Mit einem Verb + zu + Infinitiv kann man Absichten, Wünsche oder Pläne für die Zukunft beschreiben, z. B. planen, hoffen, versuchen.

(Met een werkwoord + zu + infinitief kun je bedoelingen, wensen of plannen voor de toekomst beschrijven, bijv. plannen, hopen, proberen.)

1. Wanneer gebruik je zu + Infinitiv?

  • Je gebruikt zu + infinitief om over een plan, wens, bedoeling of poging te praten.
  • Typische werkwoorden ervoor zijn o.a.:
    planen, vorhaben, hoffen, versuchen, anfangen.
Duits Letterlijk / functie Nederlands
Ich plane, weniger zu arbeiten. plan + zu + infinitief Ik ben van plan minder te werken.
Ich hoffe, gesund zu bleiben. wens / hoop Ik hoop gezond te blijven.
Ich versuche, mehr zu lesen. poging Ik probeer meer te lezen.

Let op: in het Nederlands hoor je ook vaak te + infinitief. Dat helpt je om het Duitse zu + Infinitiv te herkennen.

2. Basisregel: positie van zu bij gewone werkwoorden

Bij niet-scheidbare werkwoorden is de vorm heel simpel:

  • zu staat direct vóór de infinitief.
  • Er staat niets tussen zu en de infinitief.
Juiste vorm Fout
Ich plane, nächstes Jahr mehr zu reisen. Ich plane, nächstes Jahr mehr reisen zu.
Wir hoffen, länger zu leben. Wir hoffen, länger leben zu.
Ich versuche, jeden Tag spazieren zu gehen. Ich versuche, jeden Tag spazieren gehen zu.
  • Gebruik maar één keer zu:
    zu lesen zuzu lesen

3. Speciale regel: scheidbare werkwoorden (+ overzicht)

Bij scheidbare werkwoorden komt zu tussen het voorvoegsel en de stam.

  • Infinitief zonder zu: anfangen, aufräumen, aufhören, mitmachen, mitkommen
  • Met zu: anzufangen, aufzuräumen, aufzuhören, mitzumachen, mitzukommen
Infinitief Met zu Voorbeeldzin
anfangen anzufangen Ich fange an, mehr Sport zu machen.
aufräumen aufzuräumen Ich fange an, den Keller aufzuräumen.
aufhören aufzuhören Er hat vor, nächstes Jahr mit der Arbeit aufzuhören.

Nooit zo schrijven:

  • zu aufräumenaufzuräumen
  • zu anfangenanzufangen

4. Typische combinatie: hoofdzin + komma + zu-constructie

Vaak zie je deze structuur:

  1. Hoofdzin met persoonsvorm.
  2. Komma.
  3. zu + infinitief (met eventuele objecten erbij).
Structuur Voorbeeld
ich plane, ... Ich plane, mehr Zeit mit meiner Familie zu verbringen.
ich habe vor, ... Ich habe vor, im Ruhestand in eine kleinere Wohnung umzuziehen.
ich fange an, ... Ich fange an, die Unterlagen für meine Rente zu sammeln.

Belangrijk: de zu-constructie heeft geen eigen persoonsvorm. De persoonsvorm staat al in de hoofdzin: ich plane, ich habe vor, ich fange an

5. Waar zet je het object: vóór of na zu + Infinitiv?

In de zu-constructie komt het object meestal vóór het werkwoord.

Juiste volgorde Foute volgorde
Ich plane, meine Wohnung zu verkaufen. Ich plane, zu verkaufen meine Wohnung.
Ich hoffe, einen Kurs zu machen. Ich hoffe, zu machen einen Kurs.
Ich fange an, den Keller aufzuräumen. Ich fange an, aufzuräumen den Keller.
  • Schema: … Objekt + zu / Präfix+zu + Verb
  • Niet: … zu / Präfix+zu + Verb + Objekt

6. Veelvoorkomende combinaties (handig om te onthouden)

Leer deze blokken bijna als "chunks" uit je hoofd. Ze komen heel vaak voor in gesprekken over plannen en pensioen.

Duitse uitdrukking Betekenis Voorbeeld
ich plane, ... zu + Infinitiv ik ben van plan om … te … Ich plane, mehr Zeit mit meinen Enkeln zu verbringen.
ich habe vor, ... zu + Infinitiv ik ben van plan / ik ben van zins Ich habe vor, ab nächstem Jahr weniger zu arbeiten.
ich hoffe, ... zu + Infinitiv ik hoop … te … Ich hoffe, lange gesund zu bleiben.
ich versuche, ... zu + Infinitiv ik probeer … te … Ich versuche, mich nicht zu langweilen.
ich fange an, ... zu + Infinitiv ik begin … te … Ich fange an, die Rente zu planen.

7. Typische fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Fout 1: geen zu gebruiken
    Ich plane, nächstes Jahr mehr reisen.
    Ich plane, nächstes Jahr mehr zu reisen.
  • Fout 2: zu helemaal aan het einde zetten
    Wir hoffen, bald mit der Reise beginnen zu.
    Wir hoffen, bald mit der Reise zu beginnen.
  • Fout 3: dubbel zu
    Ich versuche, ein Buch zu lesen zu.
    Ich versuche, ein Buch zu lesen.
  • Fout 4: bij scheidbare werkwoorden zu op de verkeerde plek
    Ich fange an, den Keller zu aufräumen.
    Ich fange an, den Keller aufzuräumen.

