Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| Die Abteilungen | De afdelingen |
| Die Mitarbeiter | De medewerkers |
| Die Produktivität | De productiviteit |
| Die Aufgaben | De taken |
| Das Unternehmen | Het bedrijf |
| Der Geschäftsführer | De directeur |
| Der ausführende Betrieb | Het uitvoerende bedrijf |
| Die Finanzen | De financiën |
| Die Buchhaltung | De boekhouding |
| Das Auslagern | Het uitbesteden |
| Das Know-how | De knowhow |
1. Warum kann die Produktivität in einem kleinen Unternehmen sinken?
(Waarom kan de productiviteit in een klein bedrijf dalen?)2. Was ist oft schwierig, wenn die Aufgaben nicht klar verteilt sind?
(Wat is vaak moeilijk als de taken niet duidelijk verdeeld zijn?)3. Was bringt es, ein Unternehmen von Anfang an in Abteilungen einzuteilen?
(Wat levert het op om een bedrijf vanaf het begin in afdelingen in te delen?)Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Die Unternehmensstruktur
| 1. | Jonas: | Ich brauche deine Hilfe. Wie organisierst du die Aufgaben in deiner Firma? | (Ik heb je hulp nodig. Hoe organiseer jij de taken in je bedrijf?) |
| 2. | Luisa: | Ich habe die Abteilungen Produktion, Einkauf, Vertrieb, Finanzen und Personal. Jede Abteilung hat einen eigenen Leiter. | (Ik heb de afdelingen productie, inkoop, verkoop, financiën en personeelszaken. Elke afdeling heeft een eigen afdelingshoofd.) |
| 3. | Jonas: | Und wie verteilst du die Aufgaben innerhalb der Abteilungen? | (En hoe verdeel je de taken binnen de afdelingen?) |
| 4. | Luisa: | Der Leiter ist dann für die Organisation der Aufgaben zuständig. | (Het afdelingshoofd is dan verantwoordelijk voor het organiseren van de taken.) |
| 5. | Jonas: | Machst du alles selbst oder delegierst du auch an andere? | (Doe je alles zelf of delegeer je ook aan anderen?) |
| 6. | Luisa: | Ich delegiere viele Aufgaben, besonders die dringenden. | (Ik delegeer veel taken, vooral de urgente.) |
| 7. | Jonas: | Das ist klug. In meiner Firma erledigen die Mitarbeiter auch viel selbst. | (Dat is slim. In mijn bedrijf doen de medewerkers ook veel zelf.) |
| 8. | Luisa: | Ich bin aber auch weiterhin im Tagesgeschäft tätig, vor allem im Bereich Finanzen. | (Maar ik ben ook nog steeds betrokken bij de dagelijkse gang van zaken, vooral op het gebied van financiën.) |
| 9. | Jonas: | Spannend. Und stört das deine Rolle als Geschäftsführerin nicht? | (Interessant. En botst dat niet met je rol als directeur?) |
| 10. | Luisa: | Das System funktioniert gut, aber manchmal müssen wir Aufgaben ändern. | (Het systeem werkt goed, maar soms moeten we taken aanpassen.) |
| 11. | Jonas: | Das glaube ich. Ich konzentriere mich nur auf die Rolle der Geschäftsleitung. | (Dat geloof ik. Ik concentreer me alleen op mijn rol in de directie.) |
1. Welche Abteilungen nennt Luisa in ihrer Firma?
(Welke afdelingen noemt Luisa in haar bedrijf?)2. Was macht Luisa neben ihrer Rolle als Geschäftsführerin noch?
(Wat doet Luisa naast haar rol als directeur nog?)