Einige Verben im Partizip II sind untrennbar, was bedeutet, dass sie nicht wie trennbare Verben (z. B. „sagen“, „gesagt“) gebildet werden können.

(Sommige werkwoorden in het Participle II zijn onscheidbaar, wat betekent dat ze niet gevormd kunnen worden zoals scheidbare werkwoorden (bijv. „sagen“, „gesagt“).)

  1. Aan de stam van het werkwoord wordt de uitgang „-t” toegevoegd voor regelmatige werkwoorden of „-en” voor onregelmatige werkwoorden.
beantragen (aanvragen)entscheiden (beslissen)verstehen (begrijpen)
ich habe beantragt (ik heb aangevraagd)ich habe entschieden (ik heb besloten)ich habe verstanden (ik heb begrepen)
du hast beantragt (jij hebt aangevraagd)du hast entschieden (jij hebt besloten)du hast verstanden (jij hebt begrepen)
er/sie/es hat beantragt (hij/zij/het heeft aangevraagd)er/sie/es hat entschieden (hij/zij/het heeft besloten)er/sie/es hat verstanden (hij/zij/het heeft begrepen)
wir haben beantragt (wij hebben aangevraagd)wir haben entschieden (wij hebben besloten)wir haben verstanden (wij hebben begrepen)
ihr habt beantragt (jullie hebben aangevraagd)ihr habt entschieden (jullie hebben besloten)ihr habt verstanden (jullie hebben begrepen)
sie haben beantragt (zij hebben aangevraagd)sie haben entschieden (zij hebben besloten)sie haben verstanden (zij hebben begrepen)

Uitzonderingen!

  1. Onlosmakelijke werkwoorden hebben nooit het voorvoegsel „ge-" in het Partizip II.

Oefening 1: Voltooid deelwoord bij onsplitsbare werkwoorden: „beantragt, entschieden"

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

eingereicht, überlebt, verstanden, beantragt, missverstanden, entschieden

1. Einreichen:
Ich habe gestern meinen Antrag bei der Behörde ....
(Ik heb gisteren mijn aanvraag bij de autoriteit ingediend.)
2. Einreichen:
Ich habe meine Unterlagen an das Amt ...
(Ik heb mijn documenten bij het kantoor ingediend)
3. überleben:
Die Firma hat den Crash ....
(Het bedrijf heeft de crash overleefd.)
4. Entscheiden:
Die Firma hat alles alleine ....
(Het bedrijf heeft alles zelf besloten.)
5. Missverstehen:
Ich habe das Dokument ....
(Ik heb het document verkeerd begrepen.)
6. Beantragen:
Er hat seine Arbeitserlaubnis pünktlich ...
(Hij heeft zijn werkvergunning op tijd aangevraagd)
7. Beantragen:
Sie hat das Formular bei der Behörde ...
(Zij heeft het formulier bij de instantie aangevraagd)
8. Verstehen:
Wir haben das Dokument rechtzeitig ...
(We hebben het document op tijd begrepen)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies in elke zin de juiste uitdrukking met het correcte voltooid deelwoord (Partizip II) bij onscheidbare werkwoorden.

1.
Onscheidbare werkwoorden krijgen geen «ge-» in het voltooid deelwoord. Deze vorm is dus fout.
Het voltooid deelwoord eindigt niet op «-dt», maar alleen op «-t».
2.
Het voltooid deelwoord eindigt niet met een extra «-et».
Onscheidbare werkwoorden krijgen geen «ge-» in het voltooid deelwoord, daarom is deze vorm fout.
3.
Het voltooid deelwoord van «verstehen» is «verstanden»; de vorm «verstaat» bestaat niet.
Onscheidbare werkwoorden gebruiken geen «ge-» in het voltooid deelwoord, daarom is deze vorm fout.
4.
Onscheidbare werkwoorden krijgen geen «ge-» in het voltooid deelwoord; deze vorm is dus fout.
Het voltooid deelwoord eindigt niet op «-et», maar op «-en».

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Schrijf de zinnen in de voltooide tijd met de onscheidbare werkwoorden „beantragen“, „entscheiden“ of „verstehen“ in de juiste vorm (hebben + voltooid deelwoord).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich beantrage heute einen neuen Pass.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich habe heute einen neuen Pass beantragt.
    (Ich habe heute einen neuen Pass beantragt.)
  2. Du entscheidest über den Termin im Bürgeramt.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Du hast über den Termin im Bürgeramt entschieden.
    (Du hast über den Termin im Bürgeramt entschieden.)
  3. Wir verstehen die Informationen vom Amt nicht.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wir haben die Informationen vom Amt nicht verstanden.
    (Wir haben die Informationen vom Amt nicht verstanden.)
  4. Er beantragt kein neues Visum.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Er hat kein neues Visum beantragt.
    (Er hat kein neues Visum beantragt.)
  5. Ihr entscheidet zusammen über die Wohnung.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ihr habt zusammen über die Wohnung entschieden.
    (Ihr habt zusammen über die Wohnung entschieden.)
  6. Sie (Plural) verstehen den Brief vom Jobcenter gut.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Sie haben den Brief vom Jobcenter gut verstanden.
    (Sie haben den Brief vom Jobcenter gut verstanden.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 07/01/2026 23:53