beantwoord (AI+)
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Nuttige uitdrukkingen:
Morgen gehe ich zuerst …, dann … / Im Einkaufszentrum gibt es … / Ich brauche …, deshalb gehe ich zum/zur …
-
Du willst morgen nach der Arbeit noch schnell etwas für zu Hause besorgen. In welche Geschäfte gehst du und warum?
Je wilt morgen na het werk nog snel iets voor thuis halen. Naar welke winkels ga je en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Du bist im Einkaufszentrum und suchst ein kleines Geschenk für eine Kollegin. Was kaufst du und in welchem Laden findest du es?
Je bent in het winkelcentrum en zoekt een klein cadeau voor een collega. Wat koop je en in welke winkel vind je het?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Brief schrijven (AI+)
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Hi! Ich bin schon im Einkaufszentrum in der Stadt. Ich muss noch schnell in den Drogeriemarkt und in den Schreibwarenladen. Hast du auch etwas, das wir dort besorgen können?
Wir können uns gern am Eingang beim Kiosk treffen. Passt dir 15:30? Danach können wir noch kurz zum Geschenkladen, ich brauche etwas Hübsches für Anna.
- Laura
Hoi! Ik ben al in het winkelcentrum in de stad. Ik moet nog even snel naar de drogist en naar de kantoorboekhandel. Heb jij ook iets dat we daar kunnen halen?
We kunnen elkaar gerust bij de ingang bij de kiosk treffen. Past 15:30 jou? Daarna kunnen we nog even naar de cadeauwinkel, ik heb iets moois nodig voor Anna.
- Laura
Nuttige zinnen:
-
Um 15:30 kann ich ...
(Om 15:30 kan ik ...)
-
Im Einkaufszentrum brauche ich noch ...
(In het winkelcentrum heb ik nog nodig ...)
-
Wir treffen uns am Eingang beim ...
(We ontmoeten elkaar bij de ingang bij ...)
Hoi Laura, 15:30 past mij goed. We ontmoeten elkaar bij de ingang bij de kiosk. Ik moet even naar de drogist voor tandpasta en naar de kantoorboekhandel voor een kaart. Daarna gaan we graag naar de cadeauwinkel. Tot zo!