Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Newsletter aziendale: gita al lago domenica
Vul de lege plekken in: meteo, maltempo, caldo, vento, pioggia, nuvoloso, tempo, sole, tempo
(Bedrijfsnieuwsbrief: uitstapje naar het meer op zondag)
Domenica l'azienda organizza una piccola gita al lago di Como. Il programma dipende dal . Secondo il , al mattino il cielo è , ma dopo pranzo arriva il e fa più . Per la mattina è meglio portare una giacca leggera, perché l'aria è ancora un po' fresca vicino all'acqua.
Nel pomeriggio il sarà più stabile: non è previsto forte e non è prevista . In caso di , l'azienda sposta la gita alla settimana successiva. Per informazioni potete scrivere alla segreteria o leggere l'aggiornamento nella sezione "Eventi" del sito aziendale.Zondag organiseert het bedrijf een klein uitstapje naar het Comomeer. Het programma hangt af van het weer. Volgens de weersvoorspelling is de lucht ’s ochtends bewolkt, maar na de lunch komt de zon en wordt het warmer. Voor de ochtend kun je beter een lichte jas meenemen, omdat de lucht bij het water nog een beetje fris is.
In de namiddag zal het weer stabieler zijn: er wordt geen harde wind verwacht en er wordt geen regen verwacht. Bij slecht weer verplaatst het bedrijf het uitstapje naar de week erna. Voor informatie kun je naar het secretariaat schrijven of de update lezen in de sectie "Evenementen" op de bedrijfswebsite.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Com’è il tempo oggi a Milano?
Che cosa deve fare Luca per domani sera in montagna?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. In primavera il tempo ___ spesso dalla pioggia al sole.
(In de lente ___ het weer vaak van regen naar zon.)2. A Roma il tempo ___ velocemente nel pomeriggio.
(In Rome ___ het weer snel in de namiddag.)3. In montagna il tempo ___ spesso a causa del vento forte.
(In de bergen ___ het weer vaak door de sterke wind.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Sei al lavoro e arrivi la mattina. Parli con un collega del tempo di oggi. Fai un piccolo commento. (Usa: il sole, caldo, bel tempo)
(Je bent op het werk en je komt ’s ochtends aan. Je praat met een collega over het weer van vandaag. Maak een kleine opmerking. (Gebruik: de zon, warm, mooi weer))Oggi c'è
(Vandaag is er ...)Voorbeeld:
Oggi c'è il sole, fa caldo e è bel tempo.
(Vandaag is er zon, het is warm en het is mooi weer.)2. Sei in un bar con un amico. Fuori la pioggia è forte. Dici una frase sul tempo. (Usa: la pioggia, maltempo, freddo)
(Je bent in een bar met een vriend. Buiten regent het hard. Je zegt een zin over het weer. (Gebruik: de regen, slecht weer, koud))Con questa pioggia
(Met deze regen ...)Voorbeeld:
Con questa pioggia fa freddo, è proprio maltempo.
(Met deze regen is het koud, het is echt slecht weer.)Oefening 7: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen om het weer in jouw stad vandaag of morgen te beschrijven en wat je met dit weer gaat doen.
Nuttige uitdrukkingen:
Oggi il tempo è… / Secondo il meteo… / Quando piove io… / Quando c'è il sole mi piace…