Leer in deze les nuttige Duitse uitdrukkingen voor het vragen naar lokale winkels en diensten, zoals 'Supermarkt', 'Friseur' en 'Toiletten'. Versterk je woordenschat met praktische dialogen over winkels en dienstverlening in het stadscentrum.
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich ____ gestern im Einkaufszentrum etwas besorgen, aber der Laden war geschlossen.
(Ik ____ gisteren iets kopen in het winkelcentrum, maar de winkel was gesloten.)2. Der Verkäufer ____ freundlich aus und half mir bei meiner Frage.
(De verkoper ____ er vriendelijk uit en hielp me met mijn vraag.)3. Wenn ich Zeit hätte, ____ ich öfter im Blumenladen einkaufen gehen.
(Als ik tijd had, ____ ik vaker in de bloemenwinkel gaan winkelen.)4. Die Kunden ____ das neue Angebot im Drogeriemarkt sehr.
(De klanten ____ het nieuwe aanbod in de drogisterij erg leuk.)Oefening 3: Winkelen in het winkelcentrum
Instructie:
Werkwoordschema's
Mögen - Vinden
Präteritum
- ich mochte
- du mochtest
- er/sie/es mochte
- wir mochten
- ihr mochtet
- sie/Sie mochten
Sehen - Zien
Präteritum
- ich sah
- du sahst
- er/sie/es sah
- wir sahen
- ihr saht
- sie/Sie sahen
Besorgen - Halen
Präteritum
- ich besorgte
- du besorgtest
- er/sie/es besorgte
- wir besorgten
- ihr besorgtet
- sie/Sie besorgten
Gehen - Gaan
Präteritum
- ich ging
- du gingst
- er/sie/es ging
- wir gingen
- ihr gingt
- sie/Sie gingen
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Mögen mogen Delen Gekopieerd!
Präteritum
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) mochte | ik mocht |
(du) mochtest | jij mocht |
(er/sie/es) mochte | hij/zij/het mocht |
(wir) mochten | wij mochten |
(ihr) mochtet | jullie mochten |
(sie) mochten | zij mochten |
Sehen zien Delen Gekopieerd!
Präteritum
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) sah | ik zag |
(du) sahst | jij zag |
(er/sie/es) sah | hij/zij/het zag |
(wir) sahen | wij zagen |
(ihr) saht | jullie zagen |
(sie) sahen | zij zagen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lokale diensten en winkels leren kennen
Deze les is gericht op het oefenen van gesprekken rond lokale winkels en diensten, vooral in situaties zoals een bezoek aan een winkelcentrum, een bakkerij of het verkennen van voorzieningen in een buurt. Het niveau is A2, wat betekent dat je al basiskennis hebt en deze nu uitbreidt met praktische dialogen en past tijdsvormen traint.
Belangrijke thema's in deze les
- Locaties opzoeken en vragen: Bijvoorbeeld "Wo finde ich den Supermarkt?" of "Gibt es hier auch eine Reinigung?" Hiermee leer je hoe je naar winkels en diensten informeert en aanwijzingen begrijpt.
- Bestellingen doen: Oefeningen zoals bij de bakker waarbij je brood, croissants of taart bestelt, inclusief vragen om aanbevelingen.
- Diensten in de buurt bespreken: Gesprekken over waar je bijvoorbeeld een apotheek, bank, bibliotheek of fitnessstudio vindt.
- Präteritum van veelgebruikte werkwoorden: De les richt zich op het gebruik van de verleden tijd van werkwoorden zoals mögen, sehen, besorgen en gehen. Bijvoorbeeld "Ich mochte gestern...", "Der Verkäufer sah freundlich aus...".
Voorbeelden van nuttige woorden en uitdrukkingen
- das Einkaufszentrum – het winkelcentrum
- der Supermarkt – de supermarkt
- der Friseur – de kapper
- die Apotheke – de apotheek
- die Reinigung – de stomerij
- die Tankstelle – het benzinestation
- Bestellen en informeren: "Haben Sie auch Vollkornbrot?" "Wo sind die Toiletten?" "Kann ich ein Stück probieren?"
Grammatica en werkwoordsvormen in verleden tijd (Präteritum)
In deze les leer je belangrijke sterke en regelmatige werkwoorden in Präteritum. Dit is handig om over gebeurtenissen in het verleden te spreken en verhalen te vertellen, zoals in het korte verhaal "Einkaufen im Einkaufszentrum". Voorbeelden zijn:
- mögen: ich mochte, du mochtest, er/sie/es mochte...
- sehen: ich sah, du sahst, er/sie/es sah...
- besorgen: ich besorgte, du besorgtest, er/sie/es besorgte...
- gehen: ich ging, du gingst, er/sie/es ging...
Verschillen en nuttige vergelijkingen met het Nederlands
Hoewel de instructietaal Nederlands is, focust deze les op het Duits en worden er geen vertalingen gegeven in de dialogen zelf. Dit helpt om direct in het Duits te denken.
Let op het gebruik van de Duitse verleden tijd (Präteritum), die in het Nederlands vertaald wordt met de onvoltooid verleden tijd, bijvoorbeeld "mochte" = "ik vond leuk" of "zou graag willen".
Handige Duitse uitdrukkingen met hun Nederlandse equivalenten:
- Entschuldigung, wo finde ich...? – Pardon, waar vind ik...?
- Gibt es auch... – Is er ook...?
- Ich hätte gerne... – Ik zou graag willen...
- Wo sind die Toiletten? – Waar zijn de toiletten?
- direkt neben – direct naast
Door deze woorden en structuren te leren, kun je jezelf gemakkelijker redden in dagelijkse situaties zoals winkelen, informatie vragen en diensten vinden.