Ein Koch kauft auf dem lokalen Markt ein.
Een kok koopt op de lokale markt.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Lokal einkaufen Lokaal winkelen
Ananas Ananas
Bananen Bananen
Birnen Peren
Äpfel Appels
Kürbis Pompoen
Rote Bete Rode biet
Supermarktbrot Supermarktbrood
Handarbeit Handwerk
Heute will ich das Gegenteil von Sebastian machen und lokal einkaufen. (Vandaag wil ik het tegenovergestelde doen van Sebastian en lokaal winkelen.)
Ich treffe mich mit Billy Wagner, weil er in seinem Lokal nur lokale Produkte verwendet. (Ik spreek af met Billy Wagner, omdat hij in zijn zaak alleen lokale producten gebruikt.)
"Früchte aus der Südsee schmecken dort viel besser als die, die hierher geflogen werden." ("Fruit uit de Zuidzee smaakt daar veel beter dan fruit dat hierheen wordt gevlogen.")
"In Berlin gibt es viele gute Birnen, Äpfel und sogar Kürbis." ("In Berlijn zijn er veel goede peren, appels en zelfs pompoen.")
"Die rote Bete ist ohne Verpackung viel besser." ("Rode biet zonder verpakking is veel beter.")
Ich rieche an der roten Bete - sie riecht nach Erde. (Ik ruik aan de rode biet – hij ruikt naar aarde.)
"Supermarktbrot mag ich nicht, ich lasse es lieber von Alfredo in Handarbeit backen." ("Ik hou niet van supermarktbrood; ik laat het liever door Alfredo met de hand bakken.")
"Das Brot in der Fabrik schmeckt nicht so gut wie echtes Handwerksbrot." ("Brood uit de fabriek smaakt niet zo goed als echt ambachtelijk brood.")
"Viele Leute kaufen nur Supermarktbrot und wissen nicht, wie gut frisches Brot ist." ("Veel mensen kopen alleen supermarktbrood en weten niet hoe lekker vers brood is.")

1. Warum trifft sich die Person mit Billy Wagner?

(Waarom spreekt de persoon af met Billy Wagner?)

2. Welche Lebensmittel nennt die Person als gute Produkte in Berlin?

(Welke voedingsmiddelen noemt de persoon als goede producten in Berlijn?)

3. Warum lässt die Person das Brot lieber in Handarbeit backen?

(Waarom laat de persoon het brood liever met de hand bakken?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Ein Gespräch über lokales Einkaufen beim Metzger

Een gesprek over lokaal winkelen bij de slager
1. Andreas: Guten Morgen! Ich bin wieder hier, um Fleisch zu kaufen. (Goedemorgen! Ik ben weer hier om vlees te kopen.)
2. Sandra: Guten Morgen! Das freut mich. Lokal einzukaufen ist wirklich wichtig. (Goedemorgen! Dat doet me plezier. Lokaal inkopen is echt belangrijk.)
3. Andreas: Ja, das finde ich auch. Ich hätte heute gern Nackensteaks. Woher kommt das Fleisch? (Ja, dat vind ik ook. Ik zou vandaag graag neksteaks willen. Waar komt het vlees vandaan?)
4. Sandra: Sehr gern. Es kommt direkt aus unserer eigenen Schlachterei, und die Schweine stehen auf einem Hof in der Nähe. (Graag. Het komt rechtstreeks uit onze eigen slachterij, en de varkens staan op een boerderij in de buurt.)
5. Andreas: Das ist super. So weiß ich, woher es kommt und wie es produziert wird. Die Auswahl ist hier auch viel spezieller. (Dat is geweldig. Zo weet ik waar het vandaan komt en hoe het wordt geproduceerd. De keuze is hier ook veel specialer.)
6. Sandra: Ja, wir haben auch regionale Spezialitäten, die man nicht überall findet. (Ja, we hebben ook regionale specialiteiten die je niet overal vindt.)
7. Andreas: Können Sie mir auch ein gutes Geschäft für Eier und lokale Milchprodukte empfehlen? (Kunt u mij ook een goede winkel voor eieren en lokale zuivelproducten aanbevelen?)
8. Sandra: Natürlich. Der Hof auf der anderen Straßenseite verkauft das alles. So unterstützt man die regionale Wirtschaft. (Natuurlijk. De boerderij aan de overkant van de straat verkoopt dat allemaal. Zo steun je de regionale economie.)
9. Andreas: Genau, ich finde lokale Produkte wichtig, und ich möchte auch die Wirtschaft hier unterstützen. (Precies, ik vind lokale producten belangrijk, en ik wil ook de economie hier steunen.)
10. Sandra: Und nicht nur das: Durch kurze Transportwege wird auch das Klima geschont. (En niet alleen dat: door korte transportwegen wordt ook het klimaat ontzien.)
11. Andreas: Das stimmt! Vielen Dank für die Tipps und das Fleisch. Bis bald! (Dat klopt! Hartelijk dank voor de tips en het vlees. Tot binnenkort!)

1. Woher kommt das Fleisch in der Metzgerei?

(Waar komt het vlees in de slagerij vandaan?)

2. Wo kann Andreas Eier und lokale Milchprodukte kaufen?

(Waar kan Andreas eieren en lokale zuivelproducten kopen?)