Imperatiefvormen: verdieping en bijzondere gevallen: „gehen wir!"

Imperativformen: Vertiefung und besondere Fälle: „gehen wir!"


Der erweiterte Imperativ zeigt formelle, informelle und gemeinsame Aufforderungen wie „Seien Sie pünktlich!, Arbeiten wir".

(De uitgebreide imperatief toont formele, informele en gezamenlijke aansporingen zoals „Seien Sie pünktlich!, Arbeiten wir".)

Wanneer gebruik je welke imperatief?

  • du = informeel tegen 1 persoon (collega die je tutoieert, vriend)
  • ihr = informeel tegen meerdere personen (team, vrienden)
  • Sie = formeel (klant, sollicitatiegesprek, onbekende)
  • wir = voorstel / samen iets doen (“Laten we …”)

Tip: In een professionele context is Sie vaak de veilige keuze, tenzij je duidelijk per du bent.

Vorm: Sie-imperatief (beleefd en professioneel)

  • Formule: Infinitief + Sie
  • Woordvolgorde: het werkwoord staat vooraan, Sie staat er direct achter.
Doel Correct Let op
beleefd verzoek Nennen Sie bitte kurz Ihre Schwächen. Nennen bitte kurz Ihre Schwächen. (zonder Sie klinkt onvolledig)
instructie Füllen Sie bitte das Formular aus. Füllen bitte das Formular aus.

‘bitte’ kan bijna overal, maar klinkt vaak het meest natuurlijk na Sie of aan het einde.

Vorm: wir-imperatief (voorstellen doen)

  • Formule: Werkwoord (wij-vorm) + wir
  • Betekenis: “Laten we …” / “Zullen we …” (samen, inclusief spreker)
Situatie Voorbeeld
gestructureerd beginnen Sprechen wir zuerst über Ihre Stärken.
plan maken Arbeiten wir an den Anforderungen!

Zelfcheck: Gaat het om iets dat jullie samen doen? Dan past wir.

Vorm: du- en ihr-imperatief (korte reminder)

  • du: werkwoord vooraan, meestal zonder -st.
    Komm pünktlich!
  • ihr: werkwoord vooraan met -t.
    Kommt pünktlich!

Praktisch: In deze les zie je vooral Sie en wir, omdat die vaak voorkomen in werk- en gesprekssituaties.

Belangrijke uitzonderingen: sein en haben

Deze twee zijn in de imperatief onregelmatig. Goed om meteen automatisch te herkennen.

Persoon sein haben
du sei hab
ihr seid habt
Sie (formeel) seien Sie haben Sie
  • Seien Sie bitte pünktlich.
  • Haben Sie bitte Geduld.
  • Sei ruhig!
  • Hab Geduld!

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze snel voorkomt)

  • Fout 1: indicatief i.p.v. imperatief (klinkt als een vraag/mededeling).
    Sind Sie bitte pünktlich?Seien Sie bitte pünktlich.
  • Fout 2: du-vorm en Sie-vorm door elkaar.
    Sei Sie …Seien Sie
  • Fout 3: bij wir een andere persoon gebruiken.
    Sprechen Sie wir …Sprechen wir

Mini-checklist: zo kies je in 5 seconden de juiste vorm

  1. Met wie spreek ik? 1 persoon (du/Sie) of groep (ihr/Sie)?
  2. Formeel? In werkcontext: vaak Sie.
  3. Samen doen? Dan: wir.
  4. Werkwoord ‘sein’ of ‘haben’? Gebruik de onregelmatige vormen: sei/seid/seien Sie, hab/habt/haben Sie.

Wat leer je hier? Je kunt nu doelgericht kiezen tussen Sie-imperatief (beleefd) en wir-imperatief (voorstel), en je herkent meteen de vaste vormen van sein en haben.

  1. De „wir"-imperatief drukt voorstellen uit, bv. 'Gehen wir!'.
Form des ImperativsFormel (Formule)Beispiel (Voorbeeld)
WirVerb + wirArbeiten wir an den Anforderungen! (Laten we aan de eisen werken!)
Sie Infinitiv + SieTrauen Sie sich offen über ihre Stärken zu sprechen!
Unregelmäßig: seinsei / seid / seien +  SieSei ruhig! (Wees rustig!)
Unregelmäßig: habenhab / habt / haben + SieHab Geduld im Vorstellungsgespräch! (Heb geduld in het sollicitatiegesprek!)

