Reflexive Verben mit Dativ/Akkusativ werden verwendet, wenn die Handlung das Subjekt direkt oder indirekt betrifft.
(Reflexieve werkwoorden met datief/accusatief worden gebruikt wanneer de handeling het onderwerp direct of indirect betreft.)
- Als er maar één object in de zin is: het reflexief pronomen staat in de accusatief
- Als er meer dan één accusatiefobject in de zin is: het reflexief pronomen staat in de datief
| Verb (werkwoord) | Akkusativ (Reflexivpronomen im Akkusativ) (accusatief (reflexief pronomen in de accusatief)) | Dativ (Reflexivpronomen im Dativ) (datief (reflexief pronomen in de datief)) |
|---|---|---|
| Kämmen (kammen) | ich kämme mich (ik kam me) | ich kämme mir die Haare (ik kam mij de haren) |
| du kämmst dich (jij kamt je) | du kämmst dir die Haare (jij kamt je de haren) | |
| er/sie/es kämmt sich (hij/zij/het kamt zich) | er/sie/es kämmt sich die Haare (hij/zij/het kamt zich de haren) | |
| wir kämmen uns (wij kammen ons) | wir kämmen uns die Haare (wij kammen ons de haren) | |
| ihr kämmt euch (jullie kammen je) | ihr kämmt euch die Haare (jullie kammen je de haren) | |
| sie/Sie kämmen sich (zij/u kamt zich) | sie/Sie kämmen sich die Haare (zij/u kamt zich de haren) |
Uitzonderingen!
- Alleen de eerste twee personen veranderen van vorm tussen accusatief en datief.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Wenn Sie möchten, können Sie ____ dort in der Umkleide in Ruhe umziehen.
Als u wilt, kunt u ____ daar in de paskamer rustig omkleden.)2. Das Kleid ist schön, aber ich muss ____ noch eine andere Größe anprobieren.
De jurk is mooi, maar ik moet ____ nog een andere maat passen.)3. Bevor der Kunde kommt, zieht sie ____ noch schnell ihre bequemen Schuhe aus.
Voordat de klant komt, trekt zij ____ snel haar comfortabele schoenen uit.)4. Dieses sportliche Hemd steht dir wirklich gut, du kannst ____ das ruhig kaufen.
Dit sportieve overhemd staat je echt goed; je kunt ____ het gerust kopen.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke zin de grammaticaal juiste optie.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen. Gebruik wederkerende werkwoorden in de accusatief of datief zoals in het voorbeeld: Ik kam me. / Ik kam mijn haar.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIch wasche mir die Hände.(Ich wasche mir die Hände.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleDu putzt dir die Zähne.(Du putzt dir die Zähne.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleEr rasiert sich jeden Morgen.(Er rasiert sich jeden Morgen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWir kämmen uns die Haare vor der Arbeit.(Wir kämmen uns die Haare vor der Arbeit.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Speel een adviesgesprek in de kleedkamer; reageer spontaan.
- Wie ziehen Sie sich im Büro an, wenn Sie elegant wirken möchten? (Hoe kleed je je op kantoor als je elegant wilt overkomen?)
- Was ziehen Sie aus, bevor Sie etwas Neues anprobieren? Beschreiben Sie mit Reflexivpronomen (z. B. ich ziehe mir die Jacke aus). (Wat trek je uit voordat je iets nieuws past? Beschrijf met wederkerende voornaamwoorden (bijv. ik trek mijn jas uit).)
- in der Umkleide (in de paskamer)
- Das steht dir gut (Dat staat je goed)
- bequem / elegant / modern / sportlich (comfortabel / elegant / modern / sportief)
- sich etwas anprobieren: Ich probiere mir die Bluse an. (zich iets aantrekken: Ik trek de blouse aan.)
- sich etwas ausziehen: Ich ziehe mir die Jacke aus. (zich iets uittrekken: Ik trek mijn jas uit.)
- sich freuen über: Ich freue mich über den modernen Stil. (zich verheugen over: Ik verheug me over de moderne stijl.)