Tijd- en plaatsaanduiding met inversie: „Morgen gehen wir einkaufen"

Zeit- & Ortsangabe mit Inversion: „Morgen gehen wir einkaufen"


Beginnt ein Satz mit einer Orts- oder Zeitangabe, steht das Verb sofort danach, z.B. „Um 20 Uhr mache ich Hausaufgaben".

(Begint een zin met een plaats- of tijdsaanduiding, dan staat het werkwoord meteen daarna, bijv. „Um 20 Uhr mache ich Hausaufgaben".)

Wat gebeurt er met de woordvolgorde als je met tijd of plaats begint?

In het Duits blijft één regel bijna altijd overeind:

  • Het vervoegde werkwoord staat op positie 2.
  • Als je begint met tijd of plaats, dan komt het onderwerp (ik / hij / der Kunde / man) meestal het werkwoord.

De basisformule (A2): 1 blok + werkwoord + onderwerp

Denk in “blokken”. Tijd/plaats aan het begin is één blok op positie 1.

Positie 1 (blok) Positie 2 Positie 3 Rest
Heute gehe ich zum Markt.
Im Einkaufszentrum findet man viele Läden.
Dort arbeitet der Verkäufer .
Nach der Arbeit gehe ich einkaufen.

Veelgemaakte fout: onderwerp “plakt” aan het begin

In het Nederlands kan dit vaak, in het Duits meestal niet.

  • Nach der Arbeit ich gehe zur Reinigung.

    Nach der Arbeit gehe ich zur Reinigung.

  • Im Einkaufszentrum man findet viele Läden.

    Im Einkaufszentrum findet man viele Läden.

Wat telt als “tijd/plaats-blok” (positie 1)?

  • Tijd: heute, morgen, um 18 Uhr, nach der Arbeit, am Montag
  • Plaats: hier, dort, im Büro, in der Stadt, im Einkaufszentrum

Tip: alles wat je vóór de komma zou kunnen zetten, kun je vaak als blok 1 gebruiken.

Zelfcheck in 10 seconden: staat het werkwoord echt op 2?

  1. Markeer het werkwoord dat vervoegd is (gehe, findet, arbeitet, mache, kauft).
  2. Tel posities: staat dat werkwoord op plek 2?
  3. Zo ja: dan staat het onderwerp meestal direct erna.

Mini-overzicht: snel correct maken

Als je start met… Dan moet je doen Voorbeeld
Tijd (Morgen / Nach der Arbeit) Werkwoord naar positie 2 Morgen gehe ich zum Markt.
Plaats (Im Einkaufszentrum / Dort) Onderwerp naar positie 3 Dort arbeitet der Verkäufer.

Als dit automatisch voelt, kun je in gesprekken makkelijk variëren met tijd en plaats zonder je woordvolgorde kwijt te raken.

  1. Structuur: tijd/plaats + werkwoord + onderwerp.
Struktur (Structuur)Beispiel (Voorbeeld)
Heute + Verb + ichHeute gehe ich zum Markt. (Vandaag ga ik naar de markt.)
Im Einkaufszentrum + Verb + manIm Einkaufszentrum findet man viele Läden. (In het winkelcentrum vindt men veel winkels.)
Dort + Verb + der VerkäuferDort arbeitet der Verkäufer. (Daar werkt de verkoper.)
Nach der Arbeit + Verb + ichNach der Arbeit gehe ich einkaufen. (Na het werk ga ik boodschappen doen.)

 

Uitzonderingen!

  1. Het werkwoord staat altijd op positie 2.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 08/05/2026 14:33