Im Deutschen wird kein Artikel benutzt bei allgemeinen Begriffen, Abstrakta und unbestimmten Mengen: z.B. „Angst haben".

(In het Duits wordt er geen lidwoord gebruikt bij algemene begrippen, abstracta en onbepaalde hoeveelheden: bijv. „Angst haben”.)

Wanneer laat je in het Duits het lidwoord weg?

In het Duits staat bij sommige zelfstandige naamwoorden geen lidwoord (dus geen der/die/das en geen ein/eine).

  • Abstracte begrippen: gevoelens, eigenschappen, kwaliteiten
  • Onbepaalde hoeveelheden: “materiaal/kapitaal/investeringen” in het algemeen

1) Abstracte begrippen: vaak “nul lidwoord”

Bij vaste combinaties zoals Angst haben en Mut haben gebruik je meestal geen lidwoord.

Correct (meestal) Waarom?
Ich habe Angst vor der Konkurrenz. “Angst” = algemeen gevoel, niet één concrete angst.
Du musst Mut haben. “Mut” = eigenschap/kwaliteit, algemeen bedoeld.

Wanneer wél een lidwoord bij Angst/Mut?

Een lidwoord gebruik je als je het specifieker maakt: één concrete angst, een bepaald soort moed, of iets dat eerder genoemd is.

  • eine Angst = één specifieke angst (bijv. een fobie of een duidelijke, afgebakende angst)
  • die Angst = dé angst (bekend/bedoeld in de context)
Met lidwoord (specifiek) Betekenis
Sie hat eine Angst vor engen Räumen. Een concrete angst: claustrofobie-achtig.
Die Angst vor Fehlern blockiert ihn. Een bekende/benoemde angst in deze context.
Er hat den Mut gefunden, zu kündigen. Heel specifiek: “die ene moed” om die stap te zetten.

2) Onbepaalde hoeveelheden: Kapitaal/Investitionen zonder lidwoord

Als je het hebt over “wat kapitaal” of “investeringen” in het algemeen, laat je het lidwoord vaak weg.

  • Wir brauchen Kapital für die Gründung.
  • Wir planen Investitionen für nächstes Jahr.

Wanneer wél een lidwoord bij Kapitaal/Investitionen?

Gebruik een lidwoord als het gaat om concrete, afgebakende bedragen of specifieke investeringen.

Zonder lidwoord Met lidwoord
Wir brauchen Kapital. Wir brauchen das Kapital aus dem Vertrag.
Wir planen Investitionen. Wir planen die Investitionen für die neue Maschine.

Snelle zelfcheck: moet er een lidwoord staan?

  1. Is het een algemeen gevoel/kwaliteit? → meestal geen lidwoord (Angst, Mut).
  2. Is het een algemene hoeveelheid (niet precies afgebakend)? → vaak geen lidwoord (Kapital, Investitionen).
  3. Bedoel je iets specifieks, bekend of afgebakend? → dan vaak wél lidwoord.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze meteen herkent)

  • Ich habe die Angst vor der Konkurrenz. → meestal: Ich habe Angst vor der Konkurrenz.
  • Du musst den Mut haben. → meestal: Du musst Mut haben.
  • Wir brauchen ein Kapital. → meestal: Wir brauchen Kapital.

Tip: Als je in het Nederlands “angst hebben” of “moed hebben” zegt zonder “een/de”, is de kans groot dat het Duits ook zonder lidwoord is.

  1. Geen lidwoord bij abstracte begrippen zoals Angst, Mut.
  2. Geen lidwoord bij onbepaalde hoeveelheden: bijv. Kapital, Investitionen.
Begriff (Begrip)Beispiel (Voorbeeld)
Angst (angst)Ich habe Angst vor der Konkurrenz. (Ik ben bang voor de concurrentie.)
Mut (moed)Du musst Mut haben, das Projekt zu starten. (Je moet moed hebben om het project te starten.)
Kapital (kapitaal)Wir brauchen Kapital für die Gründung. (We hebben kapitaal nodig voor de oprichting.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ich habe ___ Angst vor der Konkurrenz.

