A2.18 - Bezoek het platteland
A2.18 - Bezoek het platteland

A2.18 - Bezoek het platteland - Oefeningen

Besuche die Landschaft


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

die Landschaft — die Gegend (het landschap — de streek)
die Natur — die Umwelt (de natuur — het milieu)
das Dorf — ein kleiner Ort (het dorp — een kleine plaats)
der Bauernhof — ein Hof mit Tieren (de boerderij — een boerderij met dieren)

Oefening 2: Examenvoorbereiding (QR: Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Wochenend-Info: Hofbesuch und Ausflug ins Umland

Vul de lege plekken in: Erntezeit, ansehen, Kühe, Mücken, Landschaft, Fütterung, soll, Reiten

(Weekendinfo: boerderijbezoek en uitstapje in de omgeving)

Stadt raus, Natur rein: Der Erlebnisbauernhof „Sonnenhof“ist am Samstag und Sonntag geöffnet. Man kann den Hof , durch die spazieren und im Hofladen regionale Produkte kaufen. Kinder und Erwachsene dürfen bei einer kurzen Stallrunde mitmachen. Bitte feste Schuhe anziehen.

Programm: Um 11 Uhr beginnt die der Tiere ( , Schafe, Ziegen und Schweine). Am Nachmittag gibt es . In der ist es auf den Feldern besonders schön, aber man auf den Wegen bleiben. Hinweis: Bei vielen hilft Insektenspray.
De stad uit, de natuur in: de belevenisboerderij „Sonnenhof“ (bij Neurenberg) is op zaterdag en zondag geopend. Je kunt de boerderij bekijken, door het landschap wandelen en in de boerderijwinkel regionale producten kopen. Kinderen en volwassenen mogen meedoen aan een korte ronde door de stal. Trek stevige schoenen aan.

Programma: Om 11 uur begint het voeren van de dieren (koeien, schapen, geiten en varkens). ’s Middags is er ponyrijden. In de oogsttijd is het op de velden bijzonder mooi, maar je moet op de paden blijven. Let op: bij veel muggen helpt insectenspray.

  1. Welche Aktivitäten kann man auf dem Erlebnisbauernhof machen und welche Regeln soll man beachten?

    (Welke activiteiten kun je op de belevenisboerderij doen en welke regels moet je in acht nemen?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Am Samstag mache ich mit zwei Kolleginnen einen Ausflug aufs Land. Wir fahren in ein kleines Dorf in der Lüneburger Heide, weil ich mal wieder Natur sehen will. Dort gibt es einen Bauernhof. Wir wollen die Landschaft ansehen und an der frischen Luft spazieren. Der Bauer zeigt uns die Tiere. Ich möchte die Kühe und die Schafe füttern. Meine Kollegin will ein Pferd reiten. Wir nehmen Mückenspray mit, weil es dort oft Mücken gibt.
(Op zaterdag maak ik met twee collega’s een uitstapje naar het platteland. We rijden naar een klein dorp in de Lüneburger Heide, omdat ik weer eens natuur wil zien. Daar is een boerderij. We willen het landschap bekijken en in de frisse lucht wandelen. De boer laat ons de dieren zien. Ik wil de koeien en de schapen voeren. Mijn collega wil op een paard rijden. We nemen muggenspray mee, omdat er daar vaak muggen zijn.)
Waar Onwaar

(De persoon gaat op zaterdag met collega’s naar een dorp om de natuur te beleven.)

(Op de boerderij wil de persoon vooral paardrijden.)

(Ze nemen iets tegen muggen mee, omdat er daar veel kunnen zijn.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. In vielen Dörfern ___ man am Wochenende Kühe und Pferde auf der Weide an der frischen Luft.

(In veel dorpen ___ men in het weekend koeien en paarden in de wei in de frisse lucht.)

2. Auf dem Bauernhof darf man die Tiere nur ___, wenn der Bauer es erlaubt.

(Op de boerderij mag men de dieren alleen ___, als de boer het toestaat.)

3. Im Streichelzoo ___ man die Ziegen und Schafe schon ___.

(In de kinderboerderij ___ men de geiten en schapen al ___.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Discussievragen (QR: AI+)

Instructie: Spreken: vertaal en beantwoord (QR: AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Man kann dort ... / In der Natur / auf dem Bauernhof möchte ich ... / An der frischen Luft ist es ...

  1. Sie wollen am Wochenende mit einem Kollegen aufs Land fahren. Wohin möchten Sie fahren und was möchten Sie dort machen?
    U wilt in het weekend met een collega naar het platteland rijden. Waarheen wilt u rijden en wat wilt u daar doen?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Wenn man auf einem Bauernhof ist, was kann man dort sehen oder machen? Nennen Sie ein oder zwei Beispiele.
    Als je op een boerderij bent, wat kun je daar zien of doen? Noem één of twee voorbeelden.

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Brief schrijven (QR: AI+)

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Hi! Hast du am Samstag Zeit? Ich möchte einen kleinen Ausflug aufs Land machen, vielleicht in ein Dorf bei Potsdam. Man ist dort schnell an der frischen Luft und kann viel Natur sehen. Ich habe online einen Bauernhof gefunden: Man kann Kühe und Schafe ansehen und die Tiere füttern. Danach könnten wir im Café im Dorf etwas trinken.

Hast du Lust? Und wann passt es dir?

Liebe Grüße
Jana


Hoi! Heb je zaterdag tijd? Ik wil een klein uitstapje naar het platteland maken, misschien naar een dorp bij Potsdam. Je bent daar snel in de frisse lucht en kunt veel natuur zien. Ik heb online een boerderij gevonden: Je kunt koeien en schapen bekijken en de dieren voeren. Daarna zouden we in het café in het dorp iets kunnen drinken.

Heb je zin? En wanneer komt het jou uit?

Lieve groeten
Jana


Nuttige zinnen:

  1. Ich hätte Lust, aber ...

    (Ik zou er zin in hebben, maar ...)

  2. Wann wollen wir losfahren / uns treffen?

    (Wanneer willen we vertrekken / elkaar ontmoeten?)

  3. Weißt du, ob man dort auch ... kann?

    (Weet je of je daar ook ... kunt?)

Hi Jana, ja, ich habe am Samstag Zeit und komme gern mit. Wann wollen wir losfahren und wo treffen wir uns? Weißt du, ob man dort auch Pferde sehen oder reiten kann? Wenn das Wetter gut ist, können wir nach dem Café noch durch die Landschaft spazieren. Liebe Grüße, [Name]

Hoi Jana, ja, ik heb zaterdag tijd en ga graag mee. Wanneer willen we vertrekken en waar spreken we af? Weet je of je daar ook paarden kunt zien of kunt paardrijden? Als het weer goed is, kunnen we na het café nog door het landschap wandelen. Lieve groeten, [Naam]