A2.34 - Met pensioen gaan
A2.34 - Met pensioen gaan

A2.34 - Met pensioen gaan - Oefeningen

Den Ruhestand beginnen


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

in Rente gehen — nicht mehr arbeiten (met pensioen gaan — niet meer werken)
die Rente — das Geld im Alter (het pensioen — het geld voor later)
freiwillig — ohne Zwang (vrijwillig — zonder verplichting)
ich plane, ehrenamtlich zu arbeiten — ich möchte freiwillig helfen (ik ben van plan om vrijwilligerswerk te doen — ik wil graag vrijwillig helpen)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Info-Seite im Mitarbeiterportal: Übergang in die Rente

Vul de lege plekken in: Ziel, langweilen, Ehrenamt, genießen, freiwillig, Aktivitäten, allein, Rentner

(Informatiepagina in het medewerkersportaal: overgang naar pensioen)

Im Mitarbeiterportal finden Sie Informationen zum Übergang in die Rente. Wer in Rente geht, kann ein Beratungsgespräch mit HR buchen. Dort klären Sie das , den möglichen Starttermin und die notwendigen Unterlagen. Viele bleiben noch im Team, zum Beispiel für ein Projekt oder als Mentor.

Nach dem letzten Arbeitstag beginnt ein neuer Alltag. Viele planen, mehr Zeit mit den Enkeln zu verbringen, ein zu übernehmen oder neue auszuprobieren. Im nächsten Jahr werden viele ihre freie Zeit und sich wahrscheinlich nicht , auch wenn sie manchmal sind.
In het medewerkersportaal vindt u informatie over de overgang naar pensioen. Wie met pensioen gaat, kan een adviesgesprek met HR boeken. Tijdens dat gesprek bespreekt u het doel, de mogelijke ingangsdatum en de benodigde documenten. Veel mensen blijven nog vrijwillig in het team, bijvoorbeeld voor een project of als mentor.

Na de laatste werkdag begint een nieuwe dagelijkse routine. Veel gepensioneerden plannen meer tijd met de kleinkinderen door te brengen, zich vrijwillig in te zetten of nieuwe activiteiten uit te proberen. In het komende jaar zullen velen van hun vrije tijd genieten en zich waarschijnlijk niet vervelen, ook al zijn ze soms alleen.

  1. Welche Pläne hast du nach der Rente und welche Aktivität oder welches Ehrenamt wäre für dich interessant?

    (Welke plannen heb je na je pensioen en welke activiteit of welk vrijwilligerswerk zou voor jou interessant zijn?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Seit zwei Monaten bin ich in Rente. Am Anfang hatte ich Angst, mich allein zu langweilen, aber jetzt bin ich froh. Mein Ziel ist, aktiv zu bleiben. Dreimal pro Woche gehe ich morgens schwimmen. Nachmittags habe ich die Möglichkeit, ehrenamtlich im Stadtteilzentrum zu helfen. Das mache ich freiwillig, und es tut mir gut. Am Freitag passe ich auf meinen Enkel auf. Nächste Woche mache ich wahrscheinlich einen Computerkurs. So genieße ich meinen Alltag und bin zufrieden.
(Ik ben sinds twee maanden met pensioen. In het begin was ik bang dat ik me eenzaam zou vervelen, maar nu ben ik tevreden. Mijn doel is actief te blijven. Drie keer per week ga ik ’s ochtends zwemmen. ’s Middags heb ik de mogelijkheid om vrijwillig in het buurtcentrum te helpen. Dat doe ik graag, en het geeft me voldoening. Op vrijdag pas ik op mijn kleinzoon. Volgende week ga ik waarschijnlijk een computercursus volgen. Zo geniet ik van mijn dagelijkse leven en ben ik tevreden.)
Waar Onwaar

(De spreker was aanvankelijk bezorgd dat hij zich na zijn pensioen zou gaan vervelen.)

