De samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden: laquelle, auxquels, duquel, enz...

Les pronoms relatifs composés: laquelle, auxquels, duquel, etc...


Les pronoms relatifs composés remplacent un nom précisé et permettent de relier deux phrases. Exemple: ‘la raquette avec laquelle je joue’.

(Samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden vervangen een nader bepaald zelfstandig naamwoord en maken het mogelijk twee zinnen met elkaar te verbinden. Voorbeeld: ‘la raquette avec **laquelle** je joue’.)

Wanneer gebruik je (auquel / duquel / lequel)? Denk in 2 stappen

Samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden gebruik je na een voorzetsel als je naar een zaak/idee/plek verwijst (niet naar een persoon).

  1. Stap 1: zoek het voorzetsel in de bijzin (à, de, sur, avec, dans, pour, près de, à côté de…).

  2. Stap 2: kies de juiste vorm op basis van het zelfstandig naamwoord waarnaar je verwijst (m/v, enkelvoud/meervoud).

Snelkeuze: welk voorzetsel → welk type?

Als je ziet… Dan gebruik je… Voorbeeld (FR)
een voorzetsel ≠ de
(sur, avec, dans, pour, chez, par…)
préposition + lequel
sur lequel, avec laquelle…

Le dossier sur lequel je travaille est urgent.

à (werkwoord/uitdrukking met à) auquel / à laquelle / auxquels / auxquelles

Le service auquel je pense est interne.

… de in een vaste groep
(près de, à côté de, loin de, à l’intérieur de…)
duquel / de laquelle / desquels / desquelles

Le café près duquel j’habite est calme.

Kies de vorm: m/v en enkelvoud/meervoud

Je kijkt naar het woord waarnaar je verwijst (het antecedent), niet naar het woord er vlak naast.

Antecedent Basisvorm Met à Met de

m. enk. (le projet)

lequel

auquel

duquel

v. enk. (la réunion)

laquelle

à laquelle

de laquelle

m. mv. (les objectifs)

lesquels

auxquels

desquels

v. mv. (les équipes)

lesquelles

auxquelles

desquelles

De valkuilen die bijna iedereen maakt

  • Valkuil 1: “à + lequel” los schrijven waar het moet samentrekken

    Le centre de loisirs à lequel je me suis inscrit…

    Le centre de loisirs auquel je me suis inscrit…

  • Valkuil 2: bij “près de / à côté de / loin de …” de “de” vergeten

    Le parc près lequel je cours…

    Le parc près duquel je cours…

  • Valkuil 3: het antecedent verkeerd kiezen

    Je laat de vorm afhangen van het woord waarover je spreekt:

    La réunion à laquelle je participe (réunion = v. enk.)

Snelle check: “de” of “à” komt van het werkwoord

De voorzetselkeuze komt vaak uit de combinatie werkwoord + voorzetsel. Jij “neemt” dat voorzetsel mee in je relatiefzin.

Combinatie Relatief Voorbeeld (FR)

participer à

auquel / à laquelle…

Les activités auxquelles je participe…

penser à

auquel / à laquelle…

Le projet auquel je pense…

avoir besoin de

duquel / de laquelle… of vaak dont

La compétence dont j’ai besoin…

Personen: vaak mag “qui” (handig en natuurlijk)

Als het over mensen gaat, klinkt dit vaak het meest natuurlijk:

  • Les collègues avec qui je travaille (heel gebruikelijk)

  • Les collègues avec lesquels je travaille (ook correct, iets formeler)

Let op: bij dingen/plaatsen gebruik je niet “avec qui”. Dan kies je “avec lequel/laquelle…”.

Zelfcontrole: kan ik dit zelfstandig toepassen?

