Mit den Konjunktionen „weder…noch" und „sowohl…als auch" verbindet man zwei Satzteile oder Wörter.
(Met de voegwoorden
- Ze geven aan of je twee dingen uitsluit of met elkaar combineert.
| weder…noch | Ich schreibe weder eine E-Mail noch einen Brief. (Ik schrijf noch een e-mail noch een brief.) Der Empfänger hat weder das Paket noch den Brief bekommen. (De ontvanger heeft noch het pakket noch de brief gekregen.) |
| sowohl...als auch | Ich schreibe sowohl eine E-Mail als auch einen Brief. (Ik schrijf zowel een e-mail als ook een brief.) Der Empfänger hat sowohl das Paket als auch den Brief bekommen. (De ontvanger heeft zowel het pakket als ook de brief gekregen.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Sie können den Vertrag ______ per E‑Mail ______ per Einschreiben schicken.
U kunt het contract ______ per e-mail ______ per aangetekende zending sturen.)2. Ich habe ______ die SMS ______ die E‑Mail vom Paketdienst bekommen.
Ik heb ______ de sms ______ de e-mail van de pakketdienst ontvangen.)3. Bitte antworten Sie ______ auf die E‑Mail ______ auf den Brief vom Kunden.
Beantwoord alstublieft ______ de e-mail ______ de brief van de klant.)4. Heute kommt der Bote, aber ich habe ______ das Paket ______ den Brief unterschrieben angenommen.
Vandaag komt de koerier, maar ik heb ______ het pakket ______ de brief ondertekend aangenomen.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin waarin de voegwoorden „weder…noch” of „zowel…als ook” correct worden gebruikt. Let op: er is telkens maar één juist antwoord per zin.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Verbind de zinnen opnieuw en gebruik daarbij „noch … noch“ of „zowel … als“ zoals tussen haakjes aangegeven.
-
Hint Hint (weder … noch) Ich sende ein Paket. Ich sende einen Brief. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)⇒ _______________________________________________ ExampleIch sende weder ein Paket noch einen Brief.(Ik stuur noch een pakket noch een brief.)
-
Hint Hint (sowohl … als auch) Der Kunde bekommt eine SMS. Der Kunde bekommt eine E-Mail. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)⇒ _______________________________________________ ExampleDer Kunde bekommt sowohl eine SMS als auch eine E‑Mail.(De klant krijgt zowel een sms als een e-mail.)
-
Hint Hint (weder … noch) Die Post ist heute nicht schnell. Der Online‑Service ist heute nicht schnell. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)⇒ _______________________________________________ ExampleWeder die Post noch der Online‑Service ist heute schnell.(Noch de post noch de online‑service is vandaag snel.)
-
Hint Hint (sowohl … als auch) Ich muss zum Postamt gehen. Ich muss ein Formular ausfüllen. (Nutze die Konjunktion in der Klammer.)⇒ _______________________________________________ ExampleIch muss sowohl zum Postamt gehen als auch ein Formular ausfüllen.(Ik moet zowel naar het postkantoor gaan als een formulier invullen.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek met z’n tweeën welke berichten je wel of niet verstuurt en hoe.
- Welche Informationen schicken Sie schriftlich per Brief, welche per E‑Mail und welche per SMS? Warum? (Welke informatie stuurt u schriftelijk per brief, welke per e-mail en welke per sms? Waarom?)
- In welcher Situation senden Sie sowohl einen Brief als auch eine E‑Mail? Nennen Sie Beispiele (z. B. Vertrag, Kündigung). Warum?","Wann benutzen Sie weder Brief noch E‑Mail, sondern chatten oder telefonieren? Begründen Sie. (In welke situatie stuurt u zowel een brief als een e-mail? Noem voorbeelden (bijv. contract, opzegging). Waarom?)
- Ich sende weder einen Brief noch eine SMS; ich chatte. (Ik stuur noch een brief noch een sms; ik chat.)
- Ich schicke sowohl das Paket als auch den Brief an den Empfänger. (Ik stuur zowel het pakket als de brief naar de ontvanger.)
- Mit freundlichen Grüßen / Unterschrift / Briefmarke (Met vriendelijke groet / Handtekening / Postzegel)
- weder … noch (noch … noch)
- sowohl … als auch (zowel … als)