Ik ben ___ bang voor concurrentie.)

2. Du brauchst ___ Mut, wenn du dein eigenes Geschäft startest.

Je hebt ___ moed nodig wanneer je je eigen bedrijf start.)

3. Wir haben nicht genug ___ Kapital für die Gründung.

We hebben niet genoeg ___ kapitaal voor de oprichting.)

4. Für die ersten Monate brauchen wir ___ Investitionen.

Voor de eerste maanden hebben we ___ investeringen nodig.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste optie zonder lidwoord als er geen lidwoord nodig is.

1.
Met „een angst“ wordt meestal één concrete angst bedoeld; in de algemene uitdrukking „angst hebben“ gebruikt men geen lidwoord.
Bij abstracte begrippen gebruikt men in het Duits normaal geen lidwoord: „Angst haben“. Hier is de formulering te bepaald.
2.
„Het kapitaal“ klinkt te bepaald; hier wordt algemeen, onbepaald kapitaal bedoeld.
„Kapitaal“ wordt hier in de betekenis van een onbepaalde hoeveelheid gebruikt; het lidwoord „een“ is hier ongebruikelijk.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen zonder lidwoord (geen „een“ of „de/het“) bij abstracte begrippen en onbeperkte hoeveelheden zoals angst, moed, kapitaal, investeringen. Voorbeeld: „Ich habe eine Angst.“ → „Ich habe Angst.“

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich habe eine Angst vor der Konkurrenz.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich habe Angst vor der Konkurrenz.
    (Ich habe Angst vor der Konkurrenz.)
  2. Du musst einen Mut haben und den Chef anrufen.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Du musst Mut haben und den Chef anrufen.
    (Du musst Mut haben und den Chef anrufen.)
  3. Für die Gründung brauchen wir ein Kapital.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Für die Gründung brauchen wir Kapital.
    (Für die Gründung brauchen wir Kapital.)
  4. Für das neue Projekt suchen wir ein Kapital von 10.000 Euro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Für das neue Projekt suchen wir Kapital in Höhe von 10.000 Euro.
    (Für das neue Projekt suchen wir Kapital in Höhe von 10.000 Euro.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Spreek 4 minuten en beslis hoe jullie project en kapitaal georganiseerd worden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du triffst deinen Geschäftspartner im Café, um die Gründung eures Unternehmens zu planen.
(Je ontmoet je zakenpartner in het café om de oprichting van jullie bedrijf te bespreken.)

Bespreek
  • Welche Idee habt ihr und welches Projekt startet ihr zuerst? (Wat is jullie idee en welk project starten jullie eerst?)
  • Wovor habt ihr Angst bei der Gründung und woher nehmt ihr Mut? Warum?","Wie geht ihr mit der Konkurrenz um und wie wollt ihr am Anfang investieren?","Wer übernimmt die Buchhaltung und braucht ihr einen Kredit? (Waar zijn jullie bang voor bij de oprichting en waar halen jullie moed vandaan? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Wir brauchen Kapital für die Gründung. (We hebben kapitaal nodig voor de oprichting.)
  • Ich habe Angst vor der Konkurrenz. (Ik ben bang voor de concurrentie.)
  • Du musst Mut haben, dein eigener Chef zu sein!","Wer macht die Buchhaltung im Unternehmen? (Je moet moed hebben om je eigen baas te zijn!)

Gebruik in gesprek
  • Angst haben vor … (ohne Artikel) (Bang zijn voor … (zonder lidwoord))
  • Mut haben / Mut brauchen (ohne Artikel) (Moed hebben / moed nodig hebben (zonder lidwoord))
  • Kapital / Investitionen brauchen (ohne Artikel) (Kapitaal / investeringen nodig hebben (zonder lidwoord))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:52