Wörter wie "gestern", "letzte Woche", "letzten Monat", "zuvor" geben den Zeitpunkt an. Je nach Signalwort muss eine andere Zeitform verwendet werden.
(Woorden zoals
- Er zijn geen 100% vaste regels voor de keuze van de tijdvorm bij bepaalde tijdsbepalingen, maar deze richtlijn helpt in de meeste gevallen.
| Zeitangabe (Tijdsbepaling) | Zeit (Tijd) | Beispiel (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Gestern (Gisteren) | Perfekt (voltooid tegenwoordige tijd) | Gestern habe ich die Prüfung bestanden. (Gisteren ben ik voor het examen geslaagd.) |
| Letzte Woche (Vorige week) | Perfekt (voltooid tegenwoordige tijd) | Letzte Woche habe ich mein Studium beendet. (Vorige week heb ik mijn studie afgerond.) |
| Letzten Monat (Vorige maand) | Perfekt (voltooid tegenwoordige tijd) | Letzten Monat habe ich die Einschreibung gemacht. (Vorige maand heb ik mij ingeschreven.) |
| Vor kurzem (Onlangs) | Perfekt (voltooid tegenwoordige tijd) | Vor kurzem habe ich in der Bibliothek gelernt. (Onlangs heb ik in de bibliotheek gestudeerd.) |
| Zuvor (Daarvoor / eerder) | Präteritum (onvoltooid verleden tijd) | Zuvor lebte er in Deutschland. (Daarvoor woonde hij in Duitsland.) |
| Plötzlich (Plotseling) | Präteritum (onvoltooid verleden tijd) | Plötzlich begann der Kurs. (Plotseling begon de cursus.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. _____ habe ich meinen Bachelorabschluss gefeiert.
_____ heb ik mijn bachelordiploma gevierd.)2. _____ begann der Kurs und alle Studierenden wurden still.
_____ begon de cursus en alle studenten werden stil.)3. _____ habe ich die Prüfung bestanden; zuvor lebte ich noch in Spanien.
_____ ben ik geslaagd voor het examen; daarvoor woonde ik nog in Spanje.)4. _____ habe ich mein Praktikum an der Universität begonnen, dann gab es plötzlich sehr viele neue Aufgaben.
_____ ben ik aan mijn stage aan de universiteit begonnen; daarna kwamen er plotseling heel veel nieuwe taken.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de zin met de juiste tijdsvorm bij de tijdsaanduiding.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door de tijdsaanduiding (bijv. gisteren, vorige week, vorige maand, recent, eerder, plotseling) te vervangen en de tijdsvorm van het werkwoord aan te passen (voltooide tijd of onvoltooid verleden tijd). Voorbeeld: „Gisteren heb ik gewerkt.“ → „Eerder werkte ik in Berlijn.“
-
⇒ _______________________________________________ ExampleZuvor lernte ich lange für die Prüfung.(Tevoren leerde ik lang voor het examen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleVor kurzem habe ich einen neuen Deutschkurs begonnen.(Onlangs ben ik begonnen met een nieuwe Duitse cursus.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleLetzte Woche habe ich meine Unterlagen in die Firma geschickt.(Vorige week heb ik mijn documenten naar het bedrijf gestuurd.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleLetzten Monat habe ich eine neue Wohnung besichtigt.(Vorige maand heb ik een nieuw appartement bezichtigd.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Beschrijf kort je afstudeertraject en een plotselinge gebeurtenis daarbij.
- Was haben Sie gestern oder letzte Woche für Ihr Studium gemacht? (Wat heeft u gisteren of vorige week voor uw studie gedaan?)
- Wie haben Sie Ihr Studium oder Ihre Ausbildung beendet? Erzählen Sie kurz, zuvor und vor kurzem! (Hoe heeft u uw studie of opleiding afgeraan? Vertel kort: eerder en onlangs!)
- Gestern habe ich die Prüfung bestanden. (Gisteren heb ik het examen gehaald.)
- Letzten Monat habe ich mein Studium beendet. (Afgelopen maand heb ik mijn studie afgerond.)
- Vor kurzem habe ich ein Praktikum gemacht. (Onlangs heb ik een stage gedaan.)
- Perfekt mit gestern/letzte Woche/letzten Monat/vor kurzem (Voltooid tegenwoordige tijd (Perfekt) met gisteren/vorige week/afgelopen maand/onlangs)
- Präteritum mit zuvor/plötzlich (Onvoltooid verleden tijd (Präteritum) met eerder/plotseling)