Mit den Konjunktionen „weder…noch" und „sowohl…als auch" verbindet man zwei Satzteile oder Wörter.

(Met de voegwoorden „weder…noch" en „sowohl…als auch" verbind je twee zinsdelen of woorden.)

1. Wat betekenen weder … noch en sowohl … als auch?

  • weder … noch = je … noch …
    → je gebruikt dit om twee dingen uit te sluiten.
  • sowohl … als auch = zowel … als …
    → je gebruikt dit om twee dingen te combineren.
uitsluiten Ich schreibe weder eine E-Mail noch einen Brief.
= Ik schrijf geen e-mail en ook geen brief.
combineren Ich schreibe sowohl eine E-Mail als auch einen Brief.
= Ik schrijf een e-mail en ook een brief.

Onthoud: beide constructies gaan altijd over twee (of meer) elementen.

2. Vorm: waar staan de woorden precies?

De structuur is in beide gevallen heel vast. Er staat altijd iets tussen de twee delen.

weder … noch weder + element 1 + noch + element 2
Ich habe weder Zeit noch Lust.
sowohl … als auch sowohl + element 1 + als auch + element 2
Ich habe sowohl Zeit als auch Lust.

De woordvolgorde in de zin blijft normaal:

  • Persoon (subject)
  • Persoonsvorm (geconjugeerd werkwoord)
  • Rest van de zin

Ich schreibe sowohl eine E-Mail als auch einen Brief.

Der Empfänger hat weder das Paket noch den Brief bekommen.

3. Typische combinaties: wat verbind je?

Je kunt met deze constructies verschillende soorten elementen verbinden:

  • Zelfstandige naamwoorden
    Ich sende weder den Vertrag noch die Rechnung.
    Ich sende sowohl den Vertrag als auch die Rechnung.
  • Werkwoorden
    Der Kunde möchte weder anrufen noch schreiben.
    Der Kunde möchte sowohl anrufen als auch schreiben.
  • Hele woordgroepen / zinsdelen
    Ich arbeite sowohl im Büro als auch im Homeoffice.
    Heute funktioniert weder das System noch der Online‑Service.

Belangrijk: de twee elementen moeten grammaticaal dezelfde functie hebben (beide object, beide werkwoord, beide bijwoordelijke bepaling, …).

4. Vaak gemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Nooit combineren met andere voegwoorden
    • weder … undweder … noch
    • weder … oderweder … noch
    • sowohl … undsowohl … als auch
    • sowohl … nochsowohl … als auch
  • Geen extra “nicht” toevoegen
    Ich schreibe nicht weder eine E-Mail noch einen Brief.
    goed: Ich schreibe weder eine E-Mail noch einen Brief.
  • Let op de naamvallen
    Bij twee zelfstandige naamwoorden blijven de naamvallen gelijk:
    • für verlangt 4e naamval:
      Ich habe weder Zeit für den Brief noch für die E‑Mail.
    • Onderwerp (1e naamval):
      Weder der Brief noch das Paket ist angekommen.

5. Wanneer kies je welke? (betekenis en nuance)

  • weder … noch
    • je benadrukt: geen van beide
    • vaak een wat formelere, geschreven toon
    • vergelijkbaar met Nederlands: “noch … noch …” / “geen van beide”
  • sowohl … als auch
    • je benadrukt: beide
    • klinkt vaak positief of benadrukkend
    • vergelijkbaar met Nederlands: “zowel … als …”

In zakelijke of professionele context kom je beide vormen vaak tegen, vooral in e‑mails en documenten.

6. Stap‑voor‑stap: zelf een zin bouwen

  1. Bepaal wat je wilt zeggen
    Wil je zeggen dat allebei wél gelden, of allebei níet?
  2. Kies de juiste constructie
    • allebei wélsowohl … als auch
    • allebei níetweder … noch
  3. Zoek de twee elementen
    Wat wil je precies verbinden? (twee dingen, twee acties, twee plaatsen …)
  4. Plaats de woorden in het schema
    • weder + element 1 + noch + element 2
    • sowohl + element 1 + als auch + element 2
  5. Controleer
    • Heb ik echt “weder … noch” of “sowohl … als auch” geschreven?
    • Zijn de twee elementen grammaticaal hetzelfde (beide zn, beide werkwoord, …)?
    • Is de basiswoordvolgorde (subject – werkwoord) nog correct?

7. Korte zelftest: begrijp je het?

Beantwoord voor jezelf deze vragen. Als je overal “ja” kunt zeggen, beheers je het onderwerp goed.

  1. Kan ik uitleggen dat weder … noch “geen van beide” betekent?
  2. Kan ik uitleggen dat sowohl … als auch “allebei” betekent?
  3. Kan ik in een zin spontaan kiezen tussen weder … noch en sowohl … als auch?
  4. Vermijd ik combinaties als weder … und en sowohl … und?
  5. Kan ik twee zelfstandige naamwoorden, of twee werkwoorden, netjes verbinden met deze structuur?

