Onpersoonlijk spreken met „man”

Unpersönlich sprechen mit „man"


Mit „man" hält man Aussagen allgemein. Es wird als unbestimmtes Subjekt benutzt und steht immer mit einem Verb in der dritten Person Singular.

(Met „man" houd je uitspraken algemeen. Het wordt als onbepaald onderwerp gebruikt en staat altijd met een werkwoord in de derde persoon enkelvoud.)

Wat betekent man?

Man is een onbepaald onderwerp in het Duits. Je gebruikt het voor algemene regels, adviezen, ervaringen of meningen.

  • NL: men / je / iemand / in het algemeen
  • DE: man

Je bedoelt dus niet één concrete persoon, maar “mensen in het algemeen”.

Vorm: man + werkwoord (altijd 3e persoon enkelvoud)

De belangrijkste regel is simpel:

  • man gedraagt zich grammaticaal als er/zij/het → werkwoord in 3e persoon enkelvoud.
Correct Waarom?
Man sieht viele Schafe. sehensieht (3e ev)
Man darf hier nicht rauchen. dürfendarf (3e ev)
Man soll vorsichtig sein. sollensoll (3e ev)
Man wird nicht jünger. werdenwird (3e ev)

Typische valkuilen (en hoe je ze meteen herkent)

  • Valkuil 1: “du”-vorm gebruiken
    Man darfstMan darf
  • Valkuil 2: meervoud/infinitief gebruiken
    Man dürfen / Man sollen / Man werdenMan darf / Man soll / Man wird
  • Valkuil 3: verwarring met Mann
    man = men/je (onbepaald) • Mann = man (mannelijk persoon)

Wanneer kies je man (en wanneer niet)?

  • Wel: regels en algemene gewoontes

    In Deutschland sagt man das oft.

  • Wel: advies/aanbeveling, vaak met modale werkwoorden

    Bei Glatteis soll man lieber nicht Auto fahren.

  • Wel: algemene ervaring/observatie

    Auf dem Land sieht man oft Tiere.

  • Niet: als je echt een specifieke persoon bedoelt (ik/jij/wij/mijn team)

    Dan is ich/du/wir/Sie duidelijker.

Handige vertaaltruc NL → DE

  1. Staat er in het Nederlands je met een algemene betekenis (= “mensen”)? → gebruik man.
  2. Zet het werkwoord automatisch in de er/zij/het-vorm (3e persoon enkelvoud).
Nederlands (algemeen) Duits
In een restaurant mag je niet roken. Im Restaurant darf man nicht rauchen.
Als het glad is, moet je beter niet rijden. Bei Glatteis soll man lieber nicht fahren.
Op het platteland word je niet jonger (met de jaren). Man wird nicht jünger.

Zelfcheck (2 snelle vragen)

  • Gaat de zin over een algemene regel/advies/ervaring (niet over één persoon)? → man
  • Staat het werkwoord in de 3e persoon enkelvoud (zoals bij er/sie/es)? → correct
  1. Het woord „man" kan regels, instructies, ervaringen of meningen uitdrukken.
Verb (Werkwoord)Beispiel (Voorbeeld)
sehen (zien)Man sieht viele Schafe auf der Wiese. (Je ziet veel schapen in de wei.)
dürfen (mogen)Man darf im Restaurant nicht rauchen. (Je mag in het restaurant niet roken.)
sollen (zullen / moeten)Man soll lieber nicht bei Glatteis Auto fahren. (Je kunt beter niet autorijden bij gladheid.)
werden (worden)Man wird nicht jünger! (Je wordt niet jonger!)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. In Deutschland sagt ___ oft: Im Dorf kennt man sich schnell.

In Duitsland zegt ___ vaak: In het dorp leert men elkaar snel kennen.

2. Auf dem Bauernhof ___ man die Kühe jeden Morgen.

Op de boerderij ___ men de koeien elke ochtend.

3. Im Stall ___ man die Tiere nicht erschrecken.

In de stal ___ men de dieren niet laten schrikken.

4. Bei Glatteis ___ man lieber nicht mit dem Auto aufs Land fahren.

Bij gladheid ___ men liever niet met de auto het platteland op rijden.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de zin die grammaticaal correct is met „man“.

1.
Fout: Na „man“ staat het werkwoord in de 3e persoon enkelvoud. Correct: „man kan“.
Fout: Na „man“ staat het werkwoord in de 3e persoon enkelvoud, niet in de „du“-vorm. Correct: „man kan“.
2.
Fout: „dürft“ is de „ihr“-vorm. Na „man“ heb je de 3e persoon enkelvoud nodig: „man mag“.
Fout: „dürfen“ is een meervoudsvorm. Met „man“ heb je de 3e persoon enkelvoud nodig: „man mag“.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen zo dat in plaats van een concrete persoon (ik/jij/wij/mensen/iedereen) het onbepaalde onderwerp „men” staat; het werkwoord staat dan in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: „Je mag hier niet roken.” → „Men mag hier niet roken.”

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. In Deutschland darfst du im Restaurant nicht rauchen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    In Deutschland darf man im Restaurant nicht rauchen.
    (In Duitsland mag men in een restaurant niet roken.)
  2. Wenn es glatt ist, sollst du lieber nicht Auto fahren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wenn es glatt ist, soll man besser nicht Auto fahren.
    (Als het glad is, kan men beter niet autorijden.)
  3. In der Natur siehst du oft viele Schafe auf der Wiese.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    In der Natur sieht man oft viele Schafe auf der Wiese.
    (In de natuur ziet men vaak veel schapen in de wei.)
  4. Mit 40 wirst du nicht jünger.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mit 40 wird man nicht jünger.
    (Als men 40 is, wordt men niet jonger.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Plant samen de uitstap en geef algemene tips met men.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du planst mit einer Kollegin oder einem Kollegen einen Wochenendausflug aufs Land.
(Je plant met een collega een weekenduitstapje naar het platteland.)

Bespreek
  • Wohin fährt man am besten, wenn man Natur und Landschaft sehen möchte? (Waarheen ga je het best als je natuur en landschap wilt zien?)
  • Was darf man auf einem Bauernhof, und was soll man besser nicht tun? Warum?","Welche Tiere sieht man oft auf dem Land, und was kann man dort machen?","Was empfiehlt man gegen Mücken und für Aktivitäten an der frischen Luft? (Wat mag je op een boerderij, en wat kun je beter niet doen? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Man sieht viele Schafe und Kühe auf dem Feld. (Men ziet veel schapen en koeien in de wei.)
  • Man darf die Tiere nicht einfach füttern. (Men mag de dieren niet zomaar voeren.)
  • Man soll den Bauer fragen: Darf man reiten?","An der frischen Luft wird man schnell hungrig; regionale Produkte schmecken gut. (Men moet de boer vragen: Mag men paardrijden?)

Gebruik in gesprek
  • man + Verb (3. Person Singular) (man + werkwoord (3e persoon enkelvoud))
  • man darf / man soll (man mag / man moet)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 14:01