Werkwoorden met „zu" + infinitief in toekomstplannen

Verben mit „zu" + Infinitiv in Zukunftsplänen


Mit einem Verb + zu + Infinitiv kann man Absichten, Wünsche oder Pläne für die Zukunft beschreiben, z. B. planen, hoffen, versuchen.

(Met een werkwoord + zu + infinitief kun je bedoelingen, wensen of plannen voor de toekomst beschrijven, bijv. plannen, hopen, proberen.)

Wanneer gebruik je „zu + infinitief”?

  • Als 2 werkwoorden samen in één zin staan en het tweede werkwoord een doel/plan/hoop/poging uitdrukt.
  • Vaak na werkwoorden zoals: planen, hoffen, versuchen, vergessen, beginnen/anfangen, versprechen.

Vergelijk met NL: „te + infinitief” (ik hoop te komen). In het Duits is dat meestal zu + infinitief.

Basisbouw: waar staat „zu” in de zin?

Patroon Voorbeeld (correct)
Werkwoord + (komma) + zu + infinitief Ich plane, mehr Zeit zu geniedfen.
Objecten/extra info vóór het infinitief Ich hoffe, bald eine Antwort zu bekommen.
  • Vuistregel: zu staat direct vóór het infinitief (het werkwoord op het einde).
  • Niet: … mehr reisen zu (zu hoort niet achteraan).

Scheidbare werkwoorden: „zu” in het midden

Bij scheidbare werkwoorden (met een voorvoegsel) gaat zu tussen prefix en stam:

Infinitief Met „zu” Voorbeeldzin
anfangen anzufangen Ich fange an, aufzure4umen.
anrufen anzurufen Ich verspreche, morgen beim Verein anzurufen.
ausffcllen auszuffcllen Ich fange an, die Unterlagen auszuffcllen.
  • Let op: je schrijft dit als één woord: anzufangen, auszuffcllen.
  • Niet: zu anfangen / an zu fangen.

Komma en zinsritme (handig bij spreken)

  • Heel vaak staat er een komma vóór de „zu”-groep:

Ich versuche, meine Rente gut zu planen.

  • Spiektip: spreek de zin in 2 stukken:
    1. Ich versuche, …
    2. … meine Rente gut zu planen.

Veelgemaakte fouten (snelle zelfcheck)

  • 1) Staat „zu” direct vóór het infinitief?
    … zu finden ✅    … finden zu
  • 2) Is het écht een infinitief?
    zu reisen ✅    zu reise
  • 3) Scheidbaar werkwoord? Dan: prefix + zu + stam
    anzurufen ✅    zu anrufen
  • 4) Staat de rest (objecten/tijd/plaats) vóór het infinitief?
    … morgen beim Verein anzurufen

Mini-schema om zelf zinnen te bouwen

  1. Kies een „trigger”-werkwoord: planen / hoffen / versuchen / anfangen / vergessen / versprechen
  2. Zet daarna wat je precies bedoelt (object/tijd/plaats).
  3. Zet het hoofdwerkwoord op het einde als zu + infinitief (of bij scheidbaar: prefix-zu-stam).
Start Midden Einde
Ich hoffe, ne4chste Woche mehr Zeit zu haben.
Ich fange an, meine Unterlagen auszuffcllen.
  1. Bij scheidbare werkwoorden staat „zu" tussen het voorvoegsel en de stam: anfangen → anzufangen.
Form (Vorm)Beispielstruktur (Voorbeeldstructuur)
Verb + zu + Infinitiv (Werkwoord + zu + infinitief)ich plane, mehr Zeit zu genießen. (ik ben van plan om meer tijd te genieten.)
Trennbares Verb (Scheidbaar werkwoord)ich fange an, aufzuräumen. (ik begin met opruimen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Im Ruhestand plane ich, mehr Zeit mit meinen Enkeln _____.

Als ik met pensioen ben, ben ik van plan meer tijd met mijn kleinkinderen _____.

2. Nächstes Jahr hoffe ich, eine ehrenamtliche Aktivität _____.

Volgend jaar hoop ik een vrijwilligersactiviteit _____.

3. Wenn ich in Rente gehe, fange ich an, öfter _____.

Als ik met pensioen ga, begin ik vaker _____.

4. Ich versuche, mich nicht allein _____.

Ik probeer me niet alleen _____.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de grammaticaal correcte zin met „zu“ + infinitief.

1.
Falsch: Bei diesem trennbaren Verb schreibt man zusammen: kennenzulernen, nicht ‚zu kennen lernen‘.
Fout: „zu“ mag niet aan het einde van de zin staan; het hoort vóór de infinitief (zu reisen).
Fout: Na „zu“ moet de infinitief staan: „reisen“, niet „reise“.
2.
Fout: Bij dit scheidbare werkwoord schrijf je het aan elkaar: kennenzulernen, niet ‘zu kennen lernen’.
Juist: Bij scheidbare werkwoorden staat „zu“ in het midden: kennen + zu + lernen = kennenzulernen.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met „zu + infinitief“ (bij scheidbare werkwoorden staat „zu“ tussen het voorvoegsel en het werkwoord), zoals in het voorbeeld: „Ich will Ordnung machen.“ → „Ich will aufräumen.“

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich plane mehr Zeit mit meiner Familie. (genießen)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich plane, mehr Zeit mit meiner Familie zu genießen.
    (Ik ben van plan om meer tijd met mijn familie door te brengen.)
  2. Ich hoffe bald eine Antwort von der Personalabteilung zu bekommen. (bekommen)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich hoffe, bald eine Antwort von der Personalabteilung zu bekommen.
    (Ik hoop binnenkort een antwoord van de personeelsafdeling te krijgen.)
  3. Ich versuche, meine Rente gut. (planen)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich versuche, meine Rente gut zu planen.
    (Ik probeer mijn pensioen goed te plannen.)
  4. Ich fange an die Unterlagen für die Versicherung. (ausfüllen)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich fange an, die Unterlagen für die Versicherung auszufüllen.
    (Ik begin de documenten voor de verzekering in te vullen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Plan samen twee activiteiten en leg kort jullie redenen daarvoor uit.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du sprichst mit einem nachbarlichen Rentner über Pläne für die Zeit nach der Rente.
(Je praat met een gepensioneerde buurman over plannen voor de tijd na het pensioen.)

Bespreek
  • Welche Ziele habt ihr für eure Zeit nach der Rente? (Welke doelen hebben jullie voor jullie tijd na het pensioen?)
  • Was wollt ihr machen, damit ihr euch nicht langweilt? Warum?','Welche Möglichkeiten seht ihr, freiwillig oder ehrenamtlich zu helfen?','Mit wem wollt ihr Zeit verbringen, zum Beispiel mit dem Enkel? Warum? (Wat willen jullie doen, zodat jullie je niet vervelen? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Mein Ziel ist es, die Rente zu genießen. (Mijn doel is om van mijn pensioen te genieten.)
  • Ich plane, freiwillig in einem Verein zu helfen. (Ik ben van plan om vrijwillig in een vereniging te helpen.)
  • Ich hoffe, nicht alleine zu sein und zufrieden zu bleiben. (Ik hoop niet alleen te zijn en tevreden te blijven.)

Gebruik in gesprek
  • Verb + zu + Infinitiv (planen, hoffen, versuchen) (Werkwoord + zu + infinitief (planen, hoffen, versuchen))
  • Trennbares Verb mit zu (anfangen - anzufangen) (Scheidbaar werkwoord met zu (anfangen - anzufangen))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

zondag, 19/04/2026 01:28