Sprich über dein Universitätsstudium oder deine Ziele.
Kenne das Vokabular über Hochschulbildung.
Kennen Sie das Hochschulsystem und die Einrichtungen Ihres neuen Landes.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Universiteitsdiploma
Twee collega’s praten over hun tijd aan de universiteit.
Grammatica: Tijdsaanduidingen bij verleden tijden: „gestern" vs. „plötzlich"
Woorden zoals "gestern", "letzte Woche", "letzten Monat", "zuvor" geven het tijdstip aan. Afhankelijk van het signaalwoord moet een andere tijdsvorm worden gebruikt.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!