8. Snelle stappen-check: begrijp ik het?

  1. Zie ik een werkwoord van plan / wens / poging?
    Bijvoorbeeld: planen, hoffen, versuchen, vorhaben, anfangen.
    → Dan heb je waarschijnlijk een zu + infinitief nodig.
  2. Is het werkwoord in de tweede helft scheidbaar?
    Ja → zet zu tussen voorvoegsel en stam: aufzuräumen, anzufangen.
    Nee → zet zu direct vóór de infinitief: zu lesen, zu arbeiten.
  3. Staat het object vóór het werkwoord?
    … den Keller aufzuräumen, … die Wohnung zu verkaufen.
    Niet: … aufzuräumen den Keller.
  4. Gebruik ik maar één zu?
    Controleer of er niet per ongeluk twee keer zu staat.

Kun je nu zelf zinnen maken als:

  • Ich plane, … zu …
  • Ich hoffe, … zu …
  • Ich fange an, … zu …

en ze correct invullen met jouw eigen pensioenplannen? Dan beheers je deze grammatica-vorm op A2-niveau.

  1. Bij scheidbare werkwoorden staat „zu" tussen het voorvoegsel en de stam: anfangen → anzufangen.
Form (Vorm)Beispielstruktur (Voorbeeldstructuur)
Verb + zu + Infinitiv (Werkwoord + zu + infinitief)ich plane, mehr Zeit zu genießen. (ik ben van plan om meer van mijn tijd te genieten.)
Trennbares Verb (Scheidbaar werkwoord)ich fange an, aufzuräumen. (ik begin op te ruimen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Viele Kollegen planen, mit 65 in Rente ___ gehen.

Veel collega’s zijn van plan om op hun 65e met pensioen ___ gaan.)

2. Ich fange an, mehr Zeit mit meinen Enkeln ___ verbringen.

Ik begin meer tijd met mijn kleinkinderen ___ door te brengen.)

3. Nach der Rente hoffe ich, ehrenamtlich im Sportverein ___ helfen.

Na mijn pensioen hoop ik vrijwilligerswerk te doen bij de sportvereniging ___ helpen.)

4. Ich versuche, alleine ___ leben, aber mich nicht ___ langweilen.

Ik probeer alleen ___ te wonen, maar me niet ___ te vervelen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste vorm met 'zu' + infinitief in verband met toekomstplannen of intenties uit de volgende zinnen. Let vooral op scheidbare werkwoorden en de plaatsing van 'zu'.

1.
Na werkwoorden als 'plannen' moet 'zu' vóór de infinitief staan; hier ontbreekt het 'zu'.
'zu' moet vóór de infinitief staan, niet aan het einde van de zin.
2.
Bij scheidbare werkwoorden staat 'zu' tussen het voorvoegsel en het werkwoord, dus 'op te ruimen', niet 'te op te ruimen'.
De woordvolgorde is onjuist; 'op te ruimen' met 'zu' moet achter het lijdend voorwerp staan.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met een passend werkwoord + te + infinitief (bij scheidbare werkwoorden staat „te“ tussen voorvoegsel en stam).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (planen) Ich habe einen Plan. Ich spare mehr für meine Rente.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich plane, mehr für meine Rente zu sparen.
    (Ik ben van plan meer voor mijn pensioen te sparen.)
  2. Es ist mein Ziel. Ich arbeite bis 65.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich habe das Ziel, bis 65 zu arbeiten.
    (Het is mijn doel om tot mijn 65e te werken.)
  3. Ich habe einen Wunsch. Ich möchte früher in Rente gehen.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich wünsche mir, früher in Rente zu gehen.
    (Ik zou graag vroeger met pensioen gaan.)
  4. Hint Hint (anfangen) Ich fange an. Ich räume meine Papiere auf.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich fange an, meine Papiere aufzuräumen.
    (Ik begin mijn papieren op te ruimen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat met z’n tweeën over jullie concrete plannen voor het pensioen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Zwei Kolleginnen kurz vor der Rente besprechen ihre Pläne für den Ruhestand.
(Twee collega’s vlak voor hun pensionering bespreken hun plannen voor het pensioen.)

Bespreek
  • Welche Aktivitäten planen Sie im Ruhestand zu machen und warum? (Welke activiteiten bent u van plan te doen tijdens uw pensioen en waarom?)
  • Haben Sie vor, ehrenamtlich zu arbeiten oder mehr Zeit mit den Enkeln zu verbringen? Erzählen Sie!  — (Wo?) Warum? Wie oft? Wer macht mit? Was brauchen Sie? Was ist wichtig? Was ist schwierig?)  ? (Adapt) ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? (Bent u van plan vrijwilligerswerk te doen of meer tijd met de kleinkinderen door te brengen? Vertel! — (Waar? Waarom? Hoe vaak? Met wie? Wat heeft u nodig? Wat is belangrijk? Wat is moeilijk?) (Aanpassen))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ich plane, mehr Zeit mit meinen Enkeln zu genießen. (Ik ben van plan meer tijd met mijn kleinkinderen door te brengen.)
  • Ich hoffe, nicht allein zu sein und zufrieden zu bleiben. (Ik hoop niet eenzaam te zijn en tevreden te blijven.)
  • Ich versuche, mich im Ruhestand nicht zu langweilen. (Ik probeer me tijdens mijn pensioen niet te vervelen.)

Gebruik in gesprek
  • ich plane, ... zu + Infinitiv (ich plane, ... zu + Infinitiv)
  • ich hoffe, ... zu + Infinitiv (ich hoffe, ... zu + Infinitiv)
  • ich fange an, ... zu + Infinitiv (ich fange an, ... zu + Infinitiv)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 20:07