Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Einladung zum Spieleabend
Vul de lege plekken in: Karten, Abendessen, unterhalten, Blumenstrauß, Aufräumen, Brettspiel, Süßes, vorbeikommen
(Uitnodiging voor een spelletjesavond)
Hallo zusammen. Am Samstag ab 19 Uhr lade ich euch zu einem Spieleabend ein. Wer Zeit hat, kann einfach . Ich koche ein kleines , danach spielen wir ein oder . Bitte sagt mir bis Donnerstag kurz Bescheid, damit ich genug einkaufe.
Wenn ihr mögt, bringt einen oder etwas mit – das ist aber kein Muss. Teller und Gläser sind da. Beim helfen wir am Ende zusammen. Wir uns, lachen viel und machen es uns gemütlich.Hallo allemaal. Zaterdag vanaf 19.00 uur nodig ik jullie uit voor een spelletjesavond. Wie tijd heeft, kan gewoon langskomen. Ik maak een eenvoudige avondmaaltijd, daarna spelen we een bordspel of kaarten. Laat het me alsjeblieft uiterlijk donderdag even weten, zodat ik genoeg kan inslaan.
Als jullie willen, neem dan een bos bloemen of iets lekkers mee – maar dat hoeft niet. Borden en glazen zijn er. Met opruimen helpen we aan het einde samen. We kletsen, lachen veel en maken het gezellig.
-
Warum bittet die Gastgeberin um eine Antwort bis Donnerstag, und was können die Gäste mitbringen?
(Waarom vraagt de gastvrouw om uiterlijk donderdag te antwoorden, en wat kunnen de gasten meenemen?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(De spreekster verwacht bezoek van twee vrienden en heeft een diner gepland.) |
||
|
(De vrienden nemen een boeket bloemen mee als cadeau voor de spreekster.) |
||
|
(Na het eten wil de groep samen spelen en pas later opruimen.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Nach dem Abendessen ___ wir uns noch lange ___.
(Na het avondeten ___ we nog lang ___.)2. ___ du morgen gegen 19 Uhr bei uns vorbei?
(___ je morgen rond 19.00 uur bij ons langs?)3. Gestern ___ unser Gast spontan ___ und hat einen Blumenstrauß mitgebracht.
(Gisteren ___ onze gast spontaan ___ en heeft een bos bloemen meegebracht.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Am besten machen wir zuerst ... und danach ... / Ich bringe meistens einen Blumenstrauß mit. / Nach dem Abendessen räumen wir kurz auf.
-
Sie möchten Kolleginnen oder Kollegen zu sich nach Hause einladen - was planen Sie für den Abend (z. B. Abendessen oder Brettspiel) und wann sollen die Gäste vorbeikommen?
Je wilt collega’s bij je thuis uitnodigen – wat plan je voor de avond (bijv. avondeten of een bordspel) en wanneer moeten de gasten langskomen?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Wenn Gäste bei Ihnen sind: Was bringen Sie normalerweise mit oder schenken Sie, und worüber unterhalten Sie sich am liebsten?
Als er gasten bij je zijn: Wat neem je meestal mee of geef je cadeau, en waar praat je het liefst over?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Hey! 😊
Hast du Lust, dass wir am Samstag bei dir vorbeikommen? So ab 18 Uhr?
Wir könnten zusammen Abendessen machen und danach ein Brettspiel oder Karten spielen. Ich kann auch einen kleinen Blumenstrauß mitbringen.
Passt dir Samstag? Und sollen wir noch etwas mitbringen?
Liebe Grüße
Lea
Hé! 😊
Heb je zin dat we zaterdag bij jou langskomen? Zo rond 18.00 uur?
We kunnen samen avondeten maken en daarna een bordspel of kaarten spelen. Ik kan ook een klein bloemenboeket meenemen.
Komt zaterdag jou uit? En moeten we nog iets meenemen?
Groetjes
Lea
Nuttige zinnen:
-
Samstag passt mir gut, ab … Uhr könnt ihr vorbeikommen.
(Zaterdag komt me goed uit, vanaf … uur kunnen jullie langskomen.)
-
Wir können zusammen Abendessen machen; ich mache …, kannst du … mitbringen?
(We kunnen samen avondeten maken; ik maak …, kun jij … meenemen?)
-
Nach dem Essen spielen wir am liebsten ….
(Na het eten spelen we het liefst ….)
Hé Lea, super idee! Zaterdag komt me goed uit. Jullie kunnen gerust vanaf 18.00 uur langskomen. Ik ruim van tevoren even op en maak een grote pan pasta en een salade. Kun jij alsjeblieft brood of iets te drinken meenemen? Een bloemenboeket hoef je niet mee te nemen, maar bedankt! Daarna spelen we het liefst kaartspelletjes of een bordspel – neem gerust je favoriete spel mee. Tot zaterdag!