Uitzonderingen!

  1. De imperatief bestaat in de tweede persoon enkelvoud (Hab Geduld!), in de tweede persoon meervoud (Habt Geduld!) en in de formele aanspreekvorm (Haben Sie Geduld!).

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. _____ Sie bitte pünktlich zum Vorstellungsgespräch.

_____ alstublieft stipt bij het sollicitatiegesprek.

2. _____ wir zuerst über Ihre Stärken.

_____ we het eerst over uw sterke punten.

3. _____ bitte kurz Ihre Schwächen.

_____ alstublieft kort uw zwakke punten.

4. _____ Sie Geduld, die Entscheidung kommt morgen.

_____ geduld, de beslissing komt morgen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de grammaticaal correcte zin in de gebiedende wijs.

1.
Fout: Dit is een vraag/indicatiefvorm („Sind Sie …“), geen imperatief; voor beleefdheid gebruik je „Seien Sie …“.
Fout: „Sei“ is voor „du“, niet voor de beleefdheidsvorm „Sie“; correct is: „Seien Sie bitte pünktlich …“.
2.
Fout: „Sprecht“ is 2e persoon meervoud (ihr) en past niet bij de „wir“-imperatief; juist is „Sprechen wir …“.
Fout: Zonder uitroep- of aansporingsintonatie komt de zin over als een mededeling; als oefenzin moet hier de imperatiefvorm met uitroepteken staan.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen als een bevel in de imperatief: jij-vorm (informeel), jullie-vorm (meervoud), u-vorm (formeel) of wij-vorm (voorstel).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint ((du)) Du kommst bitte pünktlich zum Vorstellungsgespräch.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Komm bitte pünktlich zum Vorstellungsgespräch!
    (Kom alsjeblieft op tijd naar het sollicitatiegesprek!)
  2. Hint Hint ((ihr)) Ihr wartet kurz vor dem Büro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wartet kurz vor dem Büro!
    (Wacht even voor het kantoor!)
  3. Hint Hint ((Sie)) Sie füllen das Formular bitte aus.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Füllen Sie bitte das Formular aus!
    (Vult u alstublieft het formulier in!)
  4. Hint Hint ((wir)) Wir machen eine Pause und trinken einen Kaffee.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Machen wir eine Pause und trinken wir einen Kaffee!
    (Laten we een pauze nemen en een kop koffie drinken!)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Speel interviewer en sollicitant; geef elkaar duidelijke tips en suggesties.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du führst ein kurzes Probe-Vorstellungsgespräch mit der Personalabteilung im Büro.
(Je voert een kort proef-sollicitatiegesprek met de personeelsafdeling op kantoor.)

Bespreek
  • Welche Anforderungen sind für die Stelle wichtig und wie antwortet der Bewerber? (Welke vereisten zijn belangrijk voor de functie en hoe antwoordt de sollicitant?)
  • Welche Stärken und Schwächen nennt ihr und wie formuliert ihr das höflich?','Welche Fragen stellt ihr zu Benefits und Gehalt (brutto/netto)?','Wann ist der Bewerber verfügbar und was schlagt ihr als nächsten Schritt vor? (Welke sterke en zwakke punten noemen jullie en hoe formuleer je dat beleefd?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Arbeiten wir die Anforderungen durch. (Laten we de vereisten doornemen.)
  • Sprechen Sie über Ihre Stärke und eine Schwäche. (Spreekt u over uw sterke punt en een zwak punt.)
  • Seien Sie pünktlich zum Vorstellungsgespräch. (Wees op tijd voor het sollicitatiegesprek.)

Gebruik in gesprek
  • Wir-Imperativ (Verb + wir) für Vorschläge (Wij-gebiedende wijs (werkwoord + wij) voor suggesties)
  • Sie-Imperativ (Infinitiv + Sie) für formelle Hinweise (U-gebiedende wijs (infinitief + U) voor formele aanwijzingen)
  • Unregelmäßig: seien/haben Sie für höfliche Aufforderungen (Onregelmatig: wees/heeft U voor beleefde verzoeken)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 20:49