Wechselpräpositionen (an, auf, hinter, in) können mit dem Akkusativ oder Dativ stehen. Der Fall hängt davon ab, ob eine Richtung oder ein Ort beschrieben wird.
(Wechselpräpositionen (
- De datief wordt gebruikt om een positie/een plaats te beschrijven.
- De accusatief wordt gebruikt om een richting/een beweging te beschrijven.
| Präposition (Voorzetsel) | Dativ - Wo? (Datief - Waar?) | Akkusativ - Wohin? (Accusatief - Waarheen?) |
|---|---|---|
| an (aan) | Das Zertifikat hängt an der Wand im Büro. (Het certificaat hangt aan de muur op kantoor.) | Ich hänge das Zertifikat an die Wand im Büro. (Ik hang het certificaat aan de muur op kantoor.) |
| auf (op) | Die Bewerbung liegt auf dem Schreibtisch. (De sollicitatie ligt op het bureau.) | Ich lege die Bewerbung auf den Schreibtisch. (Ik leg de sollicitatie op het bureau.) |
| hinter (achter) | Der Lebenslauf liegt hinter den anderen Unterlagen. (Het cv ligt achter de andere documenten.) | Ich lege den Lebenslauf hinter die anderen Unterlagen. (Ik leg het cv achter de andere documenten.) |
| in (in) | Die Mappe ist in der Tasche. (De map zit in de tas.) | Ich stecke die Mappe in die Tasche. (Ik stop de map in de tas.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ich lege die Bewerbung ___ Schreibtisch, damit ich sie gleich kopieren kann.
Ik leg de sollicitatie ___ bureau, zodat ik die meteen kan kopiëren.2. Das Zertifikat hängt ___ Wand im Büro.
Het certificaat hangt ___ muur op kantoor.3. Ich stecke meinen Lebenslauf ___ Mappe, bevor ich zur Post gehe.
Ik stop mijn cv ___ map voordat ik naar het postkantoor ga.4. Die Zeugnisse liegen ___ anderen Unterlagen.
De getuigschriften liggen ___ andere documenten.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin (accusatief = Waarheen?, datief = Waar?).
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen: Formuleer elke zin van „Waar?“ (datief) naar „Waarheen?“ (accusatief) of andersom en pas het lidwoord aan. Voorbeeld: De map ligt in de tas. → Ik stop de map in de tas.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIch lege den Ordner auf den Schreibtisch.(Ik leg de ordner op het bureau.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDas Namensschild hängt an der Tür.(Het naamplaatje hangt aan de deur.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIch stecke den Schlüssel in die Tasche.(Ik stop de sleutel in de tas.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDer Stuhl steht hinter dem Tisch.(De stoel staat achter de tafel.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Praat met een collega en orden samen de sollicitatiedocumenten.
- Welche Unterlagen hast du jetzt und wo liegen sie? (Welke documenten heb je nu en waar liggen ze?)
- Wohin musst du noch den Lebenslauf oder das Zertifikat legen? (Waar moet je het cv of het certificaat nog neerleggen?)
- Die Bewerbung liegt auf dem Schreibtisch. (De sollicitatie ligt op het bureau.)
- Ich lege den Lebenslauf hinter das Anschreiben. (Ik leg het cv achter de sollicitatiebrief.)
- Das Zertifikat hängt an der Wand im Büro. (Het certificaat hangt aan de muur in het kantoor.)
- Dativ: Wo ist die Mappe/das Zertifikat? (Dativ: Waar is de map/het certificaat?)
- Akkusativ: Wohin legst du den Lebenslauf/das Anschreiben? (Akkusativ: Waar leg je het cv/de sollicitatiebrief neer?)