Als één punt nog onzeker voelt, lees dat deel hierboven nog een keer en maak dan opnieuw de oefeningen in het boek. Zo bereid je je goed voor op spreekopdrachten in de les.

  1. Ze geven aan of je twee dingen uitsluit of met elkaar combineert.
weder…noch

Ich schreibe weder eine E-Mail noch einen Brief. (Ik schrijf noch een e-mail noch een brief.)

Der Empfänger hat weder das Paket noch den Brief bekommen. (De ontvanger heeft noch het pakket noch de brief gekregen.)

sowohl...als auch

Ich schreibe sowohl eine E-Mail als auch einen Brief. (Ik schrijf zowel een e-mail als ook een brief.)

Der Empfänger hat sowohl das Paket als auch den Brief bekommen. (De ontvanger heeft zowel het pakket als ook de brief gekregen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Sie können den Vertrag ______ per E‑Mail ______ per Einschreiben schicken.

U kunt het contract ______ per e-mail ______ per aangetekende zending sturen.)

2. Ich habe ______ die SMS ______ die E‑Mail vom Paketdienst bekommen.

Ik heb ______ de sms ______ de e-mail van de pakketdienst ontvangen.)

3. Bitte antworten Sie ______ auf die E‑Mail ______ auf den Brief vom Kunden.

Beantwoord alstublieft ______ de e-mail ______ de brief van de klant.)

4. Heute kommt der Bote, aber ich habe ______ das Paket ______ den Brief unterschrieben angenommen.

Vandaag komt de koerier, maar ik heb ______ het pakket ______ de brief ondertekend aangenomen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin waarin de voegwoorden „weder…noch” of „zowel…als ook” correct worden gebruikt. Let op: er is telkens maar één juist antwoord per zin.

1.
Fout voegwoord: na „weder” moet „noch” volgen, niet „en”.
Verkeerde combinatie: „zowel” moet verbonden worden met „als ook”, niet met „noch”.
2.
Fout voegwoord: na „weder” moet „noch” volgen.
Foute verbinding: „zowel” vereist „als ook” en niet „noch”.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Verbind de zinnen opnieuw en gebruik daarbij „noch … noch“ of „zowel … als“ zoals tussen haakjes aangegeven.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (weder … noch) Ich sende ein Paket. Ich sende einen Brief. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich sende weder ein Paket noch einen Brief.
    (Ik stuur noch een pakket noch een brief.)
  2. Hint Hint (sowohl … als auch) Der Kunde bekommt eine SMS. Der Kunde bekommt eine E-Mail. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Der Kunde bekommt sowohl eine SMS als auch eine E‑Mail.
    (De klant krijgt zowel een sms als een e-mail.)
  3. Hint Hint (weder … noch) Die Post ist heute nicht schnell. Der Online‑Service ist heute nicht schnell. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Weder die Post noch der Online‑Service ist heute schnell.
    (Noch de post noch de online‑service is vandaag snel.)
  4. Hint Hint (sowohl … als auch) Ich muss zum Postamt gehen. Ich muss ein Formular ausfüllen. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich muss sowohl zum Postamt gehen als auch ein Formular ausfüllen.
    (Ik moet zowel naar het postkantoor gaan als een formulier invullen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek met z’n tweeën welke berichten je wel of niet verstuurt en hoe.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sie planen im Büro, welche Dokumente per Post oder per E‑Mail gesendet werden.
(U bespreekt op kantoor welke documenten per post of per e-mail worden verzonden.)

Bespreek
  • Welche Informationen schicken Sie schriftlich per Brief, welche per E‑Mail und welche per SMS? Warum? (Welke informatie stuurt u schriftelijk per brief, welke per e-mail en welke per sms? Waarom?)
  • In welcher Situation senden Sie sowohl einen Brief als auch eine E‑Mail? Nennen Sie Beispiele (z. B. Vertrag, Kündigung). Warum?","Wann benutzen Sie weder Brief noch E‑Mail, sondern chatten oder telefonieren? Begründen Sie. (In welke situatie stuurt u zowel een brief als een e-mail? Noem voorbeelden (bijv. contract, opzegging). Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ich sende weder einen Brief noch eine SMS; ich chatte. (Ik stuur noch een brief noch een sms; ik chat.)
  • Ich schicke sowohl das Paket als auch den Brief an den Empfänger. (Ik stuur zowel het pakket als de brief naar de ontvanger.)
  • Mit freundlichen Grüßen / Unterschrift / Briefmarke (Met vriendelijke groet / Handtekening / Postzegel)

Gebruik in gesprek
  • weder … noch (noch … noch)
  • sowohl … als auch (zowel … als)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:52