Indirekte Fragen mit ob berichten Ja/Nein-Fragen wie: „Ich weiß nicht, ob...", „Er fragt, ob...".
(Indirecte vragen met
- Hoofdzin + ob + Verb am Ende
- Het onderwerp staat vóór het vervoegde werkwoord.
- Geen inversie na ob in de bijzin.
| Direkte Frage (Directe vraag) | Indirekte Frage (Indirecte vraag) |
|---|---|
| Ist der Wald steil? (Is het bos steil?) | Ich weiß nicht, ob der Wald steil ist. (Ik weet niet of het bos steil is.) |
| Gehen wir zum See? (Gaan we naar het meer?) | Er fragt, ob wir zum See gehen. (Hij vraagt of we naar het meer gaan.) |
| Ist das Picknick spaßig? (Is de picknick leuk?) | Sie möchte wissen, ob das Picknick spaßig ist. (Zij wil weten of de picknick leuk is.) |
| Laufen wir zurück? (Lopen we terug?) | Wir fragen, ob wir zurücklaufen. (Wij vragen of we teruglopen.) |
Uitzonderingen!
- Bij een indirecte vraag staat het werkwoord aan het einde.
- Een vraagteken is niet nodig.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ich weiß nicht, ___ der Weg zum See steil ist.
Ik weet niet of ___ de weg naar het meer steil is.2. Er fragt, ob wir nach dem Picknick ___.
Hij vraagt of we na de picknick ___.3. Sie möchte wissen, ob das Tal heute sonnig ___.
Ze wil weten of het dal vandaag zonnig ___.4. Wir wollen wissen, ob die Wanderung ___ anstrengend.
We willen weten of de wandeling ___ inspannend is.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de grammaticaal juiste indirecte vraagzin met ‘of’.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Maak van de directe ja/nee-vraag een indirecte vraag met "of" (werkwoord aan het einde). Voorbeeld: "Kom je vandaag?" → "Ik vraag of je vandaag komt."
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIch weiß nicht, ob der Zug pünktlich ist.(Ik weet niet of de trein op tijd is.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldEr fragt, ob du morgen Zeit hast.(Hij vraagt of je morgen tijd hebt.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWir möchten wissen, ob wir die Rechnung getrennt bezahlen können.(We willen weten of we de rekening apart kunnen betalen.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSie fragt, ob das Hotel in der Nähe vom Bahnhof ist.(Ze vraagt of het hotel in de buurt van het station is.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Praat met z’n tweeën en bespreek of de route en het picknick passen.
- Welche Strecke schlagt ihr vor: Wald, See oder Tal und warum? (Welke route stellen jullie voor: door het bos, langs het meer of door het dal, en waarom?)
- Was müsst ihr noch klären, ob der Weg flach oder steil ist und wer das weiß?','Welche Fragen stellt ihr, ob das Wetter sonnig bleibt und es wenig Stress gibt?','Wie entscheidet ihr, ob ihr zurücklauft oder euch kurz setzt? (Wat moeten jullie nog uitzoeken: of het pad vlak of steil is, en wie dat weet?)
- Ich weiß nicht, ob der Wald steil ist. (Ik weet niet of het bos steil is.)
- Kannst du sagen, ob die Aussicht am See gut ist? (Kun je zeggen of het uitzicht bij het meer mooi is?)
- Wir klären, ob wir zurücklaufen oder weiter wandern. (We bespreken of we teruglopen of verder wandelen.)
- Ich weiß nicht, ob ... (Verb am Ende) (Ik weet niet of … (werkwoord aan het einde))
- Er/Sie fragt, ob ... (Verb am Ende) (Hij/Zij vraagt of … (werkwoord aan het einde))