Partizip II met onscheidbare werkwoorden: „beantragt, entschieden, verstanden"

Partizip II mit untrennbaren Verben: „beantragt, entschieden, verstanden"


Einige Verben im Partizip II sind untrennbar, was bedeutet, dass sie nicht wie trennbare Verben (z. B. „sagen“ -> „gesagt“) gebildet werden können.

(Sommige werkwoorden zijn in het Partizip II onscheidbaar. Dat betekent dat ze niet zoals scheidbare werkwoorden (bijv. „sagen“ -> „gesagt“) gevormd kunnen worden.)

Perfekt met onscheidbare werkwoorden: géén ge-

In het Perfekt maak je het verleden met haben + Partizip II.

  • Ich habebeantragt
  • Du hastentschieden
  • Er hatverstanden

Belangrijk hier: beantragen, entscheiden en verstehen zijn onscheidbaar (untrennbar) → in het Partizip II staat nooit ge-.

Zo herken je “onscheidbaar” (untrennbar)

  • Het werkwoord heeft vaak een prefix dat niet los kan: be-, ver-, ent-
  • In de tegenwoordige tijd kun je het prefix niet “naar achter” zetten.
Werkwoord Onscheidbaar prefix Partizip II
beantragen be- beantragt (zonder ge-)
entscheiden ent- entschieden (zonder ge-)
verstehen ver- verstanden (zonder ge-)

Vorming van het Partizip II: wat gebeurt er wél?

  • Regelmatig: stam + -t → beantragtbeantragt
  • Onregelmatig: vaak stam + -en (en klinkerverandering) → entscheidenentschieden; verstehenverstanden

Je leert deze Partizip-vormen het best als vaste combinatie met haben.

Woordvolgorde: waar zet je het Partizip?

In een hoofdzin:

  • haben staat op positie 2
  • Partizip II staat meestal helemaal achteraan
Structuur Voorbeeld
Onderwerp + haben + (rest) + Partizip II Ich habe heute einen neuen Ausweis beantragt.
Met ontkenning nicht (meestal vóór het Partizip) Er hat die E-Mail vom Amt nicht verstanden.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Fout 1: toch ge- gebruiken
    Ich habe geverstanden.Ich habe verstanden.
  • Fout 2: infinitief na haben
    Ich habe einen Ausweis beantragen.Ich habe einen Ausweis beantragt.
  • Fout 3: Partizip op de verkeerde plek
    Ich habe beantragt heute einen neuen Ausweis.Ich habe heute einen neuen Ausweis beantragt.

Snelle zelfcheck (30 seconden)

  1. Is het werkwoord onscheidbaar (be-, ver-, ent-…)? → dan nooit ge-.
  2. Heb ik de juiste vorm van haben (habe/hast/hat/haben/habt/haben)?
  3. Staat het Partizip II helemaal achteraan?

Als je deze drie punten klopt, is je Perfekt-zin meestal meteen goed.

  1. Aan de werkwoordstam wordt de uitgang „(-t)“ voor regelmatige of „(-en)“ voor onregelmatige werkwoorden toegevoegd.
beantragen (aanvragen)entscheiden (beslissen)verstehen (begrijpen)
ich habe beantragt (ik heb aangevraagd)ich habe entschieden (ik heb besloten)ich habe verstanden (ik heb begrepen)
du hast beantragt (jij hebt aangevraagd)du hast entschieden (jij hebt besloten)du hast verstanden (jij hebt begrepen)
er/sie/es hat beantragt (hij/zij/het heeft aangevraagd)er/sie/es hat entschieden (hij/zij/het heeft besloten)er/sie/es hat verstanden (hij/zij/het heeft begrepen)
wir haben beantragt (wij hebben aangevraagd)wir haben entschieden (wij hebben besloten)wir haben verstanden (wij hebben begrepen)
ihr habt beantragt (jullie hebben aangevraagd)ihr habt entschieden (jullie hebben besloten)ihr habt verstanden (jullie hebben begrepen)
sie haben beantragt (zij hebben aangevraagd)sie haben entschieden (zij hebben besloten)sie haben verstanden (zij hebben begrepen)

Uitzonderingen!

  1. Onscheidbare werkwoorden hebben in het Partizip II nooit het prefix „ge-".

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Sie haben den Antrag auf Arbeitserlaubnis gestern online ____.

U hebt de aanvraag voor een werkvergunning gisteren online ____.

2. Wir haben im Team ____, die Dokumente heute einzureichen.

We hebben in het team ____, om de documenten vandaag in te dienen.

3. Ich habe die Frist falsch ____ und war zu spät.

Ik heb de deadline verkeerd ____ en was te laat.

4. Haben Sie ____, welche Dokumente Sie zur Anmeldung brauchen?

Hebt u ____, welke documenten u nodig hebt voor de aanmelding?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de grammaticaal correcte zin in de Perfekt (Partizip II zonder „ge-“).

1.
Fout: Onsplisbare werkwoorden krijgen in het Partizip II nooit het voorvoegsel „ge-“.
Fout: Na „heb“ staat het Partizip II, hier ontbreekt het (infinitief in plaats van participium).
2.
Fout: Verkeerde participiumvorm – correct is het onregelmatige „entschieden“.
Fout: Bij onsplisbare werkwoorden staat er geen „ge-“ in het Partizip II.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooide tijd (haben + Partizip II) met de werkwoorden beantragen, entscheiden of verstehen. Let op: Bij onscheidbare werkwoorden staat bij het Partizip II geen „ge-“ (bijv. „Ich beantrage …“ → „Ich habe … beantragt.“).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich beantrage heute einen neuen Ausweis.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe heute einen neuen Ausweis beantragt.
    (Ik heb vandaag een nieuw identiteitsbewijs aangevraagd.)
  2. Du entscheidest dich für einen Termin am Montag.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Du hast dich für einen Termin am Montag entschieden.
    (Je hebt besloten voor een afspraak op maandag.)
  3. Er versteht die E-Mail vom Amt nicht.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Er hat die E-Mail vom Amt nicht verstanden.
    (Hij heeft de e-mail van het kantoor niet begrepen.)
  4. Wir beantragen online Kindergeld.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wir haben online Kindergeld beantragt.
    (Wij hebben online kinderbijslag aangevraagd.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Voer een kort telefoongesprek en licht toe wat er al gebeurd is.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du rufst beim Amt an, weil dein Antrag noch nicht entschieden wurde.
(Je belt met het gemeentehuis, omdat er nog geen beslissing is genomen over je aanvraag.)

Bespreek
  • Welche Dokumente haben Sie schon eingereicht und wann? (Welke documenten heeft u al ingediend en wanneer?)
  • Was haben Sie bei der Anmeldung nicht verstanden und welche Frage haben Sie jetzt? (Wat heeft u bij de aanmelding niet begrepen en welke vraag heeft u nu?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ich habe den Antrag eingereicht. (Ik heb de aanvraag ingediend.)
  • Die Frist habe ich nicht verstanden. (Ik heb de termijn niet begrepen.)
  • Ich habe eine Arbeitserlaubnis beantragt. (Ik heb een werkvergunning aangevraagd.)

Gebruik in gesprek
  • Ich habe den Antrag beantragt. (Ik heb de aanvraag aangevraagd.)
  • Die Behörde hat noch nicht entschieden. (De instantie heeft nog niet beslist.)
  • Ich habe das Dokument nicht verstanden. (Ik heb het document niet begrepen.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 16/04/2026 00:11