Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| Allô ? | Hallo? |
| C'est Nathalie. | Ik ben Nathalie. |
| Allô Isabelle, c'est Bénédicte. | Hallo Isabelle, ik ben Bénédicte. |
| Un téléphone portable | Een mobiele telefoon |
| J'arrive ! | Ik kom eraan! |
| Bisous ! | Kusjes! |
| Téléphoner | Bellen |
| Je t'embrasse. | Ik kus je. |
| À samedi ! | Tot zaterdag! |
1. Où se trouvent les personnes quand elles téléphonent ?
(Waar bevinden de personen zich wanneer ze bellen?)2. Quel objet est décrit comme « tout petit » ?
(Welk voorwerp wordt beschreven als « piepklein »?)3. Comment se termine la conversation à la fin du texte ?
(Hoe eindigt het gesprek aan het einde van de tekst?)Oefening 2: Gebruik de website of de leesstof
Instructie: Je moet een professioneel antwoordapparaatbericht opnemen omdat je vaak in vergadering bent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Show/hide translationsTaak: Rédige un message de répondeur (5-6 lignes) avec une formule d’accueil, la demande de coordonnées et une promesse de rappel.
Use in your answer: répondeur / laisser un message / coordonnées / je vous rappellerai dès que possible / bureaux fermés / merci