A2.14 - Universitair diploma
Haal je boekSprich über dein Universitätsstudium oder deine Ziele.
Kenne das Vokabular über Hochschulbildung.
Kennen Sie das Hochschulsystem und die Einrichtungen Ihres neuen Landes.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Twee collega’s praten over hun tijd aan de universiteit.
Woorden zoals "gestern", "letzte Woche", "letzten Monat", "zuvor" geven het tijdstip aan. Afhankelijk van het signaalwoord moet een andere tijdsvorm worden gebruikt.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.