  1. Heb ik het voorzetsel gevonden dat bij het werkwoord/uitdrukking hoort?

  2. Is het antecedent m/v en enk./mv. duidelijk?

  3. Bij à: heb ik auquel/auxquels gebruikt (samentrekking), en niet “à lequel”?

  4. Bij … de (près de, à côté de…): staat die de er nog in (duquel/de laquelle…)?

  5. Gaat het om een persoon? Dan is préposition + qui vaak de beste keuze.

  1. Je gebruikt lequel/laquelle/lesquels/lesquelles na een voorzetsel anders dan de (sur, sous, avec, dans, pour, chez, par, enz.).
  2. Je gebruikt auquel/à laquelle/auxquels/auxquelles wanneer het werkwoord van de betrekkelijke bijzin gebouwd is met het voorzetsel à.
  3. Je gebruikt duquel/de laquelle/desquels/desquelles met een voorzetseluitdrukking (près de, loin de, à côté de, à l’intérieur de, enz.).
PronomLe/ La/ LesÀDe
Masculin singulier (Mannelijk enkelvoud)Lequel (welke)Auquel (aan welke)Duquel (van welke)
Féminin singulier (Vrouwelijk enkelvoud)Laquelle (welke)À laquelle (aan welke)De laquelle (van welke)
Masculin pluriel (Mannelijk meervoud)Lesquels (welke)Auxquels (aan welke)Desquels (van welke)
Féminin pluriel (Vrouwelijk meervoud)Lesquelles (welke)Auxquelles (aan welke)Desquelles (van welke)

Uitzonderingen!

  1. Om over een persoon te spreken, kun je ook het betrekkelijk voornaamwoord "qui" gebruiken. Voorbeeld: Les amis avec lesquels il fait du bénévolat → Les amis avec qui il fait du bénévolat.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. J'ai trouvé une association humanitaire ______ je peux faire du bénévolat le week-end.

Ik heb een humanitaire vereniging gevonden ______ ik in het weekend vrijwilligerswerk kan doen.

2. Le centre de loisirs ______ je me suis inscrit propose aussi un atelier de bricolage.

Het recreatiecentrum ______ ik me heb ingeschreven biedt ook een knutselatelier aan.

3. Le cours de cuisine près ______ j'habite est complet, donc je vais attendre le mois prochain.

De kookcursus in de buurt ______ ik woon zit vol, dus ik wacht tot volgende maand.

4. Les activités ______ je participe le samedi m'aident à développer un centre d'intérêt.

De activiteiten ______ ik op zaterdag deelneem helpen me een interessegebied te ontwikkelen.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Verenig de twee zinnen tot één door de voorzetselgroep te vervangen door het juiste samengesteld betrekkelijk voornaamwoord (lequel, laquelle, lesquels, lesquelles / auquel, à laquelle, auxquels, auxquelles / duquel, de laquelle, desquels, desquelles).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Je travaille avec une équipe. Je suis très satisfait de cette équipe.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je travaille avec une équipe dont je suis très satisfait.
    (Ik werk met een team waarover ik heel tevreden ben.)
  2. Nous avons visité un musée. Devant ce musée, il y avait une très longue file.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Nous avons visité un musée devant lequel il y avait une très longue file.
    (We hebben een museum bezocht waarvoor een heel lange rij stond.)
  3. J’ai un collègue. Je pense souvent à ce collègue.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    J’ai un collègue auquel je pense souvent.
    (Ik heb een collega aan wie ik vaak denk.)
  4. Ils ont choisi une formation. Ils ont besoin de cette formation pour évoluer dans leur poste.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ils ont choisi une formation dont ils ont besoin pour évoluer dans leur poste.
    (Zij hebben een opleiding gekozen die zij nodig hebben om vooruit te komen in hun functie.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Na « aller » + « à » kan men « lequel » niet alleen gebruiken; men moet « auquel » gebruiken (« à » + « lequel »).
2.
Met « près de » is het onjuist om « de » weg te laten: men zegt niet « près lequel », men moet « près duquel » zeggen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Oscar Figueiral Marques

Meester

Université de Poitiers

University_Logo

Frankrijk


Laatst bijgewerkt:

zondag, 31/05/2026 01:26