(Hij werkt in het buurtcentrum omdat het bij zijn vroegere baan hoorde en hij er voor betaald wordt.)

(Hij is van plan waarschijnlijk volgende week aan een computercursus deel te nemen.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Im Ruhestand ___ ich mich wahrscheinlich nicht langweilen, weil ich mehr Aktivitäten mit meinem Enkel machen will.

(Met pensioen ___ ik me waarschijnlijk niet vervelen, omdat ik meer activiteiten met mijn kleinzoon wil doen.)

2. Nach der Rente ___ ich morgens in Ruhe frühstücken und den Tag genießen.

(Na mijn pensioen ___ ik 's ochtends rustig ontbijten en van de dag genieten.)

3. Ich hoffe, im nächsten Jahr ein Ehrenamt ___, damit ich nicht allein bin.

(Ik hoop volgend jaar een vrijwilligerswerk ___, zodat ik niet alleen ben.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Im Ruhestand möchte ich ... zu + Infinitiv. / Ich habe das Ziel, ... zu + Infinitiv. / Wahrscheinlich werde ich ..., weil ...

  1. Was möchten Sie im Ruhestand machen und warum?
    Wat wilt u in uw pensioen doen en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Welche Veränderung im Alltag finden Sie nach der Rente wahrscheinlich schwierig oder schön?
    Welke verandering in uw dagelijks leven verwacht u na uw pensioen moeilijk of juist prettig te vinden?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hallo! Ich bin Claudia aus dem 3. Stock.

Ich gehe im Sommer in Rente und freue mich, aber ich möchte nicht nur alleine zu Hause sein. Kennst du eine Möglichkeit hier im Viertel, ehrenamtlich etwas zu machen? Vielleicht etwas mit Kindern oder im Park. Ich plane auch, mehr Sport zu machen, aber ich weiß noch nicht, wo ich anfangen soll. Hast du Tipps?

Liebe Grüße
Claudia


Hallo! Ik ben Claudia van de derde verdieping.

Ik ga deze zomer met pensioen en ik kijk ernaar uit, maar ik wil niet gewoon alleen thuis zitten. Ken je een mogelijkheid hier in de buurt om vrijwilligerswerk te doen? Misschien iets met kinderen of in het park. Ik ben ook van plan meer aan sport te doen, maar ik weet nog niet waar ik moet beginnen. Heb je tips?

Hartelijke groeten
Claudia


Nuttige zinnen:

  1. Vielleicht kannst du im Nachbarschaftszentrum ...

    (Misschien kun je vrijwilligerswerk doen in het buurtcentrum ...)

  2. Du könntest versuchen, ... zu organisieren

    (Je zou kunnen proberen een activiteit te organiseren zoals ...)

  3. Wenn du willst, können wir nächste Woche ...

    (Als je wilt, kunnen we volgende week samen ...)

Hallo Claudia, wie schön, dass du bald in Rente gehst! Im Nachbarschaftszentrum gibt es oft Projekte, z. B. Hausaufgabenbetreuung für Kinder oder Gartenarbeit im Park. Du kannst dort anrufen und nachfragen, ob sie Ehrenamtliche suchen. Für Sport: Es gibt im Stadtpark eine Walking-Gruppe oder Kurse im Sportverein. Wenn du möchtest, können wir am Dienstag zusammen zum Nachbarschaftszentrum gehen und Infos holen. Liebe Grüße, [Dein Name]

Hallo Claudia, wat fijn dat je binnenkort met pensioen gaat! In het buurtcentrum zijn vaak projecten, bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding voor kinderen of tuinwerk in het park. Je kunt daar bellen en vragen of ze vrijwilligers zoeken. Voor sport kun je meedoen met een wandelgroep in het stadspark of kijken naar cursussen bij de lokale sportvereniging. Als je wilt, kunnen we dinsdag samen naar het buurtcentrum gaan om informatie op te halen. Hartelijke groeten, [Jouw naam]